Oisterwijk
Oisterwijk dankte zijn welvaart vooral aan de uitgestrekte heidevelden die deze plaats omringden. De schapen die daar graasden leverden wol, de grondstof voor de plaatselijke lakenindustrie, maar ook huiden, wat het begin zou worden van de lokale leerproductie. Ook waren er bierbrouwerijen. Door het stadje liepen belangrijke handelswegen van Antwerpen naar Den Bosch en naar Maastricht en Holland. De dorpsstraat groeide uit tot een langgerekt plein met in het midden een aan Maria gewijde kapel. In 1230 had het dorp stadsrechten gekregen wat de economische ontwikkelingen ten goede kwam. In de late middeleeuwen had de stad veel te lijden van invallen van het Gelderse leger en na de Tachtigjarige Oorlog raakte de plaats in verval. Een echte stad is Oisterwijk dan ook niet geworden.
