Baronie van Breda

In het begin van de 13de eeuw werd de omgeving van Breda aangeduid als 'Het land van Breda'. Het omvatte een groot deel van het huidige West-Brabant. Toen de laatste heer van het Land van Breda in 1268 kinderloos stierf, gingen de bezittingen over naar zijn zus Isabella en haar man Arnoud van Leuven. Ook die hadden geen kinderen. Zij splitsten het bezit daarom op in twee delen waaruit na hun dood het Markiezaat van Bergen op Zoom en de Baronie van Breda ontstonden.

In 1403, na het huwelijk van Engelbrecht I van Nassau met Johanna van Polanen, kwam de Baronie in bezit van de graven van Nassau. Als juridisch gegeven bleef de Baronie bestaan tot 1795. Daarna werd hij opgeheven en werd het een onderdeel van de Bataafse Republiek.

Als achterland van Breda kreeg de Baronie grote economische betekenis door opkomst, eind 13de eeuw, van de turfstekerij en de het winnen van zout uit het zoute veen. De bevolking nam toen snel toe en het leidde tot het ontstaan van nieuwe dorpen.

Ook de grote variatie in landschappen: hooilanden in het noorden, akkerland en heiden in het zuiden, leverde een belangrijke bijdrage aan de welvaart van dit gebied. Zo liep er al in de 14de eeuw een vrijwel rechte verbindingsweg van 8 kilometer tussen Sprundel in het zuiden en de natte beemdgronden ten noorden van Hoeven. De beemdgronden voorzagen Sprundel van het hooi dat nodig was voor het voeden van het vee dat de mest leverde voor de akkers.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon