Hendrik I van Brabant
Enkele dagen na de dood van van Godfried III in 1190 werd het hertogschap van Neder-Lotharingen gezagsloos verklaard en kregen de graven van Limburg en Brabant het recht om zelf het hertogelijk gezag uit te oefenen binnen de door hen gecontroleerde gebieden. Godfrieds zoon Hendrik werd als Hendrik I dan ook feitelijk de eerste hertog van Brabant. Het territorium was toen nog minder groot dan het uiteindelijk zou worden. Pas omstreeks 1250 had het hertogdom bij benadering de territoriale omvang die het bijna vier eeuwen zou houden.
Hendrik I was al tijdens het leven van zijn vader betrokken bij de Stichting van 's-Hertogenbosch dat tussen 1185 en 1196 stadsrechten kreeg. Een sterke stad in het noorden van het hertogdom paste bij zijn strategische ambities om zijn macht uit te breiden in het rivierengebied wat zowel militaire als economische voordelen opleverde.
