
Het terrein van de voormalige abdij van Berne bij Heusden.

Kloostervestigingen in de 12de eeuw
De eerste kloostervestigingen in Brabant dateren pas uit de 12de eeuw. In 1132 bood ridder Fulco van Berne bij Heusden zijn kasteel aan het Augustijnse koorherenconvent van Rolduc aan om er een klooster te vestigen. Blijkbaar was dit geen succes want twee jaar later, in 1134, werd het een Norbertijns convent. Het was het eerste klooster op het grondgebied van het huidige Noord-Brabant.
In 1572, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, werd de abdij door de Geuzen geplunderd en in 1579 in brand gestoken. De kloosterlingen vluchtten naar Den Bosch en verbleven ook vaak in een huis in Heeswijk. Na 1648 moesten zij Staats-Brabant verlaten en vestigden zich in Vilvoorde. Pas in 1857 herleefde hun abdij in Heeswijk. Van het voormalige klooster in Berne is vrijwel niets meer over dan één van de bijgebouwen en de gerestaureerde resten van een middeleeuwse put.
In 1146, enkele jaren later dus dan de stichting van Berne werd, eveneens vanuit Rolduc, het Augustijnerklooster Hooijdonck bij Nederwetten gesticht. Een eeuw later werd dit een Augustinesserklooster. Het bestond tot 1648.
De stichting van de kloosters op het platteland kan gezien worden als een aanwijzing dat de belangrijkheid van Brabant als bevolkt gebied in deze periode begon toe te nemen. Dat deze vroege kloosters in de agrarische ontwikkeling van Brabant een actieve rol hebben gespeeld, is minder zeker. Wel hebben enkele grote abdijen buiten Noord-Brabant daaraan bijgedragen omdat zij hier bezittingen hadden, bijvoorbeeld de Abdij van Tongerlo.