Emond de Dynter (-1449)

kanunnik, hertogelijk secretaris en geschiedschrijver

Het is niet bekend wanneer Emond Ambrosii de Dynter, ook wel van Dynter geheten, geboren werd. Zijn geboorteplaats was Grave, waardoor hij ook wel Emond van Grave wordt genoemd. Omstreeks 1403 trouwde hij met Hildegonde van Olmen. Een jaar later werd een zoon geboren, Ambrosius genaamd. Emond de Dynter overleed op 17 februari 1449.

De chroniqueur Emond de Dynter is zonder twijfel een afstammeling van het adellijke geslacht Van Dinther, dat afkomstig was uit het Brabantse dorp met die naam. Zoals het Graafse stadsbestuur in 1467 opmerkte, werd De Dynter zelf in Grave geboren en was hij burger van deze plaats. Zijn tweede voornaam (Ambrosii) geeft aan dat hij de zoon was van Ambrosius de Dynter. De connectie met Grave vormt vrijwel de enige band die De Dynter had met het tegenwoordige Noord-Brabant. De rest van zijn leven zou zich afspelen in de zuidelijker delen van Brabant, met name in Brussel. Wel zou hij daar nog lange tijd de belangen van zijn geboortestad verdedigen.

De oudste expliciete vermelding van Emond dateert uit 1394, wanneer hij optreedt als prebendehouder (kanunnik) in de Noordfranse plaatsjes Braux en Mézières, in het diocees Reims. Maar blijkbaar vond De Dynter geen voldoening in een kerkelijke carrière, en hij legde zich toe op het ambt van notaris. In 1411 wordt hij voor de eerste maal als zodanig aangeduid. Waarschijnlijk omstreeks 1403 huwde hij met met Hildegonde van Olmen, die afkomstig was uit zijn geboortestreek. In 1404 werd hun enige zoon Ambrosius geboren.

Vóór 1411 verhuisde Emond de Dynter naar de Brabantse hoofdstad Brussel, en de rest van zijn leven zou hij in deze stad blijven wonen. In Brussel begon hij een loopbaan als notaris, maar hij slaagde er al spoedig in de aandacht van de Brabantse hertogen op zich te vestigen. In 1412 benoemde hertog Antoon hem op een van de belangrijke secretarisposten in de Brabantse kanselarij en deze positie behield hij onder de hertogen Jan IV en Filips van St.-Pol. Zelfs toen Brabant na de dood van deze laatste hertog verviel aan de Bourgondische dynastie - in de persoon van Filips de Goede - bleef De Dynter tot aan zijn dood op zijn post in de kanselarij.

De werkzaamheden van de secretarissen beperkten zich niet tot de Brusselse kanselarij. Regelmatig reisden zij mee met hogergeplaatste hovelingen, bijvoorbeeld wanneer dezen voor diplomatiek overleg naar het buitenland trokken. Bij dergelijke reizen hadden de secretarissen vermoedelijk geen actieve inbreng, maar beperkten zij hun werkzaamheden tot het verlenen van assistentie aan de diplomaten. Gedurende zijn diplomatieke reizen trof De Dynter enkele van de belangrijkste machthebbers van zijn tijd, zoals Rooms-koning Wenceslas, Rooms-koning (later Rooms-keizer) Sigismund, de Bourgondische hertogen Jan zonder Vrees en Filips de Goede, de Hollandse vorsten Jan van Beieren en Jacoba van Beieren. Bovendien vernam hij veel over de internationale politieke ontwikkelingen van zijn tijd, informatie die hem later goed van pas zou komen.

Bij minder belangrijke opdrachten van de hertog reisden de secretarissen vaak alleen, of slechts vergezeld van een klerk. Opmerkelijk in dat kader is vooral het bezoek dat De Dynter in 1422 bracht aan 's-Hertogenbosch. In opdracht van de hertog probeerde hij het Bossche stadsbestuur er toe te bewegen een aanvulling op de Blijde Inkomste, het zogenoemde 'Nieuw Regiment', te bezegelen. Dit werd hem bijna fataal. De stadsbevolking was namelijk fel gekant tegen de oorkonde en dreigde de secretaris met oorkonde en al in het water van de Dieze te gooien. Begeleid door het helse lawaai van de hamers van de smeden en van de scharen van de kleermakers vluchtte de hij spoorslags weg uit de stad. De bewuste oorkonde werd in 's-Hertogenbosch zelfs naar De Dynter vernoemd: 'Meester Emonts carte'.

De Dynter behield zijn titel van secretaris tot aan zijn dood in 1449, maar vanaf 1440 was hij nauwelijks meer als zodanig actief. Hij schreef zich in als student theologie aan de Leuvense universiteit, en twee jaar later benoemde Filips de Goede hem tot kanunnik, nu van het Sint-Pieterskapittel in Leuven. Ondanks de nauwe band met de hertogen, werd tijdens zijn carrière duidelijk dat De Dynters politieke loyaliteit eerder het hertogdom dan de hertogen gold: de geschriften van De Dynter vormen een uiting van het Brabants nationalisme, dat zijn voedingsbodem vooral vond bij de Staten van Brabant.

Zijn grootste bekendheid geniet De Dynter als geschiedschrijver: hij was betrokken bij het ontstaan van de belangrijkste vijftiende-eeuwse kronieken van Brabant. Deze activiteit kwam vooral in de nadagen van zijn carrière tot bloei. In de periode tussen 1430 en 1441 hielp hij de Brusselse pensionaris Petrus de Thimo bij het vervaardigen van de Voortzetting van de Brabantsche Yeesten, een uitgebreide rijmkroniek over de recente Brabantse geschiedenis. De Dynter verschafte aan Petrus de Thimo allerlei gegevens over de gebeurtenissen die hij als secretaris had meegemaakt: over de toestanden aan het hof en over de internationale politieke ontwikkelingen in de afgelopen decennia, maar ook over zijn geboorteplaats Grave. Belangrijker is de Latijnse proza-kroniek die hij korte tijd later zelf vervaardigde. In opdracht van hertog Filips de Goede schreef De Dynter tussen 1443 en 1446 zijn grote Chronica nobilissimorum ducum Lotharingiae et Brabantiae ac regum Francorum. In dit bekende werk behandelt De Dynter in zes boeken de geschiedenis van het hertogdom Brabant tot 1442. Als uitgangspunt nam hij de geschiedenis van de Brabantse dynastie, die hij volgde vanaf haar Merovingische en Karolingische oorsprong tot en met Filips de Goede. Aan deze genealogische lijn voegde hij vele oorkonden toe, waarmee hij zich tijdens zijn werkzaamheden als secretaris had beziggehouden. In dezelfde periode schreef hij ook verschillende kleinere kroniekjes, die vermoedelijk waren bedoeld als voorstudies voor zijn grote Chronica.

De Dynter werd begraven in de Sint-Jacobskerk nabij het hof in Brussel. Zijn zoon Ambrosius liet daar een grafmonument aanbrengen.


Bronnen

• Edmond de Dynter, Chronica nobilissimorum ducum Lotharingiae et Brabantiae ac regum Francorum, P.F.X. de Ram ed., 3 dln., Brussel 1854-1860
• Emond de Dynter, Genealogia ducum Burgundiae, Brabantiae (...), Straatsburg 1529
• E. van Eijl, 'Edmund van Dynter', in: 550 jaar Universiteit Leuven, Leuven 1976, 31
• E. van Even, 'Dynter, Edmond de', in: Biographie nationale de Belgique 6, 440-444
• R. Stein, Politiek en historiografie. Het ontstaansmilieu van Brabantse kronieken in de eerste helft van de vijftiende eeuw, Leuven 1994, 59-99 en passim
• R. van Uytven, 'Dynter, Edmond de', in: Nationaal biografisch woordenboek 2, Brussel 1966, 185-188


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 4 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening,
Amsterdam/Meppel 1996).


Auteur: R. Stein

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon