De vroegste sporen van het christendom en de prediking
De grondlegger van het Christendom in Nederland is Servatius, die in 340 bisschop werd van Tongeren en wat later zijn zetel naar Maastricht verplaatste.
In die periode werd het christendom ook door de Romeinse keizers omarmd, zoals blijkt uit een bij Sint-Michielsgestel of Vught gevonden muntje van keizer Valentinianus I (364-375) waarop een Romeinse soldaat is te zien met het labarum (vaandel) waarop het christusmonogram is aangebracht.
Toch wijst niets erop dat de lokale bevolking in die periode zelfs maar van het bestaan van het christendom op de hoogte was.
Op zijn vroegst is het christendom waarschijnlijk pas rond 700 in Brabant geïntroduceerd. Deze introductie is verbonden met drie grote namen uit de Nederlandse kerkgeschiedenis: Lambertus, Hubertus en Willibrordus.
Misschien dat in West-Brabant Amandus en Eligius actief zijn geweest als predikers, maar daarover bestaat feitelijk alleen maar onzekerheid.
Overigens is het nog maar de vraag of we de rol van deze predikers niet wat moeten relativeren.
De invoering van het christendom is misschien veel eerder een gevolg van de vestiging in Brabant van mensen uit het Middenrijngebied die al geruime tijd christelijk waren, en van de invloed van machtige families.
