
Kaart van Zevenbergen door Jacob van Deventer, ca. 1560.

Zevenbergen
Zevenbergen lag oorspronkelijk op Hollands grondgebied en werd in de 13de eeuw voor het eerst in documenten vermeld. De plaats heeft zijn ontstaan waarschijnlijk te danken aan de omstandigheid dat het een rol kon spelen in de handel van turf en in de zoutwinning, het darinkdelven.
Turf en zout werden in Zevenbergen verhandeld, opgeslagen en doorgevoerd. Voor die doorvoer beschikte het plaatsje over een later gedempte turfvaart die op een kaart van omstreeks 1560 goed te zien is omdat hij de vorm van de nederzetting bepaalde. Aan het einde van de 14de eeuw kreeg het stedelijke rechten en een stadsmuur.
In 1421 werd de stad zwaar getroffen door de Elisabethsvloed die alle ingedijkte polders vernielde.
Nadat de heer van Zevenbergen enkele jaren later de kant had gekozen van Jacoba van Beieren in een conflict met de hertog van Brabant, werd de stad in 1427 door Filips van Bourgondië veroverd.
Hij liet de stadsmuur en poorten slopen en maakte daarmee een einde aan de welvaart die het stadje in de 14e eeuw zoveel aanzien had gegeven. Ook betekende dit het einde van de ontwikkeling van Zevenbergen als stad.