Fons van den Boogaard (1890-1940)
drukker-uitgever en voorman van Zwart Front
Alphonsus Georgius van den Boogaard, werd geboren op 23 april 1890 te Tilburg, als zoon van Adrianus van den Boogaard, kettingscheerder en haspelaar, en Joanna Maria Meyers. Hij trouwde met Carolina Johanna van Pelt met wie hij zes kinderen kreeg en overleed in Oisterwijk op 12 januari 1940.
Fons van den Boogaard was de jongste van de acht kinderen van een Tilburgs textielarbeidersgezin. Moesten de oudste kinderen nog in het voetspoor van hun vader de weverijen in, de twee jongsten - Gust en Fons - konden een vakopleiding volgen, respectievelijk voor letterzetter en boekdrukker. Fons van den Boogaard verhuisde na zijn opleiding tot boekdrukker in 1912 naar Nijmegen. Hij leerde daar zijn toekomstige vrouw kennen, maar keerde in 1917 terug naar Tilburg om zich tijdelijk bij het gezin van zijn broer Gust te voegen. Na een kort verblijf in Amsterdam zou hij zich, inmiddels getrouwd, in oktober 1917 vestigen in Oisterwijk. Hij begon daar samen met zijn broer Gust een drukkerij annex uitgeverij: drukkerij Gebroeders Van den Boogaard en Centrale Uitgeverij Oisterwijk. Hun eerste grote project was het vervaardigen van het plaatselijk weekblad Kerkklokje. Dit blad bereikte binnen een jaar een oplage van 800 en verschafte een financiële basis aan de nog jonge drukkerij.
Katholieke herstelbeweging
Via de lokale r.k. kiesvereniging kwam Van den Boogaard in contact
met de econoom Emile Verviers en de schrijver-journalist A.
Jurriaan Zoetmulder. Beiden waren voorstanders van de katholieke
herstelbeweging, een rechtse reactie op de linksgerichte
revolutionaire stromingen direct na de Eerste Wereldoorlog. De
herstellers hadden een uitgesproken afkeer van de democratie.
Verviers, wel de eerste fascistisch denkende politicus onder de
Nederlandse katholieken genoemd, gold als tegenstander van het
algemeen kiesrecht. Zoetmulder verweet de plaatselijke
geestelijkheid meer tijd en geld uit te trekken voor een Adriaan
Poirters-monument dan voor onderwijs, drankbestrijding en de
Katholieke Sociale Actie. Van den Boogaard werd een vurig
voorstander van de herstelbeweging. Vanaf 1 juli 1922 verscheen bij
de Centrale Uitgeverij Oisterwijk het regionale blad Brabants
Centrum, dat onder leiding van Zoetmulder in 'principieel
Katholieken geest' geredigeerd werd. In oktober van datzelfde jaar
ging Van den Boogaard de uitgave van Verviers' Katholieke
Staatkunde verzorgen. In dat blad spraken Zoetmulder, de
priester-publicist Wouter Lutkie en Verviers zelf zich het
duidelijkst uit voor het fascisme van Mussolini.
Katholieke Staatkunde dreigde getroffen te worden door een bisschoppelijk verbod en veranderde op voorhand alvast de naam in Opbouwende Staatkunde. De katholieke kerk reageerde scherp afwijzend en dat betekende uiteindelijk de doodsteek. Op 8 mei 1924 staakte de Centrale Uitgeverij Oisterwijk de uitgave van het blad. Fons van den Boogaards activiteiten beperkten zich tijdelijk tot het uitgeven van devotionele literatuur en het drijven van een boekhandeltje. Lutkie en Verviers bleven er wel hun werken publiceren.
Van den Boogaard
Vooral met Lutkie onderhield Van den Boogaard nauwe contacten. Op
zijn advies nam Van den Boogaard een publiciteitsmedewerker aan en
smeedde hij plannen voor uitbreiding van de drukkerij. In augustus
1928 ondervond de uitgeverij moeilijkheden met Justitie in verband
met het verschijnen van Lutkie's Van Toorop naar
Mussolini. Gust van den Boogaard trok zich uit de zaak terug
waardoor Fons financieel nog meer afhankelijk werd van Lutkie. Deze
stelde Van den Boogaard in de gelegenheid om grond en panden te
kopen zodat er een nieuwe drukkerij kon verrijzen in de nabijheid
van Fons' boekhandel. Van den Boogaard kwam daardoor wel diep in de
schulden te zitten. Hij had nog gelden af te lossen aan een aantal
personen en aan een lettergieterij in Amsterdam. Daarbij kwam
Lutkie's lening van ƒ 9000,- tegen een rente van zes procent.
Lutkie had een stevige vinger in de pap gekregen en zijn
priesterschap verleende hem nog meer aanzien bij Van den Boogaard.
Uit brieven blijkt dat Lutkie voor hem, maar ook voor andere
katholieke herstellers, een soort biechtvader was wiens adviezen
gewillig opgevolgd werden.
Van den Boogaard en Lutkie wilden de ideeën van de herstelbeweging niet alleen propageren door geschriften. Toen de Amsterdamse volksjongen Jan Baars in 1932 de Algemeene Nederlandsche Fascisten Bond (ANFB) entte op het Italiaanse fascisme, sloten Lutkie en Van den Boogaard zich aan. Vanaf 1930 gaven zij bovendien het culturele tijdschrift Aristo uit waarin anti-democratische opvattingen werden verkondigd.
Zwart Front
Inmiddels was Van den Boogaard door Lutkie attent gemaakt op de
oud-seminarist Arnold Meijer. Meijer had in 1932 Wij
vergaan gepubliceerd waarin hij stelde dat de 'verrotting' van
de Europese democratie alleen gekeerd kon worden door een
autoritair denkende elite. Dat was taal die Van den Boogaard
aansprak. Op 17 januari 1933 deed hij Meijer een aanbod om voortaan
diens werken uit te geven.
Inmiddels gaven enkele Brabantse ANFB'ers het arbeideristische blad Zwart Front! uit. Toon de Werd, medewerker van dat blad, Van den Boogaard en Lutkie overlegden over een ANFB-propagandaleider voor het zuiden en Van den Boogaard wist Meijer te overreden die taak op zich te nemen. Binnen korte tijd vormde Meijer de zuidelijke afdeling van de ANFB echter om tot een geheel nieuwe partij: Zwart Front. In de zomermaanden van 1934 zou Meijers Zwart Front op spectaculaire wijze in Noord-Brabant van start gaan. Van den Boogaard werd voorzitter van de Oisterwijkse afdeling die in korte tijd honderden leden telde. Zwart Front was sterk antisemitisch en streefde naar een autoritair staatsgezag. De beweging presenteerde zich nadrukkelijk als de vertolker van de belangen van de kleine man, de middenstand en de boeren.
Bij de verkiezingen van 1935 kwam Van den Boogaard met nog een vooraanstaande Zwart Fronter in de Oisterwijkse raad. Meijer, die lang geaarzeld had of hij zich wel met het democratische 'gekonkel' moest inlaten, toonde zich hierover uiterst verbolgen. Hij had verkiezingslijsten met daarop namen van bekende Zwart Fronters uitdrukkelijk verboden. In de raad kwam Van den Boogaard vooral op voor de belangen van de middenstand en de werkverschaffingsarbeiders. Hij ageerde op fel antisemitische wijze tegen de SDAP en de joodse eigenaren van de Oisterwijkse lederfabriek. Ook de RKSP-politiek moest het ontgelden. De raadsleden van Zwart Front lieten in 1938 de kans niet onbenut toen aan het licht kwam dat een ambtenaar, tevens voorzitter van de RKSP-afdeling, zich vergrepen had aan gemeenschapsgelden. Van den Boogaard kreeg het daardoor in Oisterwijk zwaar te verduren. Ook Justitie liet hem niet met rust. Toen het blad Zwart Front in 1936 een rel trachtte te schoppen over de naturalisatie van de joods-Duitse bankier Mannheimer werden de persen van drukkerij Van den Boogaard verzegeld.
'Recht voor Allen'
Van den Boogaards populariteit bij de bevolking was echter
bijzonder groot. De voorzitter en de geestelijk adviseur van de r.
k. middenstandsorganisatie slaagden er niet in om hem uit die
vereniging te royeren. Bij de raadsverkiezingen van 1939 behaalde
Van den Boogaard met de lijst 'Recht voor Allen' opnieuw twee
zetels met 16% van de stemmen. Bij de kamerverkiezingen van 1937
had Zwart Front in Oisterwijk zelfs 21,4% behaald.
Op 12 januari 1940 stierf Van den Boogaard op 49-jarige leeftijd. Aanvankelijk nam zijn vrouw de zaken waar. Toen in april 1940 Zwart Front werd omgezet in Nationaal Front kwam de leiding van de uitgeverij in handen van G. Zwertbroek.
Van den Boogaard leverde niet - zoals Verviers, Lutkie en Meijer - de ideeën voor de katholiek-fascistische beweging. Wel was hij de centrale figuur in de organisatie. Via zijn drukkerij en uitgeverij verschenen meer dan 50 fascistische boekwerken en periodieken. Lutkie kwalificeerde de Oisterwijkse drukker als 'Gesneden uit het hout der volkstribunen; maar hij was de aristocraat in die klasse'. De Oisterwijkse burgemeester, een fel tegenstander van Zwart Front, prees de tactische opstelling van het overleden raadslid en zijn inzet voor de sociaal zwakkeren. Van den Boogaard leidde de meest succesvolle Zwart-Frontafdeling en wist via het inspelen op de belangen van werklozen, boeren en middenstanders én door gebruik te maken van moderne organisatie- en propagandamiddelen datgene te bereiken waarvan Meijer en Lutkie slechts konden dromen: een massale aanhang bij het volk.
Bronnen
• Ad van den Oord, 'De bezem erdoor'..., de aanhang van het
volksfascisme in Oisterwijk, in: Th. Cuijpers (red.), Zorgvolle
tijden, oorlogsjaren in Oisterwijk, Oisterwijk 1991,
5-27
• L.M.H. Joosten, Katholieken en fascisme in Nederland,
1920-1940, Hilversum 1964
• Hans Schippers, Zwart en Nationaal Front, Latijns
georiënteerd rechts-radicalisme in Nederland (1922-1946),
Amsterdam 1986.
Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.),
Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en
onbekende Noordbrabanders. Deel 1 (Uitgeverij Boom en
Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening,
Amsterdam/Meppel 1992).