Jan van Amstel (1618-1669)

kapitein bij de Amsterdamse admiraliteit

Op 12 december 1618 werd in de Gemertse parochiekerk Sint-Jan Johannes van Amstel, zoon van Hendrick van Amstel en Anneke van Grinsven gedoopt. Als peter trad op Johannes van Grinsven. De meter Dieuwertge Bicker, weduwe van Jan Jansz. van Hellemont uit Amsterdam, liet bij de doopplechtigheid verstek gaan en werd vertegenwoordigd door Anna van Grinsven. Jan van Amstel was de derde zoon in het gezin. Later zouden nog drie dochters en een zoon worden geboren. In het najaar van 1661 trouwde hij Cornelia Schaegen. Op 29 januari 1667 huwde hij in Amsterdam met Anna Bocxhoorn uit Eindhoven. Jan van Amstel overleed op 29 september 1669.

Dankzij een erfenis van zijn vrouw verkreeg Hendrick van Amstel in Schijndel een huis, schuur, brouwhuis, bakhuis, hof en landerijen. Rond 1633 verhuisde het gezin Van Amstel dan ook van Gemert naar Schijndel. Jans ouders behoorden tot de plaatselijke elite. Zijn vader was een gegoede brouwer en glazenmaker. Zijn moeder was een dochter van de Schijndelse secretaris en brouwer Petrus W. van Grinsven en van Anneke van Hellemont, dochter van de drossaart van Heeswijk, Dinther, Schijndel en Berlicum. Over de jeugdjaren van Jan van Amstel in Gemert en Schijndel is helaas niets bekend.

Door familierelaties van moederszijde hadden de Van Amstels contacten met het regentenpatriciaat in Amsterdam. Jans oma, Anneke van Hellemont, had een broer die gehuwd was met Dieuwertge Bicker, een telg uit het invloedrijke Amsterdamse geslacht Bicker. Het was dan ook niet vreemd dat de Brabander Jan van Amstel op achttienjarige leeftijd naar zijn Amsterdamse familie vertrok. Dieuwertge was tenslotte zijn peettante. Het romantische verhaal dat A.J. van der Aa in 1852 in zijn biografisch woordenboek opdist, kan zonder meer naar het rijk der fabelen worden verwezen. Jan van Amstel was geen boerenzoon die uit angst voor zijn vader naar Amsterdam vluchtte, omdat hij een paard kreupel had laten lopen. De Bickers hadden grote invloed op de Amsterdamse admiraliteit en via hen kreeg Van Amstel een baan bij dit college. De Brabantse landrot maakte snel carrière. Onduidelijk blijft of dit een gevolg was van zijn capaciteiten of van zijn familierelaties.

Hij is waarschijnlijk begonnen als adelborst, maar in 1653 komen we Van Amstel al tegen als 'luitenant te water'. Hem viel toen de eer te beurt de degen van commandeur Jan van Galen te dragen bij diens begrafenis in de Nieuwe Kerk te Amsterdam. Vanaf dat tijdstip is zijn maritieme loopbaan beter te volgen. Na afloop van de Eerste Engelse Zeeoorlog (1652-1654) werd Van Amstel voor zijn bewezen diensten bevorderd tot commandeur en door de Staten-Generaal belast met een zending naar de grootvorst van Moscovië. Een eervolle opdracht. Om onduidelijke redenen werd deze diplomatieke missie op het laatste moment afgelast.

In juni 1658 vertrok vice-admiraal Michiel Adriaenszoon de Ruyter met een uit 24 schepen bestaande vloot naar de kusten van Portugal dat toen met de Republiek in oorlog was. Ook Van Amstel was van de partij. In plaats van Abraham van der Hulst voerde hij als luitenant-kapitein het bevel over 's lands schip 'Hilversum', uitgerust met 50 stukken en bemand met 170 koppen. Van der Hulst was in verband met zijn tweede huwelijk aan wal gebleven. Het enige 'wapenfeit' van Van Amstel op deze tocht was dat hij in samenwerking met de kapiteins Nicolaes Marrevelt en Willem van der Zaan er in slaagde de rivier de Taag wekenlang geblokkeerd te houden. Op 12 november 1658 kwam de vloot behouden aan bij Texel.

De Ruyter kreeg direct opdracht zich gereed te maken om uit te varen naar het Oostzeegebied ter ondersteuning van de Denen in hun oorlog tegen de Zweden. Gelijktijdig ontving Jan van Amstel zijn eerste eigen oorlogsbodem, 's lands schip 'De Provinciën' (40 stukken en 190 koppen). Van Amstel behoorde nu tot de categorie 'capiteyn te water'. Zijn schip kreeg bevel deel te nemen aan de bombardementen op Elzeneur en Helsingborg. Slecht weer voorkwam echter dat Van Amstel in actie kon komen. Wel was hij van de partij bij een aanval vanuit zee op Nyborg op Funen. Dankzij de inzet van Van Amstel kon Nyborg op de Zweden worden veroverd. Daarna lag hij met zijn schip lange tijd ingevroren in Kopenhagen. Zijn bemanning versterkte toen het garnizoen van de belegerde stad. Pas in het voorjaar van 1660 kon Van Amstel huiswaarts keren.

In het najaar van 1661 trouwde hij Cornelia Schaegen, telg uit een Alkmaars regentengeslacht. De huwelijksplechtigheid vond in de Grote Kerk te Alkmaar plaats. Onduidelijk blijft of de katholiek gedoopte Van Amstel toen of reeds eerder de overstap maakte naar de Nederduits Gereformeerde (staats)kerk. Het paar ging wonen aan de Amsterdamse Herengracht.

Van Amstels maritieme carrière toont daarna verder weinig hoogte- of dieptepunten. Geregeld werd hij ingezet bij het begeleiden van koopvaardijschepen die uit het Middellandse zeegebied kwamen. Bij het uitbreken van de Tweede Engelse Zeeoorlog (1665-1667) commandeerde hij het schip 'De Vryheit' (58 stukken en 300 koppen). Met dit schip nam hij deel aan de slag bij Lowestoft (13 juni 1665) en speelde hij een belangrijke rol bij het dekken van de aftocht van de Nederlandse vloot. Tijdens de Vierdaagse Zeeslag (11-14 juni 1666) bevond hij zich in het heetst van de strijd. Halverwege deze zeeslag was hij gedwongen met de aan flarden geschoten 'De Vryheit' naar Texel te zeilen met aan boord 14 doden en 41 zwaar gewonden.

Blijkbaar was Van Amstels eerste vrouw inmiddels overleden, want op 29 januari 1667 huwde hij in Amsterdam met Anna Bocxhoorn uit Eindhoven. Getuige bij de huwelijksplechtigheid was vice-admiraal Cornelis Tromp. De Van Amstels gingen wonen aan de Rouaanse Kade tegenover de Lutherse Kerk. Enkele maanden later stak Van Amstel met de 'Tydtverdryf' (60 stukken en 290 koppen) in zee. Hij maakte toen deel uit van het eskader onder luitenant-admiraal Aert Jansse van Nes. De door deze vloot ondernomen acties zijn bekend geworden onder de naam 'Tocht naar Chatham'. Binnen deze operatie was de rol van de 'Tydtverdryf' niet erg groot. Van Amstel was niet betrokken bij het kapot zeilen van de ketting over de rivier de Medway. Slechts een wachtfunctie bij de monding van de Theems was voor hem weggelegd. De succesvolle actie op de Theems en Medway leidde er wel toe dat op 31 juli 1667 in Breda de vrede tussen Engeland en de Republiek werd gesloten.

Na deze zomercampagne leek het alsof Jan van Amstel zijn maritieme carrière wilde beëindigen. De Van Amstels kochten in december 1667 in Schijndel voor 5.400 gulden het huis 'De Steenen Kamer'. Om onduidelijke redenen liet de verhuizing naar het dorp van zijn jeugd nog op zich wachten. In het voorjaar van 1668 deed bovendien de Amsterdamse admiraliteit opnieuw een beroep op de kapitein. Waarschijnlijk maakte de 'Tydtverdryf' deel uit van een eskader dat de Amsterdamse admiraliteit naar de Middellandse Zee stuurde om koopvaardijschepen van de Republiek te beschermen tegen de Barbarijse zeerovers. Op deze tocht schijnt Van Amstel zwaar gewond te zijn geraakt. Vast staat dat hij in 1669 door het Amsterdamse admiraliteitscollege eervol uit 's lands dienst werd ontslagen. Spoedig volgde de verhuizing naar hun landelijke woning in Schijndel. Lang heeft hij niet van zijn nieuwe woonomgeving kunnen genieten. Op 29 september 1669 overleed Jan van Amstel. Hij werd begraven in de Sint-Servatiuskerk. Anna Bocxhoorn keerde terug naar Amsterdam.

De Brabander Jan van Amstel maakte geen spectaculaire carrière door. Wel was hij prominent betrokken bij alle grote zeeslagen in zijn tijd en een loyaal en kundig kapitein, maar de lof die Joannes Antonides van der Goes (1647-1684) hem in een grafschrift toedicht, lijkt toch enigszins overdreven.

   'Van Aemstel, die den Zweed op Funen dorst bestoken,
    Drie zeeslagorden van de Britten heeft verbroken,
    En zelve déelste telg van 't edelste geslacht,
    Die dappre helt, befaemt bij Indiaen en Mooren,
    Rust hier in 't marmergraf, door eedler doot verkracht'.

Waarschijnlijk op verzoek van Anna Bocxhoorn maakte ook Joost van den Vondel een grafdicht op de overleden zeeheld. Vondels gedicht werd met enkele wijzigingen op zijn grafmonument aangebracht. Daarna raakte Van Amstel in de vergetelheid. Maar dankzij de inspanningen van de Schijndelse burgemeester P.A. Verhagen verschenen aan het einde van de negentiende eeuw een vijftal publicaties over Jan van Amstel, waarin de Brabantse boerenzoon uitgroeide tot een soort mythische zeeheld. Uiteindelijk resulteerden Verhagens activiteiten in 1897 in de oprichting van een monument in Schijndel 'dat ten eeuwigen dage den naam van Jan van Amstel zal verheerlijken'.


Bronnen

• Nationaal Archief Den Haag, Archief Staten-Generaal en Archief Admiraliteitscolleges
• Streekarchief Langs Aa en Dommel, Documentatieverzameling Jan van Amstel
• Instituut voor Maritieme Historie, Personendocumentatie en scheepsdocumentatie
• A.J. van der Aa, Biographisch Woordenboek der Nederlanden 1, Haarlem 1852, 83-84
• J.C. de Jonge, Geschiedenis van het Nederlandsche Zeewezen 2, Haarlem 1859
• A. van der Moer, 'Jan van Amstel (1618-1669)', Marineblad 102 (1992) 166-172
• A. van der Velden, 'T Tydtverdryf van Jan van Amstel 1618-1669 capiteyn te water, Schijndel 1997


Dit artikel verscheen eerder in: J. Brouwers e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noord-Brabanders. Deel 6
(Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, 's-Hertogenbosch 2003).


Auteur: Adri van Vliet

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon