Broeder Gummarus van Gils (1895-1952)

leraar en schrijver

Broeder Gummarus werd als Willem van Gils op 25 april 1895 geboren in Wagenberg. Zijn vader was Antoon van Gils, een boerenarbeider, en zijn moeder Maria van Gorp, die bij verscheidene mensen aan huis hand- en verstelwerk deed. Broeder Gummarus overleed op 9 januari 1952 te Huijbergen.

Het gezin van Gils was een hecht, Rooms gezin met veel kinderen. Willem was de jongste van negen. Drie van zijn zussen verkozen, net als hij, een geestelijk leven als religieuze.

Op dertienjarige leeftijd vertrok Willem naar Huijbergen voor de opleiding tot broeder-onderwijzer. Hij was hiertoe gekomen na aandringen van de pastoor, die wel een bemiddeld persoon kende voor het bekostigen van een geestelijke studie. De studie verliep voorspoedig en op 9 mei 1914 slaagde Willem voor zijn onderwijzersakte. Intussen bereidde hij zich echter ook voor op het kloosterleven. Op 1 juni 1914 deed hij zijn intrede in de congregatie van de Broeders van Huijbergen. Op 24 augustus 1918 legde hij zijn eeuwige gelofte af. Als kloosternaam koos hij Gummarus, de patroon van de kerk in zijn geboorteplaats Wagenberg.

Inmiddels was Willem onderwijzer aan de lagere school van het pensionaat te Huijbergen. Op 9 augustus 1919 behaalde hij zijn onderwijzers-hoofdakte, waarmee een zwerftocht begon langs diverse lagere scholen in West-Brabant. Vele jonge kinderen hebben van hem lezen, schrijven en rekenen geleerd. Maar hij was meer dan alleen een leraar, hij was ook een echte opvoeder, die geliefd was bij zijn leerlingen, ook erg met ze begaan was en veel begrip voor hen aan de dag legde.

In 1951 keerde hij weer terug naar het pensionaat St.-Marie te Huijbergen, waar hij op 57-jarige leeftijd in de klas aan een hartaanval overleed.

Gummarus van Gils is vooral bekend geworden door zijn schrijfwerk, met name zijn boeken en toneelstukken. De meeste waren bestemd voor kinderen van de lagere school en hadden een opvoedkundige inhoud. Het waren meestal simpele verhaaltjes uit het alledaagse leven, waarin een duidelijke, vaak religieuze boodschap zat. Kinderen behoorden goed te zijn voor vader en moeder en ze moesten zich netjes gedragen in de kerk. De katholieke moraal loopt daarbij als een rode draad door zijn werk. Dit mag natuurlijk ook wel verwacht worden van een religieus schrijver in de tijd van het 'Rijke Roomsche Leven'. Gummarus schreef niet alleen uit opvoedkundige motieven, hij beleefde er zelf ook veel genoegen aan. Hij had van jongs af aan geschreven, eerst korte verhalen en na zijn dertigste ook lange verhalen en hele toneelstukken. Hij had een zeer pakkende en levensechte stijl, waarin natuurlijk een beetje goddelijke mystiek niet ontbrak. De meeste verhalen zijn in het heden gesitueerd, in een omgeving die veel lijkt op de wereld waarin zijn lezers, de kinderen, leefden. Het aardige is, dat enkele van zijn werken duidelijk zijn geïnspireerd op zijn geboorteplaats Wagenberg en zich daar ook afspelen.

In totaal zijn van Gummarus zeventien boeken en verhalen gepubliceerd. Deze boeken en boekjes werden leesstof op vooral lagere scholen. Vele kinderen hebben bij de leesles zijn verhalen horen voorlezen en zelf gelezen en met veel genoegen. Want populair waren ze, getuige de verscheidene herdrukken in losse uitgaven en verzamelwerken. Het meest geliefd waren De laatste kermis van Rooie Dries en Brabantse Mensen, die beide in Wagenberg speelden en waarin gebeurtenissen uit Gummarus' eigen jeugd voorkomen. De korte verhalen Pastor Bonus en Moeike Door, verschenen in Het Boek voor Kerstmis, schreef hij onder het pseudoniem G. van Halsteren. Hij woonde toen in Halsteren.

Daarnaast heeft broeder Gummarus van Gils zeker nog twaalf toneelstukken op zijn naam staan. Ook deze vertonen net als zijn boeken een religieuze grondslag. Naar dergelijke toneelstukken was destijds veel vraag. In nagenoeg iedere parochie en in elk dorp was wel een toneelclub, die meestal onder leiding stond van de kapelaan. Tussen 1929 en 1967 zijn vele werkjes van broeder Gummarus opgevoerd. Ook is bekend dat hij vaak de regie voerde over zijn eigen werk en over dat van anderen.

Enkele bekende toneelstukken van Broeder Gummarus zijn De schout van Oosterhout, dat in 1984, bij de ingebruikneming van het nieuwe Oosterhoutse culturele centrum De Bussel in een eigentijdse versie nogmaals is opgevoerd, en Moeder, dat een topper was getuige de bijna 550 opvoeringen. Ook De Kerstmis van Broeder Thomas en de drie rovers was met 500 uitvoeringen erg populair.

Behalve schrijver was broeder Gummarus ook een begaafd en gewaardeerd spreker. In de na-oorlogse jaren waren er veel verenigingen met een katholieke signatuur en vaak werd hem gevraagd een feestavond op te luisteren met een lezing. Twee spreekbeurten van zijn hand zijn nog bewaard gebleven. Eén gaat over het belang van de taak van de jonge boeren en een andere voor en over Moeder. Uit deze lezing blijkt, net als uit het gelijknamige toneelstuk, een grote liefde tot zijn eigen moeder.


Bronnen

• Johan van der Made, 'Broeder Gummarus, leraar en schrijver. Het leven en werken van Willem van Gils (Wagenberg 1895 - 1952 Huijbergen)', in: De Vlasselt - Geschiedenis van de gemeente Terheijden 29 (1985)
• Congregatie-archief Broeders van Huijbergen, Ste Marie Huijbergen
• Gemeentearchief Terheijden
• Familie Van Gils
• Internationaal Bureau voor Auteurs- en Opvoeringsrechten I.B.V.A. 'HOLLAND', Alkmaar
• Fr.Siemer, pr., 'Toneel in Brabant', in: Brabantia Nostra, 5 (1939-1940), nr 5, 141 e.v.


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 2 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening,
Amsterdam/Meppel 1994).


Auteur: J. van der Made

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon