Harmen Jacobs Binnema (1849-1909)

gereformeerd predikant

Harmen Jacobs Binnema werd geboren op 6 september 1849 in Luinjeberd, gemeente Aengwirden, in de zuidoosthoek van Friesland, als zoon van Jacob Hendriks Binnema en Hendrikje Harmens Knol. Hij trouwde op 8 oktober 1875 in Terneuzen met Johanna Kaatje Mulder. Uit dit huwelijk werden vijf zoons en één dochter geboren; twee zoons volgden hun vader in het ambt van predikant. Ds. Binnema overleed op 12 november 1909 in Tilburg.

Harmen Jacobs Binnema groeide op in een arbeidersgezin. Na de lagere school ging hij in de leer op een scheepstimmerwerf. Zijn patroon, Marten Busstra, hoorde bij de afgescheidenen die in 1834 de Nederlandse Hervormde Kerk hadden verlaten. Door hem leerde Binnema het evangelie kennen. Hij was niet kerks opgevoed, maar kwam tot bekering toen hij 14 of 15 jaar oud was. Dadelijk raakte hij betrokken bij het kerkelijk jeugdwerk in de 'knapenvereniging' en hij stond dan ook al spoedig bekend als 'de vrome Binnema'.

De strijd om het bestaansrecht - tegenover de hervormde kerk - en om vrijheid van godsdienst - tegenover de overheid - was voor de afgescheidenen in het begin allesoverheersend. Een geregeld kerkelijk leven kon daardoor pas in de jaren vijftig en zestig van de negentiende eeuw tot ontwikkeling komen. In dit verband erkende men ook de zending als taak van de kerk. Er werd een opleiding voor zendelingen opgezet, onder leiding van ds. J.H. Donner in Leiden. De jonge Binnema zag het als zijn roeping om zendeling te worden in Nederlands-Indië. In 1874 begon hij aan de opleiding, maar hij kon zijn studie niet afmaken. Na een jaar moest hij trouwen en vatte hij noodgedwongen het scheepstimmervak weer op.

Toch kreeg hij alsnog de mogelijkheid om het evangelie uit te dragen, niet onder de 'heidenen' in Indië, maar onder de rooms-katholieken in Vlaanderen. In 1877 werd hij door de Belgische Christelijke Zendingskerk benoemd als bijbellezer-colporteur in Oostende. In deze havenstad woonden slechts enkele protestantse gezinnen. Binnema's werk omvatte echter meer dan de geestelijke verzorging van deze kleine kudde. Hij trok erop uit - in Oostende en de wijde omgeving - om bijbels, nieuwe testamenten en andere lectuur te verkopen, en om met mensen in gesprek te raken over het geloof. Zijn werk werd later beschreven door Jan Veltman in de roman De Vlaamsche Scharenslijper. Binnema stond model voor de figuur van Ponton in dat boek.

Vanwege zijn ervaring met het werk onder rooms-katholieken kreeg Binnema in november 1887 een benoeming als bijbellezer-colporteur in Noord-Brabant, met als standplaats Tilburg. Naast de 'zending onder de heidenen' was men ook meer en meer het belang gaan inzien van evangelisatie in eigen land, vooral in het Zuiden. Vanouds waren alleen de Brabantse noordwesthoek en het Land van Heusden en Altena grotendeels protestants. Allerlei protestanten waren echter verspreid in de provincie komen wonen voor hun werk, bijvoorbeeld bij de spoorwegen, de posterijen of de douane. Maar ook de industrialisatie en de ontginningen in de Peel trokken arbeidskrachten van boven de grote rivieren aan.

In de hervormde gemeenten in het Zuiden gaf de vrijzinnigheid destijds de toon aan. In de rooms-katholieke kerk stonden traditie en leergezag kennis van de bijbel in de weg. Orthodoxe protestanten zoals de afgescheidenen zagen het dan ook als hun roeping zich te weer te stellen tegen dit protestantse 'ongeloof' enerzijds en rooms-katholieke 'bijgeloof' anderzijds.

In Tilburg stond sinds 1874 een evangelisatie-lokaal, waar geregeld werd gepreekt en waar voor kinderen zondagsschool werd gehouden. Omdat de gemeenschap in Tilburg te klein was om een en ander in stand te houden, zorgde een provinciale commissie voor de fondsenwerving. Voorzitter was de Bossche predikant ds. Js. van der Linden. Deze ging voor zijn gezondheid jaarlijks kuren in Oostende en kwam daar in contact met Binnema. Die leek hem voor Tilburg de juiste man op de juiste plaats.

Binnema nam de benoeming aan en werd op 8 maart 1888 in Tilburg geïnstalleerd. Voor de kleine kring van gereformeerden verzorgde hij bijbellezingen, bidstonden en catechisaties. Ook rooms-katholieken trachtte men voor de bijbel te interesseren, zowel in de erediensten als door de zondagsschool. Persoonlijke contacten legde Binnema door middel van huisbezoek en ziekenbezoek. Een bijzondere gelegenheid voor evangelieverkondiging vormden begrafenissen, waar soms honderden mensen aanwezig waren.

Binnema verwachtte weinig heil van disputen over de strijdpunten met Rome. Veeleer streefde hij naar de vorming van kernen van gelovige protestanten, die een positieve uitstraling zouden hebben. Daarom hechtte hij veel waarde aan een actief verenigingsleven rond de kerk. Er was een zangvereniging voor het oefenen van de psalmen, een zendingsvereniging, een jongelings-, een meisjes- en een knapenvereniging. Verder was Binnema overtuigd van de noodzaak van christelijk onderwijs in Tilburg. Daarin zal zeker ook zijn vrouw een rol hebben gespeeld: haar vader was een van de pioniers van het christelijk onderwijs in Zeeland. Een eerste aanzet werd gevormd door de Christelijke Bewaar- en Handwerkschool, die in 1891 van start ging. In 1899 werd een schoolvereniging opgericht, waarvan ds. Binnema de eerste voorzitter was. Acht jaar later kon deze vereniging in Tilburg een School met den Bijbel openen.

In 1892 werd Binnema toegelaten tot het ambt van predikant; hij had daarvoor weliswaar niet de vereiste theologische opleiding, maar beschikte wel over bijzondere gaven. Hij bezat 'eene natuurlijke welsprekendheid, gepaard met veel vrijmoedigheid'.

Het arbeidsterrein van Binnema beperkte zich overigens niet tot Tilburg. Met een spoorabonnement doorkruiste hij heel de provincie. Hij werkte in plaatsen waar geen gemeente was - onder gereformeerden in de verstrooiing - maar ook in kleine gemeenten die zich geen eigen predikant konden veroorloven. Het evangelisatiewerk in Breda zette hij voort. Vanaf 1890 verzorgde hij wekelijks catechisaties, ook voor militairen die daar in garnizoen lagen. In 1891 werd er een eigen lokaal gehuurd, waar elke zondag werd gepreekt. Binnema reisde naar Helenaveen, waar turfgravers uit Overijssel waren komen wonen. Wekelijks gaf hij catechisatie in Helmond, dat jarenlang geen predikant had. Elke maand preekte hij een zondag in Roosendaal of in Drimmelen. Met bijbelcolporteur H. Dekker, die later ook predikant werd, begon hij het werk in Venlo, de eerste post in Limburg.

Bovendien hield hij spreekbeurten in heel het land om voor de evangelisatie in het Zuiden gelden in te zamelen. Deze collectereizen vormden een belangrijke bron van inkomsten, naast de jaarlijkse bijdragen van kerkelijke gemeenten en particulieren.

Vanaf 1903 werkte ds. Binnema in Eindhoven. Op grond van het toenemend aantal leden kon daar in 1908 een zelfstandige kerk worden geïnstitueerd. Deze kerk bracht in maart 1909 een beroep uit op ds. Binnema. Omdat hij zich graag wilde wijden aan de verdere opbouw van de kerk van Eindhoven, nam hij dat beroep aan. Door ziekte was hij echter gedwongen die toezegging terug te nemen. Zijn werk moest hij neerleggen. Op 12 november 1909 overleed ds. Binnema in Tilburg.

Het evangelisatiewerk van ds. Binnema ligt aan de basis van verscheidene gereformeerde kerken in Noord-Brabant, die achtereenvolgens zelfstandig konden worden: Helenaveen (1892), Breda (1893), Tilburg (1894), Eindhoven (1908). Een collega schreef: 'God had hem gaven geschonken om het woord aan de huizen te spreken naar de behoeften van onwetenden en dwalenden. Voor ieder dien hij op zijn weg ontmoette, had hij het rechte woord, en wist dat op de rechte wijze tot hen te richten. Gaven om de eerste discipelen in stad of dorp te vergaderen, bijeen te brengen, te leiden en door catechisatie en bijbellezing te onderrichten van den weg der zaligheid. Kortom: hij was een bekwaam instrument om de verstrooiden te vergaderen, en op vele plaatsen tegenover on- en bijgeloof de banier des Evangelies te planten.'


Bronnen

• A.P. Crom e.a. (red.), Anderhalve eeuw gereformeerden in stad en land: Noord-Brabant en Limburg, Kampen 1985
• P.F. Dillingh, Tussen Rome en Dordt: honderd jaar Gereformeerde Kerk Tilburg 1894-1994, Tilburg 1994
• J.H. Donner, 'In memoriam Ds. H.J. Binnema', in: Handboek ten dienste van de Gereformeerde Kerken in Nederland 22 (1910) 302-304
• Joh. de Haas, Gedenkt uw voorgangers 2, Haarlem 1984
Na vijftig jaren: overzicht van den Evangelisatie-arbeid der Gereformeerde Kerken in N.-Brabant en Limburg 1863-1913 en jaarverslag over 1912/13
• J. Veltman, De Vlaamsche Scharenslijper, Nijkerk 1913
• P. Visser, In 't verleden ligt het heden... 1907-1957: kroniek van besluiten en gebeurtenissen in de Vereniging tot Stichting en Instandhouding van Scholen met den Bijbel en de Julianaschool te Tilburg, Tilburg 1957


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 4 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening,
Amsterdam/Meppel 1996).


Auteur: P.F. Dillingh

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon