Louis de Bourbon (1908-1975)

dichter, troonpretendent, verzetsman en burgemeester

Louis Jean Henri Charles Adelberth de Bourbon werd op 27 december 1908 geboren te Renkum-Oosterbeek als zoon van Henri Charles Edouard de Bourbon en Carolina Anna van Kervel. In 1933 trouwde hij met de in Kopenhagen geboren Gudrun Marie Naumann, met wie hij ook zijn laatste levensjaren gehuwd was. Tussen 1948 en 1951 was hij getrouwd met Margaretha Maria van Mourik. Uit zijn eerste huwelijk had Louis de Bourbon drie kinderen. Op 8 januari 1975 overleed hij in het Arnhemse Sint-Elisabethgasthuis.

Louis de Bourbon werd geboren op Franse grond. De vier poten van het kraambed stonden in potten aarde uit Frankrijk. Dit feit tekent het verdere leven van de jongen die opgroeide onder het ijzeren regime van zijn vader, de Franse troonpretendent. De dood van zijn moeder, in 1920, was een hevige schok die het einde van zijn 'paradijselijke jeugd' betekende. In 1952 getuigde hij van zijn diepe verbondenheid met zijn moeder in de bundel Voor haar alleen:

   'Dit is een lied voor haar alleen
   wier held're liefde mij bescheen
   sinds het eerste tasten van mijn blik
   tot aan haar bittere stervenssnik
   wier beeld sindsdien mijn leven kleurt
   met licht en schaduw, beurt om beurt.'

Op de sombere kostschool van Pey-Echt werd zijn belangstelling voor literatuur gewekt. In Nijmegen studeerde hij rechten en hield hij zich bezig met historisch onderzoek naar zijn afkomst. De Bourbon raakte er ook zelf van overtuigd dat zijn overgrootvader Karl Wilhelm Naundorff geen bedrieger was, maar de Franse koningszoon Lodewijk XVII.

In 1931 debuteerde Louis de Bourbon als dichter. Hij werd redacteur van literaire tijdschriften als Het Venster, Roeping en De Gemeenschap. Langdurige vriendschappen met schrijvers als Anton van Duinkerken, Antoon Coolen, Jan Engelman en de groep rond de Deurnese arts-schilder Hendrik Wiegersma kwamen daar uit voort. Louis de Bourbon kreeg een baan als redacteur buitenland en kunst en letteren bij het dagblad De Gelderlander. In 1936 vertrok hij met zijn gezin voor zes jaar naar Nederlands-Indië, om redacteur te worden van het Soerabajaas Handelsblad en de Indische Courant. Ruim twee jaar later keerde hij terug naar Nederland, onder andere vanwege de slechte gezondheid van zijn kinderen. Een advies van Hendrik Wiegersma had de doorslag gegeven bij dit besluit.

Inmiddels was Louis de Bourbons vader overleden, waarmee hij de stamhouder van de Bourbons was geworden. Het onafwendbare van die taak, de altijddurende ballingschap, drong op dat moment pas goed tot hem door en bepaalde voor een groot deel zijn dichterschap.

In november 1938 werd hij benoemd tot burgemeester van Escharen en Langenboom. Later werd Gassel nog aan de gemeente toegevoegd. Met zijn gezin vestigde Louis de Bourbon zich in Heumen. Daar leerde hij tijdens de voormobilisatie, Pasen 1939, Jan Borghouts kennen die onder de naam Peter Zuid een leidende rol zou gaan spelen in het verzet.

Diverse anekdotes verhalen hoe Louis de Bourbon tijdens de oorlog opkwam voor de bevolking, zowel in Escharen als in zijn volgende standplaats Oss, waar hij in mei 1941 werd benoemd. Twee jaar later nam hij daar ontslag, omdat hij weigerde inwoners naar een werkkamp te sturen. Hij dook onder in Plasmolen bij de schilder Jacques van Mourik. Van daaruit leidde De Bourbon district V van de ondergrondse 'Ordedienst' en was hoofdleider van vijf Brabantse knokploegen. Hij werd bij verstek ter dood veroordeeld in het voorjaar van 1944.

Veel van het letterkundige werk dat hij tijdens de bezetting had geschreven, ging door oorlogshandelingen verloren. De restanten, gebundeld in Nocturne, getuigen van de extreme spanningen waaraan De Bourbon was blootgesteld. Die leidden ertoe dat hij er na de oorlog niet meer in slaagde de draad op te nemen. Met ingang van juni 1946 werd hem eervol ontslag verleend als burgemeester van Oss. Een lange periode van grote onrust brak aan. Diverse malen wisselde hij van woonplaats en van uitgever. Hij werkte freelance als letterkundige, vertaler en verzekeringsagent. Zijn huwelijk strandde. Hij hertrouwde met de dochter van Jacques van Mourik, maar ook deze verbintenis hield geen stand. De teleurstelling blijkt duidelijk uit het in 1953 geschreven Zelfportret V:

    'Het voorhoofd hoger door verlies van haren
    de groeven scherper en meer zorg-bewust
    maar het wezenlijkst verschil met vroeger jaren:
    de blik waarin het laatst verlangen werd geblust
    het moedeloos en diep-ontgoocheld staren
    boven een mond, die zelden lacht en kust.'

Onder diverse pseudoniemen publiceerde De Bourbon korte verhalen ('imponderabilia om-den-brode', zoals hij ze zelf noemde) en artikelen over het Franse verleden van zijn voorgeslacht. De heropening van het graf van Naundorff/Lodewijk XVII en het onderzoek van het stoffelijk overschot in 1950 brachten niet de verwachte zekerheid van zijn afstamming van de Bourbons.

De stroom publikaties in tijdschriften en damesbladen groeide, dicht- en verhalenbundels verschenen, maar de kwaliteit van eerdere publikaties werd vaak niet meer bereikt. De schade die de oorlog had toegebracht aan zijn geestelijke en lichamelijke gezondheid, manifesteerde zich steeds duidelijker.

Louis de Bourbon, die door de jaren heen contact had onderhouden met zijn gezin en ex-vrouw, hertrouwde met Gudrun. Zij bracht weer wat rust in zijn bestaan. In 1970 overleed zij aan de ziekte die inmiddels ook bij De Bourbon was geconstateerd. Van een ernstig auto-ongeluk en een lichte hersenbloeding herstelde hij, maar de keelkanker die hem sloopte was niet te genezen.

Louis de Bourbon was een markante persoonlijkheid. In anekdotes leeft de man voort wiens leven werd beïnvloed door de romantiek van het verloren koningschap. Een betrokken bestuurder die al heel vroeg de gevaren van het nazisme onderkende. Een zoeker die geen rust kon vinden. De vrouw in al haar gedaanten - de jonggestorven moeder, de echtgenote die een veilige thuishaven biedt, de kortstondige geliefde die passie opwekt - bepaalde eveneens het leven en het werk van Louis de Bourbon. Dertig boeken en honderden korte verhalen en kranteartikelen publiceerde hij. Wie zijn werk met zorg leest en vergelijkt met het oeuvre van zijn vrienden, constateert dat De Bourbon niet terecht in de schaduw van zijn generatiegenoten is beland.


Bronnen

• Louis de Bourbon, 'Antoon Coolen 60 jaar', in: Roeping, 32 (1956)
• Louis de Bourbon, Halverwege, Amsterdam 1953 (met een inleiding van Ben van Eysselsteijn)
• Louis de Bourbon, Nocturne, Helmond 1944
• Louis de Bourbon, Verzamelde gedichten, Brugge 1974 (met een inleiding van Jan H. de Groot)
• Louis de Bourbon, Voor haar alleen, Amsterdam 1952
• Rico Bulthuis, De koorddansers en andere herinneringen, 's-Gravenhage 1985
• Chr. B.P. van Herpen (ed.): Ik heb gezegd! Toespraken gehouden door Mr. L.J.H.Ch.A. de Bourbon als burgemeester der gemeente Oss, Alphen aan den Rijn 1947
• Margreet Janssen Reinen, 'In ballingschap, portret van Louis de Bourbon', in: Iambe, 2 (1983), nr. 7
• Margreet Janssen Reinen, 'De dichter is verkouden', in: Rond de Grenssteen, 1 (1987), nr. 2
• Margreet Janssen Reinen, 'Frankrijks bleekste zoon - bezoek aan de Bovensteweg', in: Rond de Grenssteen, 1 (1987), nr. 4
• Margreet Janssen Reinen, '"Komm her Mädel, komm an meinen Busen!"', in: Rond de Grenssteen, 4 (1990), nr. 13


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 3
(Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Amsterdam/Meppel 1995).


Auteur: M.H.M. Janssen Reinen

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon