Wim Hendrix (1896-1965)

ondernemer

Wilhelmus Hubertus Hendrix werd geboren op 9 juli 1896 te Venray als zoon van Engelbertus Hendrix, molenaar, en Anna Maria Michels. Zijn bijnaam 'Wim de Körver' was een verwijzing naar de mandenmakerij van zijn grootvader. Op 16 juni 1925 trad hij in het huwelijk met Johanna Maria Catharina Reynen. Het echtpaar kreeg drie dochters en drie zonen. Wim Hendrix overleed op 6 juli 1965 te Nyon in Zwitserland.

Wim Hendrix was afkomstig uit een familie van molenaars, mandenmakers en handelaren in granen en zaden. Vader Bert Hendrix dreef lange tijd een graanmolen in Oirlo, een dorp bij Venray. Na het overlijden van zijn vrouw vestigde Bert Hendrix zich met zijn kinderen te Boxmeer, waar hij in 1903 hertrouwde met Sophia Maria Verplak. Wim verbleef na zijn lagere-schooltijd twee jaar op een kostschool in België. Op jonge leeftijd verdiende hij de kost met het melken van koeien en verleende hij hand- en spandiensten voor zijn vader, die toen een handel in granen en zaden en andere agrarische produkten bezat.

Na het overlijden van zijn vader nam Wim in 1925 het familiebedrijf over. Dit betekende het begin van de uitbouw van een onderneming die onder zijn leiding getransformeerd zou worden tot een concern van aanzienlijke omvang. Tegen het einde van de jaren twintig startte hij met het op grotere schaal mengen en verkopen van veevoer. De produktie van deze mengvoeders nam met sprongen toe. Van een kleinschalige handel was bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog al geen sprake meer. Met zijn hoogwaardige mengvoeders en bijbehorende voorlichting aan boeren kon Hendrix een stevige marktpositie verwerven. Dat dit ondanks de tegenwerkende laagconjunctuur van de jaren dertig en de concurrentie van coöperatieve mengvoederbedrijven gebeurde, kan voor een groot deel op het conto worden geschreven van het ondernemerschap van Wim Hendrix. Voor de financiering van het bedrijf in opbouw wendde hij zich niet tot banken, maar tot de boeren die zijn afnemers waren. Zij schonken Hendrix vertrouwen en leenden hem geld tegen een lage rente. Zelfs eigen personeelsleden stelden op deze wijze een deel van hun spaargeld ter beschikking.

Tijdens de bezetting kon van een normale bedrijfsvoering geen sprake meer zijn. Toen het mengvoederbedrijf vrijwel stil kwam te liggen, zag Wim ondanks de ook voor ondernemers wel zeer onvriendelijke tijd toch kans om een ander bedrijf nieuw leven in te blazen. In de Boxmeerse specerijenmaalderij en -handel Dekkers, die in 1934 door Hendrix was overgenomen, werden vanaf 1940 specerijensurrogaten geproduceerd. Met deze onderneming wist Hendrix in het midden van de jaren veertig een aandeel van 80 à 95% van de Nederlandse markt te veroveren.

In 1947 werd de mengvoederproduktie hervat. Enige jaren daarna werd voor Hendrix een nieuwe periode ingeluid, toen onderdelen van het concern zich gingen toeleggen op de produktie van geneesmiddelen voor met name pluimvee en op het commercialiseren van veredelde pluimveerassen. Vooral met deze in de Verenigde Staten ontwikkelde zogenoemde hybride kippen wist Hendrix, tegen de oppositie van de gevestigde pluimveehouderij in, een groot marktaandeel te verwerven. De kippen van Hendrix bleken in staat meer vlees en eieren te produceren dan de traditionele rassen. Hiermee leverde het Boxmeerse bedrijf een belangrijke bijdrage aan de modernisering van de pluimveehouderij in West-Europa.

De juridische status van eenmansbedrijf paste toen niet meer bij de omvang van het bedrijf. Hoewel Wim Hendrix strak de touwtjes in handen had, was de te eenvoudige structuur van eenmanszaak niet langer geschikt voor de bedrijfsvoering. In 1955 werd een naamloze vennootschap gevormd. In 1963 gaf Wim Hendrix de dagelijkse leiding uit handen toen hij zijn positie van president-directeur verruilde voor die van president-commissaris. In feite trok 'de Körver' zich hiermee terug uit zijn bedrijf, dat in 1930 nog slechts tien werknemers had en dat hij tot een onderneming met ruim 450 personen had weten te ontwikkelen. De omzet van mengvoeders was in die periode gestegen van 35 naar 150.000 ton per jaar. Voor het overwegend agrarische Boxmeer en omgeving werd de door Hendrix groot gemaakte industrie de belangrijkste werkgever. Met moeite gaf Wim Hendrix het roer over aan zijn zoon en schoonzoon. Vanuit het Zwitserse Nyon, waarheen hij om fiscale redenen verhuisd was, hield hij tot aan zijn dood in 1965 contact met Boxmeerse moederbedrijf. Hendrix' Fabrieken N.V. bleken uiteindelijk niet in staat om als familieonderneming te blijven voortbestaan. In 1979 werd het concern grotendeels overgenomen door British Petroleum (BP).

De kracht van Wim Hendrix' ondernemerschap schuilde vooral in zijn durf, zijn voortvarende aanpak van zaken en zijn doorzettingsvermogen. Hij bleef op zoek naar groei en nieuwe uitdagingen. Per saldo overheerste het succes maar soms nam hij in zijn enthousiasme en ondernemingslust teveel risico's of ontmoette hij tegenslagen. Deze waren er bijvoorbeeld toen het succes van de specerijenfabricage na 1945 niet voortgezet kon worden, toen de resultaten op de Duitse markt niet aan de verwachtingen voldeden en toen bijvoorbeeld een project voor droge soepen ondanks hoge investeringen niet van de grond kwam.

Wim Hendrix verloochende zijn eenvoudige afkomst niet. Zoals vele tijdgenoten afkomstig van het Brabantse platteland had hij amper een opleiding genoten. Vreemde talen beheerste hij nauwelijks, het liefst sprak hij in zijn vertrouwde dialect. Zijn gebrek aan opleiding wist hij te compenseren door intelligentie en zakeninstinct. Door tijdig de juiste vakmensen in dienst te nemen, verzekerde hij zich van de benodigde kennis die, zeker toen het bedrijf met hooggekwalificeerde produkten te maken kreeg, onontbeerlijk werd.

Het karakter van Wim de Körver leek een vat vol tegenstrijdigheden. Enerzijds werd hij als een patriarch, dictator, doordouwer en een harde persoon gekenmerkt, anderzijds was hij ook sociaal voelend en gaf hij gul voor charitatieve doelen. Boven alles was hij diep gelovig. Waarschijnlijk kwam het Brabantse oud-lid van de Tweede Kamer mevrouw Dien Cornelissen het dichtst bij de kern door Wim Hendrix te omschrijven als 'een harde, harde zakenman met een hart zo week als boter'.

Dit karakter kon men ook terugvinden in zijn optreden als werkgever: enerzijds streng en ondemocratisch, anderzijds sociaal voelend en openstaand voor de problemen van zijn personeel.


Bronnen

• J.F.E. Bläsing, Op het spoor van de Körver. Ontstaan, groei en transformatie van de Brabantse familieonderneming Hendrix' Fabrieken 1979/1930. Bedrijfsgeschiedkundig bekeken, Leiden 1986


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 2 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening,
Amsterdam/Meppel 1994).


Auteur: T. Langenhuyzen

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon