Nederzettingen

Uit de opgravingen van Merovingische nederzettingen tot op heden blijkt dat de oudste boerderijen niet bij elkaar werden gebouwd, maar verspreid over het landschappen lagen. Bovendien woonde men niet lang op dezelfde plaats. Dit gebrek aan continuïteit in plaats en tijd maakt het niet eenvoudig om een goed beeld te krijgen van de vroegste ontwikkeling van deze vroegmiddeleeuwse dorpen.

Pas rond 650 ontstonden meer geconcentreerde vormen van bewoning, beginnend met twee of drie hoeven, later zeven of acht. Vanuit die kernen werden dan weer boerderijen verspreid in het landschap gebouwd. De centrale kernen werden mettertijd belangrijker en bleven vaak eeuwenlang bestaan. De bewoners van deze gehuchten begroeven hun doden dicht bij de nederzetting zelf.

Vanaf de Karolingische tijd nam het aantal huizen per tijdvak af. Pas na de 10de eeuw neemt het aantal huizen weer echt toe, het begin van de agrarische ontwikkeling van Brabant in de tweede fase van de middeleeuwen.



Thuis in Brabant
 
Links | Colofon