Jan Hellemons (1868-1945)

conducteur en vakbondsman

Johannes Hellemons werd op 27 september 1868 te Roosendaal geboren als zoon van Cornelis Hellemons en Antonetta van Geel. Hij trouwde met Cornelia Gerdina Werkkamp. Jan Hellemons overleed te Boxtel op 7 juni 1945.

Omstreeks 1900 was Boxtel uitgegroeid tot een internationaal spoorwegknooppunt, met verbindingen naar 's-Hertogenbosch, Eindhoven, Tilburg en het Duitse Wesel. In 1902 kwam Jan Hellemons naar Boxtel als beambte van de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen, ook wel het Staatsspoor genoemd. Hoewel hij afkomstig was uit een conservatief katholiek milieu, gingen de belangen van de arbeiders en met name de werknemers van het Staatsspoor, hem zeer ter harte. De spoorwegstakingen van 1903 overtuigden hem van de noodzaak van een katholieke vakorganisatie voor spoorwegpersoneel, een gedachte die gedeeld werd door de Boxtelse parochiegeestelijke kapelaan Henri J.M. Donders.

Door de oprichting van een vakorganisatie op katholieke grondslag wilden beiden niet alleen een betere belangenbehartiging bereiken maar ook voorkomen dat het opkomende socialisme - dat men als een bedreiging voor de arbeiders zag - aan invloed zou winnen. Toen op 22 februari 1903, mede op initiatief van Jan Hellemons en kapelaan Henri Donders, in Utrecht besloten werd tot oprichting van de R.K. Bond voor Spoor- en Tramwegpersoneel St.-Raphaël, werd Jan Hellemons, als voorzitter van de vakafdeling treinpersoneel, lid van het hoofdbestuur. In 1906 werd hij vice-voorzitter en in 1909 bondsvoorzitter, een functie die hij tot 1933 ononderbroken bleef vervullen. Onder zijn voorzitterschap groeide het ledental van St.-Raphaël van 3.500 naar 12.000.

Hellemons was een uitstekend en boeiend spreker, die bekend stond om zijn vlammende toespraken. Om onrust onder het spoorwegpersoneel te voorkomen, moesten zijn redevoeringen door bondsadviseur mgr. A. Mutsaers menigmaal worden afgezwakt. Al spoedig verwierf Hellemons zich onder de leden van St.-Raphaël de bijnaam 'Onze Jan'. Dit gebeurde om hem te onderscheiden van Jan Oudegeest, voorzitter van de bij het N.V.V. aangesloten en socialistisch georiënteerde Nederlandsche Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel.

Hellemons was het type van de gemoedelijke Brabander, maar hij beschikte tevens over uitstekende leiderscapaciteiten. Als het ging om de belangenbehartiging van het spoorwegpersoneel toonde hij zich een bekwaam en onvermoeibaar onderhandelaar, die vooral vanwege zijn vasthoudendheid en sociale bewogenheid bij eenieder respect afdwong.

Behalve de werkzaamheden die uit zijn vakbondsfunctie voorvloeiden, had Hellemons als belangenbehartiger van het spoorwegpersoneel zitting in tal van colleges en commissies van het Staatsspoor, waaronder de Loonraad en de Personeelsraad. Daarnaast vertegenwoordigde hij de Bond van Spoor- en Tramwegpersoneel St.-Raphaël op tal van congressen en vergaderingen in binnen- en buitenland. Hellemons speelde ook een belangrijke rol bij de internationale organisatie van spoor- en tramwegpersoneel. In juni 1920 had onder zijn leiding in Den Haag een eerste bijeenkomst plaats van vertegenwoordigers van christelijke spoorwegvakverenigingen uit Nederland, Duitsland, België, Frankrijk, Oostenrijk en Italië. Tijdens die bijeenkomst werd besloten tot stichting van een 'christelijke internationale' van spoor- en tramwegpersoneel, wat gebeurde in april 1921 te Luzern.

Jan Hellemons, als conducteur, hoofdconducteur en later als controleur op internationale treinen werkzaam voor het Staatsspoor, sprak vloeiend Frans, Duits en Engels, talen die hij zich via zelfstudie in woord en geschrift had eigen gemaakt. Als hobby belegde Hellemons graag en speculeerde hij in aandelen. Mede door zijn zakelijk inzicht had hij daarmee succes. Daarvan profiteerde ook 'St.-Raphaël', omdat hij deze bond vaak omvangrijke donaties deed.

Bij zijn afscheid als bondsvoorzitter, in november 1933, werd hij benoemd tot ere-voorzitter en in die functie bleef hij bij het vakbondswerk betrokken. De grote verdiensten van Jan Hellemons voor de vakbeweging werden erkend door zijn benoeming als Ridder in de Orde van Oranje Nassau en als Ridder in de Orde van de Heilige Gregorius de Grote.


Bronnen

• H.F.P. Donné, Gedenkboek 50 jaar St. Raphaël, Venlo 1952-1953
• C.J. Kuiper, Uit het Rijk van de Arbeid 3, Utrecht 1953
• H.F. Timmermans, Verslag 1940/45 van de Bond voor Spoor- en Tramwegpersoneel St. Raphaël, z.p. 1946


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 4
(Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Amsterdam/Meppel 1996).


Auteur: G.A.M. Segers

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon