Lambert Hezenmans (1841-1909)

restauratie-architect

Lambertus Christianus Hezenmans werd op 15 oktober 1841 in 's-Hertogenbosch geboren als tweede zoon van Adrianus Heesemans, van beroep spekslager, en Isabella Bovee. Jan Hezenmans, die later bekendheid genoot als historicus en letterkundige, was zijn ruim acht jaar oudere broer. In 1870 trouwde Lambert met Johanna Clasina Jeuken, eveneens afkomstig uit de Brabantse hoofdstad. Zonder dat er uit dit huwelijk kinderen voortkwamen, overleed Lambert Hezenmans in zijn geboortestad op 28 april 1909.

In zijn geboortehuis aan de Lange Putstraat gaf Lambert al op jeugdige leeftijd blijk van een artistieke aanleg. In het najaar van 1854 werd hij als twaalfjarige leerling ingeschreven aan de Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten te 's-Hertogenbosch. Hier kreeg hij in ieder geval tot 1858 les in vakken als handtekenen, bouwkundig tekenen, schilderen en boetseren. Dit geschiedde niet zonder vrucht, getuige de medailles die hij bij verschillende concoursen behaalde. Toch was de Koninklijke School niet in hoofdzaak verantwoordelijk voor de kunstzinnige vorming van de jonge Lambert. De onderwijsinstelling was destijds meer ambachtsschool dan academie en bovendien werden de lessen alleen maar in de avonduren gegeven.

In 1857 was Lambert Hezenmans overdag in de leer gegaan bij de neogotische beeldhouwer en architect Stephen Louis Veneman. Diens 'kunstwerkplaats voor kerkelijk beeld- en lofsnijwerk' was met ruim 45 werknemers een van de grootste ateliers van 's-Hertogenbosch. Veneman had in deze jaren volop werk, want door de katholieke herleving was de vraag naar kerkelijke inventarissen enorm toegenomen. Het atelier vervaardigde tientallen neogotische biechtstoelen, preekstoelen, koorbanken en altaren; honderden houten heiligenbeelden vonden vanuit de werkplaats aan de Verwersstraat hun weg naar de veelal vergrote, herstelde of nieuwgebouwde katholieke kerken in het bisdom 's-Hertogenbosch en daarbuiten. Een filiaal aan de Beurdsestraat leverde bovendien vele kerkelijke kunstwerken in natuursteen. Dit klimaat vormde een gunstige voedingsbodem en inspiratiebron voor het talent van de beeldhouwersleerling Lambert Hezenmans, tot grote vreugde van zijn leermeester.

Toen Louis Veneman in december 1858 officieel werd aangesteld als leider van de uitwendige restauratiewerken aan de Bossche Sint-Janskathedraal nam hij zijn begaafde pupil dan ook graag mee naar de bouwloods aan de voet van de kerk. De restauratie van de Sint-Jan was hard nodig, want de jaren van nalatig onderhoud en verwering hadden 'een diepe rimpel in haar gelaat geploegd'. Bovendien kwam de bouwvallige staat niet overeen met de waardige status van de kerk: de Sint-Jan was immers in 1853 weer tot kathedraal verheven en vormde daarmee het middelpunt van het vernieuwde bisdom 's-Hertogenbosch. Door algeheel herstel en rijke aankleding in neogotische stijl zou dit symbool van de katholieke herleving weer nieuwe luister, hoge gebruikswaarde en zichtbaar prestige moeten verwerven. Voor Lambert Hezenmans bood de restauratie van de Sint-Janskathedraal vooralsnog de kans om zich als gezel verder te bekwamen in het hakken van moeilijk ornamentwerk als hogels, troonhuiven en pinakels.

Gaandeweg liet Veneman zijn getalenteerde leerling echter ook steeds meer bouwtekeningen en detailontwerpen maken. Lambert Hezenmans bleek over een vaardige tekenpen te beschikken en dat kwam hem goed van pas. Want toen zijn leermeester als gevolg van een beroerte halfzijdig verlamd raakte, was Hezenmans klaar om de restauratiewerkzaamheden voort te zetten. Amper 22 jaar oud kreeg Lambert Hezenmans in 1863 de volle verantwoordelijkheid over het werk aan de Sint-Jan, ofschoon hij pas in 1868 officieel tot restauratie-architect werd benoemd.

Tot aan zijn dood was Lambert Hezenmans vrijwel iedere dag in, op of bij de Sint-Janskathedraal te vinden. Hij klom langs goten en daken om metingen te verrichten en profielen te tekenen, waarna hij de vorm van de te houwen steen op de vloer uitschetste. In de bouwloods werden onder zijn leiding jaarlijks vele tonnen ruwe natuursteenbrokken omgetoverd tot pasklare blokken voor balustrades, wimbergen, luchtbogen en andere bouwelementen. Rondom de Sint-Jan was het in deze jaren een en al bedrijvigheid: tientallen steenhouwers, beeldhouwers, ornamentwerkers, metselaars, sjouwers, timmerlieden en smeden zorgden ervoor dat de restauratie gestaag vorderde. In 1867 was de ruïneuze gevel van het noordportaal volledig vernieuwd, tussen 1870 en 1878 werden het middenschip en de zijbeuken aan de noordkant van de kerk aangepakt. Daarna volgden de Lieve-Vrouwe-kapel en de Doopkapel. In 1883 begon Hezenmans aan de zuidkant van de Sint- Jan, om tussen 1901 en 1905 de kruisingskoepel onder handen te nemen.

Ondertussen hield Lambert Hezenmans zich ook bezig met de herstelling en vernieuwing van het interieur van de Sint-Janskathedraal, alhoewel hij formeel alleen voor het uitwendige herstel was aangesteld. Zo leverde hij het ontwerp voor vrijwel alle gebrandschilderde ramen, voor de nieuwe neogotische inrichting van het hoogkoor en de Sacramentskapel, voor de restauratie van de koorbanken, voor de armluchters van de gasverlichting, voor de altaren in de straalkapellen en voor een reeks heiligenbeelden in de kooromgang en het schip. Wat de vlotte tekenpen van Hezenmans op papier zette, voerden lokale kunstenaars als Hendrik van der Geld en Antonius Sopers uit.

Met de grootscheepse restauratiewerkzaamheden aan de Sint-Jan maakte Lambert Hezenmans naam in heel Nederland. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat hij na 1880 vanuit de bouwloods in 's-Hertogenbosch ook andere restauraties ging leiden, waaronder die van de gevel van het stadhuis in Gouda (1880-1883), de toren van het stadhuis in Middelburg (1887), het exterieur van de Petruskerk in Oirschot (1887), kasteel Maurick in Vught (1891-1892), de Sint-Antoniuskapel in 's-Hertogenbosch (1907) en de gevel van het raadhuis in Enschede (1907). Verder verrichtte Hezenmans tussen 1880 en 1906 ten behoeve van de rijksadviseurs voor de monumenten regelmatig inspecties van restauratiewerken elders, zoals die aan de Sint-Servaaskerk en de Onze-Lieve-Vrouwekerk in Maastricht, de Bovenkerk in Kampen, de Munsterkerk in Roermond, de Michaëlskerk in Zwolle en de Eusebiuskerk in Arnhem. Vaak deed hij dit samen met zijn vriend en collega: de beroemde architect Pierre Cuypers. Bovendien was Lambert Hezenmans tussen 1903 en 1909 lid van de Rijkscommissie tot het Opmaken van een Inventaris en een Beschrijving van de Nederlandsche Monumenten van Geschiedenis en Kunst, waarvoor hij de monumenten van enkele gemeenten in oostelijk Noord-Brabant inventariseerde. Tenslotte ontwierp Hezenmans ook nog een aantal neogotische kerken in plaatsen als Oerle, Acht, Meerveldhoven en Bunnik; voorts de bruggehoofden van de oude IJsselbrug in Kampen, het kasteeltje Roucouleur in Vught en talrijke inventarisstukken voor kerken in het bisdom 's-Hertogenbosch en daarbuiten.

Lambert Hezenmans genoot tijdens zijn leven veel aanzien om zijn kennis en kunde als bouwmeester. In 1873 werd hem het lidmaatschap van La Société Française d'archéologie aangeboden. Twee jaar later benoemde het Sint-Bernulphusgilde, een vereniging voor pure gotische kunst, hem tot erelid en later tot beschermheer. Hezenmans was ook lid van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant. Bovendien was hij gedurende een aantal jaren na 1880 als directeur aan de Ambachtsschool in 's-Hertogenbosch verbonden en gaf hij rond 1882 enige tijd les als leraar bouwkunde aan de Koninklijke School.

De restauratiewerkzaamheden aan de Sint-Janskathedraal bleven echter gedurende meer dan vijftig jaar de voornaamste bezigheid van Lambert Hezenmans. Dit was zijn levenswerk. In 1908 vierde hij zijn gouden jubileum. Bij deze gelegenheid werd hij onderscheiden met het officierskruis in de orde van Oranje Nassau, met de ridderorde van de Heilige Gregorius de Grote en met het erekruis Pro Ecclesia et Pontifice. Lang mocht hij echter niet van deze eretekenen genieten. Want toen hij nog maar net een begin had gemaakt met het herstel van het hoogkoor, een van de moeilijkste maar mooiste gedeelten van de kathedraal, stierf Lambert Hezenmans na een kort ziekbed op 28 april 1909. Zijn broer Jan, die heel zijn leven bij hem had ingewoond en die met zijn geschiedkundige werken over de Sint-Jan 'de grond had beschreven waarop Lambert had kunnen bouwen' was hem slechts enige maanden voorgegaan.

Na zijn dood kwam er naast lof ook kritiek op het werk van Hezenmans. Het nieuwe restauratiebeginsel van 'behouden gaat voor vernieuwen' leidde tot een veroordeling van zijn restauratiewerk aan de Sint-Jan als juist het omgekeerde van dit principe. Hezenmans had het authentieke middeleeuwse werk niet gespaard en talloze historisch onverantwoorde aanvullingen gemaakt. Tegenwoordig wordt het pionierswerk dat Lambert Hezenmans verrichtte genuanceerder beoordeeld, waarmee zijn persoon een rechtmatige plaats in de geschiedenis heeft gekregen.


Bronnen
• Bouwloods Sint-Janskathedraal, Restauratie-archief
• Stadsarchief 's-Hertogenbosch, Bossche Burgerlijke Stand; Leerlingenboek van de Koninklijke School voor Nuttige en Beeldende Kunsten te 's-Hertogenbosch, 1843-1858
• H. Hezemans, 'Lambert Hezenmans. Restauratie-architect in de tweede helft der negentiende eeuw,' in: Idem, De gebroeders Hezenmans, Zundert 1978
• L.C. Hezenmans, 'Over de restauratie-werken der St. Janskerk te 's-Hertogenbosch', in: Handelingen van het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, 's-Hertogenbosch 1876, 27-47
• J. Mosmans, De St. Janskerk te 's-Hertogenbosch, 's-Hertogenbosch 1931; herdruk 's-Hertogenbosch 1980
• C. Peeters, De Sint Janskathedraal te 's-Hertogenbosch, 's-Gravenhage 1985
• Idem, 'De Sint-Jan van Den Bosch in de negentiende eeuw, een geschiedenis van goede bedoelingen', in: Bulletin van de Koninklijke Nederlandsche Oudheidkundige Bond, 72 (1973), 131-146
• P.J.G.M. Timmermans, De bouwloods van de Sint Jan. Culturele en sociaal-economische aspecten van de uitwendige restauratiewerkzaamheden aan de kathedraal van 's-Hertogenbosch tussen 1859 en 1909, ongepubliceerde doctoraalscriptie Rijksuniversiteit Utrecht 1991


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 2 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening,
Amsterdam/Meppel 1994).


Auteur: Patrick Timmermans

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon