Breda

Breda ontstond op het punt waar de rivieren de Mark en de Aa samenkomen. Al in de 11de eeuw zou deze plek bewoond zijn. Bovendien lag daar het in 1190 voor het eerst genoemde kasteel van de heren van Breda. Omdat de rivier de Mark goed bevaarbaar was, werd de hier gevestigde nederzetting een belangrijke handelsplaats.

In 1252 kreeg Breda stadsrechten. Omdat al eerder, waarschijnlijk tussen 1198 en 1212, een aarden stadswal was aangelegd, wordt wel eens verondersteld dat die stadsrechten zelfs ouder zouden zijn en misschien teruggaan tot omstreeks 1200.

Na de komst van het geslacht Van Polanen kwam de stedelijke ontwikkeling in een stroomversnelling. Als tegenprestatie voor het versterken van de stad tegen het einde van de 14de eeuw kreeg Breda nieuwe privileges en de groei ging in een dusdanig tempo dat langs de drie toegangswegen naar de stad al in de 14de eeuw een dichte lintbebouwing was ontstaan.

Zijn welvaart dankte de stad aan de lakenindustrie en aan de stapel- en overslagfunctie van de haven. Nadat Johanna van Polanen in 1403 in het huwelijk was getreden met Engelbrecht I van Nassau-Dillenburg, werden de Nassaus heren van Breda. Ook dit droeg bij aan het aanzien van de stad.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon