Heymericus de Campo (1395-1460)

theoloog

Heymericus de Campo werd in 1395 te Son geboren als zoon van Godefridus van de Velde, deken van Woensel. Op 11 augustus 1460 overleed hij te Leuven.

Over zijn vroege jeugdjaren is niets met zekerheid bekend. Als vijftienjarige ging Heymericus naar Parijs om wijsbegeerte te studeren. Hij behaalde daar de doctorstitel. Vervolgens heeft hij waarschijnlijk ook in Parijs vijf jaren theologie gestudeerd. In 1423 werd hij aan de universiteit van Keulen toegelaten tot het onderwijs in de bijbel. Na zijn priesterwijding in Luik in 1425 promoveerde hij in 1428 te Keulen tot magister in de theologie.

Heymericus was in Keulen ook rector van een studenteninternaat, het Collegium Laurentianum. In 1431 werd hij bovendien onderkanselier en in 1432 rector van de universiteit. Deze zond hem op 1 december 1432 als haar afgevaardigde naar het concilie van Bazel. Op dat concilie heeft Heymericus een belangrijke rol gespeeld. Hij werd belast met de voorbereiding van de meest belangrijke zaken die daar aan de orde waren: het juiste evenwicht tussen het gezag van het concilie en dat van de paus, de ketterij van de Hussieten en hervorming van de kerk.

Hoe moest er een einde gemaakt worden aan de aanwezigheid van een en soms wel twee tegenpausen? Had een concilie daartoe de macht en was dit dus in gezag boven de paus geplaatst? Eerst verdedigde Heymericus -in overeenstemming met de opvattingen van zijn universiteit- het overwicht van het conciliair gezag; later veranderde hij van mening en ondersteunde hij het primaat van het pauselijk gezag.

Over de ketterij van de Hussieten had hij reeds in 1425 zijn denkbeelden uiteengezet. De Hussieten eisten communie onder de beide gedaanten van brood en wijn en deden afbreuk aan het leerstuk van de transsubstantiatie, dat wil zeggen de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus. Zij verlangden bovendien dat de geestelijkheid in apostolische armoede zou leven. Zij waren tegenstanders van de leer over de aflaten en van de aflatenhandel. Tenslotte wilden zij vrijheid om hun leer te prediken.

Het streven naar hervorming van de kerk concentreerde zich op kwesties als de verkoop van geestelijke ambten en de voortdurende afwezigheid van kerkelijke ambtsdragers, die zich lieten vervangen door plaatsvervangers.

In februari 1435 reisde Heymericus terug naar Keulen, omdat hij niet, zoals zijn universiteit, met de in Bazel overheersende conciliaire stroming wilde meegaan. Reeds in april 1435 ging hij in op een herhaalde uitnodiging van de universiteit van Leuven om aldaar theologie te komen doceren. Bovendien is hij daar zes maal tot rector verkozen. Hij had zijn tehuis in het klooster van de Augustijner koorheren te Herent, dicht bij Leuven, alwaar hij tevens theologie en filosofie doceerde. Bij het Collegium Castrum stichtte hij een studiebeurs, bij voorkeur ten behoeve van behoeftige bloedverwanten of anders voor inwoners van Son en Breugel of van naburige plaatsen.

In zijn tijd genoot Heymericus een grote faam. Hij werd in 1425 door de paus naar Rome uitgenodigd om er zijn opvattingen over de ketterij der Hussieten uiteen te zetten. Even opvallend was zijn rol op het concilie van Bazel. Twee maal werd hij door de pas opgerichte universiteit van Leuven uitgenodigd om daar te komen doceren. Zijn werken werden in zijn tijd op allerlei universiteiten bestudeerd. Tot op de dag van vandaag wordt Heymericus door vakgenoten gewaardeerd. Op het terrein van de afstemming van conciliair en pauselijk gezag spelen zijn geschriften nog steeds een rol. Door sommigen, onder andere Black en Meersseman, wordt hij een van de aanzienlijkste filosofen en theologen van zijn tijd geacht en de enige professor in de toenmalige theologische faculteit te Leuven die oorspronkelijk werk leverde. Hoenen is terughoudender in zijn beoordeling. Een van de redenen dat Heymericus relatief onbekend is gebleven, is volgens hem gelegen in zijn taalgebruik: 'een duister, gezwollen en soms onbegrijpelijk Latijn'. Reeds tijdgenoten ergerden zich aan dat taalgebruik. Bovendien zou hij geen vernieuwer geweest zijn; wel gaf hij een eigen stempel aan combinaties van reeds bestaande filosofische tradities, waarvan hij de grenzen trachtte te doorbreken. Van zijn geschreven werk is een vijftigtal teksten bewaard gebleven, sommige in zijn eigen handschrift, andere in kopie. Na de uitvinding en de verspreiding van de boekdrukkunst, is nog een aantal van zijn werken gedrukt. Recent verscheen een Nederlandse vertaling van een selectie uit zijn geschriften. Een kritische uitgave van verscheidene van zijn werken is in voorbereiding.


Bronnen

• A. Black, Heymericus de Campo: the council and history in: Annuarium historiae conciliorum 2, 1970
• Tentoonstellingscatalogus 500 jaar universiteit te Leuven, Leuven 1976
• M.J.F.M. Hoenen, Heymeric van de Velde. Eenheid in de tegendelen, Baarn 1990
• E. Lamberts en J. Roegier, De universiteit te Leuven. 1425-1985, in: Fasti Academici I., Leuven 1986
• W.B.J.M. van der Meeren, Heymericus de Campo, een dorpsgenoot uit de vijftiende eeuw, in: Heem Son en Breugel 1, 1992 (met uitgebreide literatuurverwijzingen)
• G. Meersseman, Een Nederlandsch Concilietheoloog; Emeric van de Velde, in: Thomistisch Tijdschrift 4, 1 (1933)


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 1 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening,
Amsterdam/Meppel 1992).


Auteur: W.B.J.M. van der Meeren

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon