Sjef van Dongen (1906-1973)

avonturier op Spitsbergen en politicus

Josephus Maria Andreas Cornelius van Dongen werd op 30 maart 1906 in Haarlem geboren als zoon van Franciscus Martinus van Dongen en Theresia Maria Josepha Cornelia Zijlmans, beiden afkomstig uit Waalwijk. Hij was de oudste uit een gezin van drie zonen en twee dochters. Zijn vader werkte onder meer van 1912-1922 als boekhouder bij Kessels' Muziekinstrumentenfabriek in Tilburg. Sjef van Dongen was gehuwd met Silva Bonte. Zij kregen zes kinderen. Hij overleed op 15 maart 1973 op 67-jarige leeftijd in Vlissingen.

Op 30 december 1912 kwam hij vanuit Rotterdam in Tilburg wonen, waar hij op de H.B.S. zat. Hij bracht er zijn jeugd door in de wijken Lijnsheike en Goirke, werd kantoorbediende bij de mijnbouwmaatschappij N.V. Nederlandsche Spitsbergen Compagnie (Nespico) in Rotterdam, en vertrok in die functie op 13 augustus 1923 naar Spitsbergen. Zijn vader, die al in 1922 zonder zijn gezin naar Spitsbergen was vertrokken, was daar boekhouder en magazijnmeester bij Nespico in de Nederlandse nederzetting Barentsburg aan de Green Harbour geworden.

De Nespico had zo'n 500 werknemers, maar door gebrek aan bedrijfskapitaal, de lage kolenprijzen en de zeer hoge transportkosten, bleven er in 1926 slechts drie mensen in dienst: een Noor, een Duitser en Sjef van Dongen. Zij zagen toe op de eigendommen van de maatschappij en verrichtten onderhoud aan de machines. Het was een eenzaam bestaan zonder enig comfort, twee winters lang.

Het eentonige leven op Spitsbergen zou voor Sjef van Dongen een onverwachte wending krijgen. In het fascistische Italië van Mussolini maakte generaal Umberto Nobile zich in maart 1928 op voor de meest spraakmakende poolvlucht aller tijden. Voor de tweede keer zou getracht worden per luchtschip de Noordpool te bereiken. Het was een door paus Pius XI gesteunde vlucht met vele politieke achtergronden, een propagandastunt die Italië zo nodig had toen na de eerste solovlucht over de oceaan, een jaar eerder tot stand gebracht door Charles Lindbergh, transatlantische vluchten, recordpogingen en andere waaghalzerijen aan de orde van de dag waren.

Nobile en vijftien bemanningsleden bereikten op 24 mei 1928 de Noordpool. Wegens de harde wind en slecht zicht werd er niet geland. De Italiaanse driekleur en een van de paus meegekregen eikehouten kruis werden onder het weerklinken van de grammofoonplaat met het fascistische volkslied Giovanezza, naar beneden geworpen. Op de terugtocht op 25 mei kwam de Italia in moeilijkheden: ze stortte neer op het pakijs, waarbij de commandogondel van het luchtschip werd afgerukt. Het lichter geworden scheepslichaam steeg echter, zonder die commandogondel, weer op en liet negen van de vijftien bemanningsleden en Nobile achter op een ijsschol. Even later werd aan de oostelijke horizon een dunne rookzuil waargenomen, vermoedelijk de brandende resten van de Italia. De zes inzittenden zijn nooit meer teruggevonden. De achtergebleven groep beschikte nog wel over een zendapparaat, maar zij kon geen contact krijgen met het Italiaanse hulpschip, de Città di Milano. Op 30 mei vertrokken drie leden van de groep over het drijfijs in de hoop hulp te vinden. Inmiddels was een spectaculaire internationale reddingsaktie gestart. Op grote schaal werd er naar de vermisten gezocht door Italianen, Zweden, Noren, Finnen, Russen en Fransen. Schepen als de Noorse walvisvaarder Braganza en de Russische ijsbrekers de Malygin en de Krassin werden ingezet. Zelfs de beroemde poolreiziger Amundsen nam met zijn vliegtuig de Latham deel aan de zoektocht. Helaas is nooit meer iets van hem en vijf andere bemanningsleden vernomen. Zij vonden hun graf in de onmetelijke ijszee.

Twee uur nadat de Città di Milano op 26 mei een laatste radiobericht van de Italia had opgevangen, vroeg de gouverneur van Spitsbergen aan Sjef van Dongen, kenner van het uitgestrekte woeste gebied, een hondeslee gereed te maken om Nobile te gaan zoeken. Van Dongen kreeg strikte orders niets aan de journalisten mee te delen. Op 17 juni vertrok hij samen met de Italiaanse kapitein Sora en een hondeslee met negen honden. Zij voerden een uitputtende en herosche strijd tegen het onherbergzame Spitsbergen in een poging de onfortuinlijke en in groepen opgesplitste bemanning te bereiken. Uiteindelijk moesten ook zij na een barre en levensgevaarlijke tocht van bijna vier weken van het pakijs gered worden. Nobile en zeven van de vijftien bemanningsleden van de Italia overleefden de ramp.

De wereldpers heeft wekenlang aandacht geschonken aan de spectaculaire vlucht van de Italia en de reddingsactie, maar ook aan de heldhaftige tocht van Sjef van Dongen. Een Engelse krant heeft zelfs zijn foto met rouwrand afgebeeld tussen de slachtoffers van de poolvlucht. Op 14 augustus 1928 keerde Sjef van Dongen naar Nederland terug, waar hij als een held werd ontvangen, eerst in Rotterdam en 's avonds in Arnhem, de plaats waar zijn ouders sinds 1926 woonden. Over zijn avonturen op Spitsbergen schreef hij twee boeken, waaronder een jeugdboek.

Sjef van Dongen heeft nog als verkoper bij Philips gewerkt, kreeg daarna de alleenvertegenwoordiging van het produkt Sanovite van de Liga-fabrieken en kwam zodoende in 1933 in het Zeeuwse Oostburg terecht, waar hij zijn vrouw leerde kennen. In de Tweede Wereldoorlog zat hij in het verzet, na de bevrijding vervulde hij een functie bij het Militair Gezag, was waarnemend burgemeester van Oostburg en in 1945 waarnemend burgemeester van Aardenburg in Zeeuws-Vlaanderen. Van 1946 tot 1962 was hij daar burgemeester. Vanaf 1948 was hij voor de K.V.P. lid van Provinciale Staten van Zeeland, en van 1962 tot 1970 lid van Gedeputeerde Staten. Hij is ook van 1956 tot 1966 lid geweest van de Tweede Kamer en heeft vele openbare functies vervuld, zoals die van uitvoerend secretaris van de Stichting Watersnood Zeeland in 1953. Hij was ereburger van Aardenburg.


Bronnen

• Sjef van Dongen, Vijf jaar in ijs en sneeuw. Mijn leven in het Noordpoolgebied, Amsterdam z.j. (ca. 1929)
• Sjef van Dongen, Een Hollandsche jongen in het hooge noorden. Leven en avonturen op Spitsbergen, Amsterdam z.j. (ca. 1929)
• A.S. Stempher, 'Een Noordpoolreiziger gehuldigd in Arnhem', in: Arnhem de Genoeglijkste. Orgaan van het Arnhems Historisch Genootschap 'Prodesse Conamur' 8 (1988), 129-138
• Ronald Peeters, 'Tilburger Sjef van Dongen in de witte hel van Spitsbergen. Spectaculaire redding na vergaan van het luchtschip de Italia in 1928', in: Tilburg Magazine 2 (1991), 51-57
• Ronald Peeters, De Paap van Gramschap. Vier eeuwen schrijven en drukken in Tilburg, Tilburg 1992, 49-50


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 2 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening,
Amsterdam/Meppel 1994).


Auteur: R.M. Peeters

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon