Dr Jos van Beurden O. Praem (1878-1945)

middenstandsemancipator en onderwijspionier

Josephus Stephanus van Beurden werd geboren te Kaatsheuvel op 26 december 1878 in het gezin van Walterus van Beurden en Wilhelmina Couwenberg. Onder de kloosternaam Julius overleed hij als norbertijn in de abdij van Berne te Heeswijk-Dinther op 16 september 1945.

In zijn jongensjaren droomde Jos van Beurden ervan om missionaris te worden in de missiegebieden van de norbertijnen in Latijns-Amerika. Met dat doel voor ogen liet hij zich in oktober 1893 inschrijven als leerling van het gymnasium Sancti Norberti van de praemonstratenzer abdij van Berne. Van zijn jeugdideaal kwam evenwel niet veel terecht. De toenmalige abt, A. Bazelmans, was er namelijk spoedig van overtuigd dat de jonge kloosterling bijzondere kwaliteiten had en op een andere wijze dan als missionaris voor de abdij waardevol zou kunnen zijn. Hij zond hem daarom nog vóór zijn priesterwijding naar Rome om aan de pauselijke universiteit Gregoriana filosofie te gaan studeren.

In de 'eeuwige stad' raakte de jonge Van Beurden al snel geboeid door de filosofische denkbeelden van de Leuvense hoogleraar D.J. Mercier (1851-1921), die in het voetspoor van paus Leo XIII de theorieën van de middeleeuwse filosofen probeerde te combineren met moderne inzichten aangaande wetenschappelijke kritiek, psychologie en cosmologie. Voor de jonge witheer was dit zeer bepalend, want hij kreeg hierdoor ook oog voor de problematiek van de moderne tijd.

Zijn bewondering voor Mercier, die later aartsbisschop van Mechelen en kardinaal zou worden, bleef toen hij - na zijn priesterwijding op 24 juli 1904 en zijn promotie in Rome in hetzelfde jaar - door zijn abt belast werd met het doceren van kerkelijk recht en filosofie op de abdij van Berne. Voor zijn cursus filosofie vertaalde hij toen namelijk een drietal werken van Mercier uit het Frans. Ook publiceerde hij in de periode waarin integralisten heftig botsten met modernisten enkele artikelen in het voor moderne meningen openstaande tijdschrift De Katholiek. Anders dan zijn Romeinse studiegenoot en vriend Jan Hoogveld (1878-1942) ontwikkelde Van Beurden zich echter niet tot een vooraanstaand neo-thomist. Hoofdzakelijk kwam dit doordat hij in 1910 in opdracht van de sociale Bossche bisschop Mgr. W. van de Ven, op 32-jarige leeftijd zijn confrater dr Nouwens, die tot procurator van zijn orde in Rome was benoemd, moest opvolgen als geestelijk-adviseur van 'De Hanze, R.K. Vereeniging van den Handeldrijvenden en Industrieëlen Middenstand' in het bisdom 's-Hertogenbosch.

Voor deze nieuwe functie, die hem met allerlei soorten mensen in aanraking bracht, was de Bernse professor zeer geschikt. Met een schoenmaker als vader en een voorzitter van de Kaatsheuvelse Kamer van Koophandel, tevens gerenommeerd zakenman als broer ( M. van Beurden), kon pater Van Beurden van huis uit de taal van de middenstanders spreken en hun noden aanvoelen. Daarenboven was hij van nature eenvoudig, vriendelijk, innemend en tolerant. Voorts kon hij goed naar anderen luisteren en overwoog hij als goed filosoof steeds zorgvuldig zijn standpunten. Tijdgenoten getuigden dat de 'geleerde priester' zich snel en gedegen in de middenstandsvraagstukken inwerkte. Opvallend was dat Van Beurden er spoedig van overtuigd was dat het de middenstand schortte aan goede opleidingen. Bij herhaling wees hij daarop tijdens spreekbeurten en in brochures. Ook werkte hij daarom mee aan de '8sten Diocesanen Katholiekendag' in 1912 te Tilburg die, naar aanleiding van een Waalwijks raadsbesluit om een gemeentelijke handelsschool te stichten, het bijzonder onderwijs in al zijn aspecten als thema had. Zijn activiteiten leidden ertoe dat in 1914 onder auspiciën van 'De Hanze' twee stichtingen ontstonden die het oprichten en in stand houden van bijzondere handelsscholen voor dag- en avondonderwijs als doel hadden, te weten de 'R.K. Vereeniging Ons Handelsonderwijs in de Provincie Noord-Brabant' en de 'R.K. Vereeniging Ons Handelsonderwijs Langstraat'. Door tussenkomst van Van Beurden werd bij de samenvoeging en reorganisatie van beide verenigingen in maart 1916 de band met 'De Hanze' losser. Daarnaast werd door zijn toedoen de energieke dr H.W.E. Moller aangetrokken als voorzitter van de nieuwe vereniging, die kort daarna de naam 'Ons Middelbaar Onderwijs' zou aannemen en die, te beginnen met Bergen op Zoom en Waalwijk, heel wat Brabantse scholen onder beheer zou krijgen.

De verdere verantwoordelijkheid voor het onderwijs liet Van Beurden daarna graag aan leken over en tot 1942 - het jaar waarin de Duitse bezettters de R.K. Middenstandsbond verboden - zette hij zich, ondanks zijn zwakke gezondheid, actief in voor de verdere problemen waarmee de middenstanders te maken hadden. Op de fiets, met tram of trein en later met een door de middenstand ter beschikking gestelde Chevrolet reisde hij van vergadering naar vergadering. Ondanks het feit dat hij slechts geestelijk adviseur bij de middenstand van het Bossche bisdom was, kreeg hij door zijn inbreng toch een grote landelijke betekenis. Zo werd hij in 1919 buitengewoon lid van de door hem voorgestelde Middenstandsraad en in 1933 lid van de Economische Raad, beide adviesraden van de regering. Ook was hij meermalen lid van door de regering ingestelde speciale commissies. Voorts woonde hij nog partijraadsvergaderingen van de R.K.S.P. bij en bezocht hij nationale en internationale congressen, zoals een middenstandscongres in Rome (1927) en een congres van de Europese christelijke partijen in Parijs (1929). Intussen schreef hij in diverse bladen jaarlijks ook nog tientallen artikelen over middenstandsvraagstukken of stelde hij voor de congressen die hij bezocht preadviezen op. Het meest bekende daarvan is wel de door iedereen geprezen en gewaardeerde Proeve van een beginsel en werkprogramma van den Nederlandschen R.K. Middenstand voor het eerste congres in 1917 van de in 1915 ontstane landelijke federatie van diocesane middenstandsbonden. Daarnaast publiceerde Van Beurden nog verschillende boeken en brochures. Behalve over de middenstand handelden die ook over het fascisme waar hij het solidarisme tegenoverstelde. Het is onbegrijpelijk dat hij bovenop dat alles ook nog kans zag met de voormannen van de katholieke werknemersorganisatie goede contacten te onderhouden en op de abdij van Berne wekelijks lessen filosofie en sociologie te geven.

Als gevolg van al die activiteiten is de naam van Van Beurden ook verbonden aan een aantal belangrijke beslissingen. Met name werkte hij in 1926 mee aan de stichting van de Middenstandsbank (bedoeld om een betere kredietverschaffing voor de middenstand mogelijk te maken) en in 1929 aan de oprichting van een Middenstandsdienst, een research- en voorlichtingsbureau. Eveneens was hij betrokken bij de totstandkoming van de vestigingswet-kleinbedrijf in 1937 en bracht hij in de jaren dertig de discussies over een publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie mee op gang. Om in de toekomst verzekerd te zijn van goed kader voor de Middenstandsbond formeerde de Bernse pater in 1932 de 'Bossche Diocesane Jonge-Middenstand'. Door de oprichting van een 'Nationaal Verbond' voor jonge katholieke middenstanders kreeg dit initiatief een jaar later al een landelijk karakter.

Toch was Van Beurden over de behaalde resultaten zelf niet helemaal tevreden. Zo betreurde hij het dat relatief gezien veel katholieke middenstanders zich niet aansloten bij de R.K. Middenstandsbond. Voorts meende hij dat hij bij de overheid te weinig had bereikt om de kleine winkeliers te beschermen tegen de concurrentie van de groeiende grootwinkelbedrijven. Ook zaten hem de desastreuze gevolgen dwars van het faillissement in 1923 van de Hanze-bank, een instelling van De Hanze, als gevolg van slecht management en gesjoemel van de leiding.

Degenen die Van Beurden kenden en met hem samenwerkten, zagen alleen het positieve. Zij waardeerden hem enorm en uitten dat op allerlei manieren. Al in 1925 werd hij daarom tot ridder in de Orde van Oranje Nassau benoemd, terwijl bij zijn zilveren priesterfeest in 1929 landelijk een bedrag bijeen werd gebracht voor een 'Dr Van Beurdenfonds' om de opleiding van jongens uit de middenstand voor het priesterschap mogelijk te maken.

Na zijn dood in 1945 bleef men zich lovend over de diocesane adviseur uitlaten. In Kaatsheuvel werd een straat naar hem vernoemd en in de plaatselijke afdelingen van de R.K. Middenstandsbond in het Bossche bisdom ontstonden 'Dr J. van Beurdenclubs' die lesavonden voor de leden verzorgden. Ook werd de al sedert 1916 bestaande Waalwijkse handelsavondschool 'Dr Van Beurdenschool' genoemd en bracht de Bossche R.K. Middenstandsbond zijn centrale administratie in 1953 in de Luybenstraat onder in het Dr J. van Beurdenhuis. Daarin kwam ook het schilderij te hangen dat pater M. van Helvoirt in 1947 in opdracht van de abt van hem voor de Middenstandsbond gemaakt had. Na de sluiting van het Van Beurdenhuis hangt dit doek sedert 1989 in de abdij.

Dr Jos van Beurden bleef tijdens zijn leven onder alle loftuitingen zeer bescheiden. Bovenal wilde hij priester zijn en hij voelde zich het beste thuis in de abdij van Berne. In die zin waren de Duitse bezettingsmaatregelen uit 1942 een zegen voor hem. Voor de geschiedenis was het echter een ramp, want Van Beurden, die weinig waarde hechtte aan uiterlijk vertoon, kreeg toen de kans zijn archief grotendeels te vernietigen. Desondanks mag Nederland zich gelukkig prijzen dat de abdij van Berne deze priester, die van zo een grote betekenis voor de middenstand en het onderwijs is geweest, in haar midden heeft gehad.


Bronnen

• Archief Abdij van Berne: dossier dr J. van Beurden
• Archief Dr Mollercollege Waalwijk: Notulen van het bestuur
• Bisschoppelijk Archief 's-Hertogenbosch: Archieven O.M.O. en Middenstand
• Gemeente-archief Waalwijk: Archief van de Handelsdagschool De Langstraat 1911-1917, De Echo van het Zuiden 1910-1916 en verslagen Kamer van koophandel 1903-1922
• P.J.V. Dekkers, 'Opkomst en ondergang van de Hanzebank te 's-Hertogenbosch 1908-1923', in: Noordbrabants Historisch Jaarboek, 9 (1992), 44-77
• N.H.L. van den Heuvel e.a., Een halve eeuw zelfstandige middenstand in het bisdom 's-Hertogenbosch, 's-Hertogenbosch 1952
• Frans Vercauteren, 'Portret van een tijdvak', in: Meer dan Onderwijs, Drunen 1991, 7 e.v.


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.),
Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders.Deel 2 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Amsterdam/Meppel 1994).


Auteur: F.E.M. Vercauteren

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon