Geertruidenberg

Geertruidenberg heette oorspronkelijk Oever en Stanberg. In de 12de eeuw werd het een leen van de Graaf van Holland. Graaf Willem verleende de plaats in 1213 als eerste in Holland stadsrechten. Dit hield ook in dat de inwoners het recht kregen op een jaarmarkt.

Rond die tijd kwam ook de naam Geertruidenberg in zwang. Omdat de stad in de 13de eeuw was uitgegroeid tot een belangrijk handelscentrum voor vee en vis, is het huidige langgerekte marktplein nog steeds het grootste in zijn soort bij een Nederlandse middeleeuwse stad.

In 1304 werd Geertruidenberg veroverd en geplunderd door het leger van de hertog van Brabant. De graven van Holland maakten er na die gebeurtenis een vestingstad van, wat de strategische positie ervan benadrukte.

In die positie kwam verandering na de Elisabethsvloed van 1421 waardoor Geertuidenberg in een lastig bereikbare uitkoek van het graafschap Holland kwam te liggen. Niet alleen werd de stad toen afgesneden van het doorgaande scheepvaartverkeer, maar ook verloor zij de verbinding met een belangrijk deel van haar afzetgebied.

Dit verlies werd na verloop van tijd enigszins gecompenseerd dankzij de vishandel vanuit de wateren van de Biesbosch.

In de Tachtigjarige Oorlog werd het opnieuw een twistappel tussen de strijdende partijen en in 1793 is de stad ook door de Fransen ingenomen.

In 1815 werd Geertruidenberg definitief een onderdeel van de provincie Noord-Brabant.




Thuis in Brabant
 
Links | Colofon