Jac Heeren (1888-1967)

onderwijzer, archivaris, conservator en geschiedschrijver

Jacobus Josephus Maria Heeren werd op13 november 1888 te 's-Hertogenbosch geboren. Antonius Godefridus Heeren was zijn vader, Maria Theodora Juliana van der Marck zijn moeder. Jac Heeren trouwde op 3 november 1915 te Schiedam met de hoedenmodiste Maria Johanna Hersbach. Op enkele jaren na woonden ze de rest van hun leven in Helmond. Het echtpaar kreeg tien kinderen: zeven zonen en drie dochters. Jac Heeren stierf op 19 augustus 1967.

Jacs vader bezat een smederij. Eind negentiende eeuw was er echter veel uitdagend werk te doen in industrialiserend Nederland, zodat hij de zaak verkocht en 'monteur-mecanicien' werd bij diverse bedrijven in het land. Hij werkte onder andere bij een van de metaalfabrieken van Van Thiel in Beek en Donk. Hierdoor bezocht Jac een aantal jaren de lagere school op de Donk. Nadat hij de Bisschoppelijke Kweekschool in 's-Hertogenbosch had doorlopen, werd hij in 1907 als zeer jonge 'derden onderwijzer' aan zijn oude school aangesteld. In 1910 behaalde Jac zijn 'Acte van Bekwaamheid als Hoofdonderwijzer'. Verder volgde hij een viertal jaren lessen Nederlandse taal- en letterkunde aan de Katholieke Leergangen. Deze onderwijsinstelling was in die jaren in Den Bosch gevestigd. Jac Heeren werkte van 1910 tot 1952 in het R.K. Bijzonder Lager Onderwijs in Helmond. Hij was in die jaren ook verbonden aan de Nijverheidsavondschool in dezelfde stad.

Het is onvoorstelbaar dat hij, naast deze lestaken en de tijd die hij voor zijn grote gezin nodig had, ook nog gelegenheid vond om zich uitgebreid en veelzijdig met de lokale geschiedenis van Helmond bezig te houden. Bepalend voor zijn ontwikkeling in historische richting was de ontmoeting op een onderwijzersvergadering in Beek en Donk in 1908 met de geschiedschrijver en journalist Hendrik Ouwerling uit Deurne. Deze 'emancipator van de Peel' was een sociaal bewogen, intelligent en niet onbemiddeld man. Hij stelde zijn huis open voor historici, schrijvers en onderwijzers en probeerde via deze kring zijn ideeën over volsopvoeding en modernisering van de streek uit te dragen. Jac Heeren nam actief deel aan deze bijeenkomsten en leerde zodoende al snel veel mensen uit de regionaal-historische en literaire wereld kennen. De schrijver Herman Maas werd een goede vriend van hem. Ouwerling was van 1899 tot 1922 hoofdredacteur van de lokale krant De Zuidwillemsvaart, de latere Helmondse Courant. In 1907 had dit blad al een ingezonden stukje van Heeren gepubliceerd. Dit gefingeerde kritische dialoogje over de toestand van de wegen in Donk werd de opmaat voor een lange reeks bijdragen. Vanaf 1920 koos Heeren, gestimuleerd door Ouwerling, steeds vaker lokaal-historische onderwerpen uit voor de artikelen die hij met groot plezier, op gemoedelijke toon en met oog voor smakelijke details voor de plaatselijke krantenlezers schreef. Zo publiceerde hij over de oorsprong van de stad, het klooster Binderen, de Tachtigjarige Oorlog, de Generaliteitsperiode, de opkomst van de industrie, interessante stadsgenoten, lokale gebruiken en over het kasteel van Helmond.

Dat laatste was geen toeval. Dit belangrijke bouwwerk uit de Helmondse stadsgeschiedenis werd in de jaren '20, nadat de laatste bewoners vertrokken waren, verbouwd tot raadhuis. In die tijd werd ook besloten tot de oprichting van een museum in een vleugel van het gebouw. Ouwerling en Heeren kregen van de gemeente de opdracht 'alles voor het museum (te) verzamelen wat betrekking heeft op de plaatselijke beschaving en kunst, en op de plaatselijke geschiedenis'. Met uiterst bescheiden financiële middelen slaagden ze in die opzet: in 1929 kon het museum geopend worden. Daarna bleef Heeren nog meer dan dertig jaar als secretaris en conservator aan dit streekmuseum op toplocatie verbonden. Veel groepen gaf hij op enthousiaste wijze een rondleiding.

De steun van Ouwerling moest hij al snel missen: zijn beste vriend overleed in 1932. Voordien had Ouwerling hem nog wegwijs gemaakt in het Helmondse archief. Heeren leerde er de archiefstukken kennen en zag de bronnenpublicaties van de voormalige archivarissen Krom en Sassen. Er was op dat moment geen officiële archivaris. Het gemeentebestuur verzocht Heeren daarom ook een aantal werkzaamheden te verrichten in het archief. Dat resulteerde onder andere in de publicatie van de Inventaris van het Huisarchief van Helmond, benevens een regestenlijst van oorkonden (1926). Heeren raakte geboeid door de archiefstukken en publiceerde in de traditie van de reeds genoemde Krom en Sassen De bekeering van Sophia Alberts en de gevolgen daarvan voor de katholieken in de Meierij (1930) en Geschiedenis van het kasteel-raadhuis en de Heren van Helmond (1937). Dit laatste werk is uitgegeven met steun van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, waarvan Heeren jarenlang lid was.

In al deze werken probeerde Jac Heeren zo objectief mogelijk geschiedenis te schrijven door de beschikbare gegevens geordend bijeen te brengen. Hij bracht niet veel onderscheid aan in meer en minder belangrijke bronnen, omdat hij niet wilde ingrijpen: hij wilde de bronnen zelf laten spreken. Zijn monumentale werk over het kasteel-raadhuis is daarom ook een aaneenschakeling van alle beschikbare gegevens van de families die het kasteel bewoonden: van Jan Berthout, gezegd van Berlaer, die in 1314 heer van Helmond werd, tot Carel Frederik Wesselman van Helmond, die in 1918 stierf en wiens erfgenamen het kasteel in 1920 aan de gemeente verkochten. Veel bronnen zijn integraal opgenomen en hun vindplaats wordt in de tekst of in de noten heel precies aangegeven. Het boek bevat onder meer boedelbeschrijvingen, de inhoud van alle mogelijke akten en een verslag van het feest dat de kasteelheer in 1793 - niet geheel spontaan - aan de bevolking had aangeboden toen de Franse 'bevrijders' in Helmond waren aangekomen.

Een ander initiatief van Heeren op historisch gebied was de oprichting van de heemkundekring 'Peelland'. Verder zocht hij tientallen genealogieën uit en publiceerde hij in verschillende historische tijdschriften. Van zijn hand verscheen ook een aantal boekjes voor kinderen over de geschiedenis van de omgeving. De 1.300 artikelen die hij voor het grote publiek schreef hebben hem waarschijnlijk de meeste bekendheid bezorgd.

De geschiedbeoefening is in de loop van deze eeuw sterk veranderd. Bronnen worden geselecteerd, geïnterpreteerd en in een theoretisch kader geplaatst. Bovendien wordt van een historicus een visie verwacht. Jac Heeren paste de werkwijze, die hij zich eenmaal eigen gemaakt had, niet aan. Daarom hebben moderne historici kritiek op zijn werk. Een tweede bezwaar is, dat er kleine fouten en slordigheden in zijn werk zitten, hetgeen niet verwonderlijk is in zo'n omvangrijk oeuvre. Bovendien gebruikte hij op latere leeftijd zonder controle zijn bestaande werk als basis voor zijn artikelen. Daardoor bleven eenmaal gemaakte fouten voortbestaan.

Men kan zich afvragen hoe ernstig deze kritiek is: Heeren was immers geen historicus van beroep, hoewel hij er waarschijnlijk geen bezwaar tegen had 'geleerde' genoemd te worden. Hij wilde alleen maar zijn kennis van de plaatselijke geschiedenis doorgeven en anderen enthousiast maken. Hij heeft ervoor gezorgd dat de bronnen van de Helmondse geschiedenis in het archief en het museum behouden bleven en op verantwoorde wijze toegankelijk werden gemaakt. Heeren was echt een onderwijzer in hart en nieren: serieus, verstandig, bedaard en gemoedelijk. Niet alleen in zijn gedrukte werk, maar ook tijdens rondleidingen in het kasteel-museum en tijdens wandelingen in de stad droeg hij zijn gigantische feitenkennis op gulle wijze uit. Hij is in dit verband wel 'een Helmondse encyclopedie' genoemd. Jac Heeren liet een groot publiek kennismaken met de rijke Helmondse geschiedenis.


Bronnen

• B.M.A. Beenackers-Heeren, 'Jac Heeren, een geboren geschiedschrijver?', De Vlasbloem. Historisch Jaarboek voor Helmond 10 (1989), 229-247
• R.C.M. Jacobs, Bibliografie van J.J.M. Heeren, 1907-1968, Helmond 1975


Dit artikel verscheen eerder in: P. Timmermans e.a. (red.), 
Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 5 (Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Heeswijk 1999).


Auteur: Bernadine Beenackers-Heeren

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon