Alphons Bouwman (1894-1968)

woordvoerder van de kleine boer

Alphons Bouwman, in eigen omgeving ook wel 'de Fons' of 'den Bouw' genoemd, werd 31 augustus 1894 geboren in het Maas en Waalse Puiflijk. Hij was het vierde van de vijf kinderen van Johannes Bouwman en diens uit het Brabantse Neerloon afkomstige echtgenote Maria Johanna Smits. Hij trouwde in 1926 met de molenaarsdochter Lies Lamers uit Velp (Noord-Brabant). Het huwelijk bleef kinderloos. Alphons Bouwman stierf op 11 december 1968.

In het ouderlijk huis werd de kost voor het gezin verdiend op een bedrijfje van zo'n zeven hectare. De vader was een zenuwachtige, ongeduldige man. 'Hij staat', zeiden ze, 'wat kort in de kar.' Dat gold evenzeer voor Fons, op school een jongen met losse handen die altijd opkwam voor de zwakken. Ook als volwassene had hij geen vrienden. In een herberg kwam hij nooit. Wel stond hij op het dorpstoneel en in het zangkoor. Van de harmonie was hij zelfs voorzitter. Na de lagere school begon Fons als knecht in een tabakspakhuis. Daarna volgde hij nog wel de Tuinbouwschool in Hees-Nijmegen, niet zonder succes maar toch zonder diploma. Hij vestigde zich als boomkweker, niet ver van het ouderlijk huis, in 'Het Gouden Paard', meer een deftig huis dan een boerderij, met inderdaad zo'n paard in het bovenlicht. Tijd voor politiek of meisjes kreeg hij later pas. Zijn eerste en enige liefde werd en bleef Lies Lamers. Hun huwelijk bleek gelukkig. In 1926 werd Alphons lid van de kersverse Rooms-Katholieke Staatspartij (RKSP). Samen sappelden ze tussen de bomen, kippen en nog wat mestvarkens. Een deel van 'Het Gouden Paard' verhuurden ze voor een rijksdaalder in de week. In de voortuin stond het beroemd geworden bord met de slimme mededeling: 'Alphons Bouwman - geexamineerd Boomkweker!!'

Het stel boerde niet slecht. In 1934 - er stond al vierduizend gulden op hun spaarbankboekje - nam hun leven een keer. De Landbouwcrisiswetgever had toen net het mes van de productiebeperking diep in het vlees staan, vooral in dat van de kleine boeren. Deze boeren schreeuwden dan ook moord en brand. De uitvoering van de wet liep via de wijdvertakte kanalen landinwaarts van de drie Centrale Landbouw Organisaties (CLO's), wat voor Bouwman in feite de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) en - over de Waal in Over-Betuwe en Lijmers - de Aartsdiocesane Boeren en Tuinders Bond (ABTB) betekende. Beide bonden leidden een goed, wat bevoorrecht leven onder de kromstaven van Utrecht en Den Bosch. Beide moesten statutair ook voor de kleine boer opkomen. Beide moesten echter als effectuerend lichaam van de genoemde worgwet diezelfde kleine boer ook de strop omdoen. Beider afdelingen moesten de commissie bemannen die ter plekke de productie-eenheden verdeelde. Deze verdelers waren behalve christenen ook maar mensen en zelf belanghebbend. Tegen dit gesloten circuit kwamen zelfs de gemeentebesturen in verzet. 'Bij ons', vatte de weduwe Bouwman die tijd later kort en grimmig samen, 'werden de eenheden onder de voorname families verdeeld'.

Begin september 1934 deden de kleine boeren van Puiflijk, gefrustreerd door hun eigen afdeling, een beroep op 'den Bouw'. Deze maakte onmiddellijk tijd voor politiek en toog aan het werk. Her en der voerde hij het woord op de 'wilde' vergaderingen van wat al snel de Actie voor den kleinen Boer begon te heten. Binnen de kortste keren was Fons als spreker het meest gevierd en gevraagd. De volksmond repte al meteen van de Actie Bouwman. De gave van het woord overviel hem, hij werd er warm van in zijn binnenste. Hij besefte te bezitten en moeiteloos uit te stralen wat zijn vele secondanten misten: het charisma van de Leider. Met zijn grote gestalte en ver dragend geluid ging hij zijn kleine boeren voor. Hij sprak hun taal: het Brabants van langs de grote rivieren zoals gesproken, globaal, in een lijn van Den Bosch naar Zevenaar, tot aan de Oude IJssel waarachter de Saksen woonden die hem niet meer verstonden. Tot daar verstonden ze hem tot in zijn humor. Als Bouwman sprak, daverde geregeld massaal gelach over de menigte, die door tegenwerkende overheden meestal naar een voetbalveld was verbannen.

In hoog tempo groeide de Actie Bouwman naar haar grootste omvang. Nog stuurden de Boerenbonden hun secretarissen naar het bedreigd gebied, maar 'den Bouw' was niet meer te stuiten. Op 15 november 1934 koos de Actie Bouwman in Wijchen een hoofdbestuur. De negentiende van die maand had de 'door het Rijk geëxamineerde boomkweker' al een gesprek in Den Haag met mensen van de RKSP. Zelf schreef hij daarover: 'Prof. Alberse vond het erg overdreven, waarop ik zei dat ik het een schande vond dat de Heren volksvertegenwoordigers niet op de hoogte waren.' Een dag of wat later sprak hij op een vergadering van de Kiesvereniging te Leeuwen. De voorzitter wist niet goed hoe hij het had. Normaal had hij zo'n man of twintig voor zich, nu een volle bak. Bouwman zei: 'Ik ben katholiek en niet tegen crisismaatregelen maar tegen de oneerlijke toepassing daarvan.' Na sluiting van de vergadering gaven velen zich op als Actielid.

Met Sinterklaas sprak de secretaris van de NCB in datzelfde Leeuwen. Hij had een surprise meegebracht: wie per 1 januari 1935 nog lid was van 'een bepaalden nieuwen bond' werd geroyeerd, ook uit de belendende organisaties als die van de verzekeringen. Den Bouw bemiddelde vervolgens belangeloos voor de gedupeerden bij een particuliere brandverzekering. Ook aan zijn eigen veefonds wilde hij niet verdienen: 'Ik heb toen een veeverzekering opgericht, de Verzekering Bouwman. Ik heb er alleen onkosten aan gehad.'

Op 17 december 1934 werd in een vergadering te Nijmegen aan Bouwman gevraagd of het geen tijd werd voor een geestelijk adviseur. 'Nee', zei hij, 'we zijn nog geen vereniging!' De volgende dag werd de Actie naar Den Haag ontboden en gehoord door de minister van Economische Zaken. Op de statuten van de beloofde vereniging werd in 'Het Gouden Paard' te Puiflijk lang gebroed, tot op 18 februari 1936 in 'Het Vergulde Paard' te Nijmegen de Actie werd omgezet in de Christelijke Organisatie van Kleine Zelfstandigen (COKZ). En dan was er nog die geestelijk adviseur. Bisschop Diepen keek wel om naar de armen maar zag daarbij wat hinderlijk scheel naar de hemel. In beroerde tijden, vond de herder in zijn brieven, boffen de rijken want ze vinden volop gelegenheid om aalmoezen te schenken en de werklozen hebben dan alle tijd voor het gebed. Aartsbisschop De Jong, net benoemd in Utrecht, schreef echter: 'Stellen wij ons niet tevreden met het schenken van aalmoezen (...) beoefenen wij ook de sociale gerechtigheid (...).' De pastoors van de Over-Betuwe waren toen net klaar met een dekenale brief tegen de Actie Bouwman. Was mgr. De Jong het ermee eens? Daarom stuurden ze Piet Sips van Angeren naar het Sticht. 'Niet doen,' zei de aartsbisschop, 'deze kleine mensen hebben reden tot klagen, onze ABTB heeft niet altijd het nodige begrip voor ze opgebracht.' Toch viel hartje zomer 1936 de kerkelijke genadeklap. In de Sint-Jansklokken verscheen een brief van het Nederlandse episcopaat, gedateerd op 24 juni, waarin de COKZ als neutrale vereniging ongeschikt werd bevonden voor de beminde gelovigen. Den Bouw verdedigde zich nog, erkende best het kerkelijk gezag maar dan wél alleen op kerkelijk terrein! Hij schikte zich niet.

Intussen had de RKSP begrepen dat de COKZ slechts de borgsommen hoefde op te hoesten om als dissidente partij aan de nakende Kamerverkiezingen deel te kunnen nemen. Daarom werd Alphons Bouwman in januari 1937 uit de partij gestoten. Hij stelde zich inderdaad kandidaat. Zijn inzet was hoog: geld, goed en eer, plus ziel en zaligheid want de stemdaad werd toen nog verricht onder het oog van God. Op de laatste zondag voor de verkiezingen van 26 mei 1937, herinnerde zich nummer één van de Lijst A-B in een curriculum vitae, preekte de pastoor van Heesch bij Oss 'dat, als men mij stemde, een doodzonde deed die pas op het sterfbed vergeven zou worden.' In extremo werd door Henri de Greeve nog een poging ondernomen David met Goliath te verzoenen, maar wat in 1933 nog lukte met de dissidente boeren uit Limburg, lukte niet met de onkreukbare Bouwman. Hij ging niet in op het voor hem zeer voordelige en eervolle aanbod, zei later zijn weduwe. Bouwman zelf: 'Het onderhoud was in Utrecht. Er waren bij aanwezig Henri de Greeve en Mr. Kolfschoten (nu burgemeester in Eindhoven). Deze bespreking liep op niets uit. De NCB liet 10.000 pamfletten drukken en verspreiden waarop stond dat ik mij verkocht had aan de RKSP, maar dit was nu juist niet mijn bedoeling.' De verkiezingen gingen tussen Hemel en Aarde. Bouwman verloor. Hij kreeg maar een halve zetel.

Voor de verliezer was de ramp onafzienbaar: spaargeld op, kwekerij verlopen, goede naam verloren. Hij moest 'de hut' verkopen, verhongerde in een sigarenwinkeltje in Druten en meldde zich 8 oktober 1940 bij de NSB als lid aan. En toen werd hij in dat uniform ten slotte toch nog 'de lelleke kerl' waarvoor hij in de jaren '30 als fatsoenlijk man werd uitgekreten. Een paar mindere baantjes maakten hem 'burgervaderwaardig'; op 2 oktober 1943 werd hij benoemd tot burgemeester van Budel, waar hij zich wegens zijn fanatieke en lompe optreden allesbehalve geliefd maakte.

Na de oorlog kreeg hij met veel clementie acht jaar, waarvan hij er vier uitzat. Zijn vrouw - ubi Gaius ibi et Gaia - knapte als zijn medestandster twee jaar op. Uitgehuild begonnen ze opnieuw te Berghem bij Oss in de witbestoven wereld van het molenaarswezen. Hij begon met 'n transportfiets en één zak meel. Het bedrijfje floreerde. Op 11 december 1968 overleed Alphons Bouwman, voorzien van de genademiddelen van zijn kerk. Geboren met een zwak gestel, gaf deze Don Quichotte van Puiflijk zich pas in zijn laatste ziekte over aan het hoge geweld van Gods molens, die voor deze 'haastige' mens gedurende zijn eigen aandeeltje in de kerkgeschiedenis wel een beetje erg langzaam gemalen hadden.


Bronnen

• T. Duffhues, Voor een betere toekomst. Het werk van de NCB voor bedrijf en gezin (1896-1996), Nijmegen 1996
• H.M.J. Elemans, Honderd jaar de hand aan de ploeg. NCB Ravenstein-Herpen (1897-1997), Ravenstein 1997
• Jan Elemans, 'Het historisch belang van de Actie Bouwman', De Tijd, 15 juli 1977
• Hans van Velthoven, Maas en Waal in de dertiger jaren, Hulst 1993
• Archief Bijzondere Rechtspleging, Den Haag: Alphons Bouwman, Curriculum vitae


Dit artikel verscheen eerder in: P. Timmermans e.a. (red.), 
Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 5 (Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Heeswijk 1999).


Auteur: Jan Elemans

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon