Het ontstaan van het hertogdom Brabant

Karel de Grote slaagde er rond 800 in om het Frankische gebied enorm uit te breiden en te consolideren. Maar dit rijk hield geen stand toen het na de dood van zijn zoon Lodewijk de Vrome (840) onder diens zonen werd verdeeld. Het huidige Nederland en België maakten na die verdeling deel uit van het middenrijk dat ook wel Midden-Francië werd genoemd of Lotharingen, naar Lodewijks zoon Lotharius. Dit koninkrijk omvatte de Nederlanden, het oosten van Frankrijk en een groot deel van Noord-Italië. In 855 werd het in drie stukken verdeeld. De naam koninkrijk Lotharingen bleef bestaan voor het gebied dat grofweg het grondgebied omvatte van de huidige Benelux, het Nederrijngebied en Elzas-Lotharingen.

In de daaropvolgende eeuwen verloor het gebied zijn zelfstandigheid, een deel ervan ging deel uitmaken van Oost-Francië. Het werd in die tijd bestuurd door Reinier Langhals (ca. 850-915) die beurtelings de Duitse en de Franse koning als leenheer erkende en zich uiteindelijk weer tot de Duitse koning wendde. Door die laatste stap werd Lotharingen definitief een deel van het Duitse Rijk. Het kreeg in 923 de status van hertogdom en werd in 977 opgesplitst in twee afzonderlijke hertogdommen, Opper- en Neder-Lotharingen. Van het laatste maakte het huidige Noord-Brabant deel uit. De hertogstitel van Neder-Lotharingen werd een voortdurende twistappel tussen de graven van Brabant en Limburg.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon