W.J. Hubert van Beusekom (1855-1939)

een heer van stand

Wilhelmus Jan Hubert van Beusekom - spruit uit een aanzienlijke Brabantse, protestantse familie - werd geboren op 2 februari 1855 in Hilvarenbeek als zoon van Antonie Petrus van Beusekom, ontvanger der directe belastingen, en jonkvrouwe Joanna Jacoba Sara Bowier. Hij trouwde in 1881 met jonkvrouwe Cornelie Henriëtte Serraris. Zij kregen - behalve een doodgeboren zoon - vijf kinderen: twee zoons en drie dochters. W.J. Hubert van Beusekom stierf op 16 februari 1939 te 's-Gravenhage.

Na de HBS in Breda volgde hij de opleiding tot surnumerair der registratie. Hierna ging hij in de traditie van de familie werken bij de belastingen. Toen hij op 2 februari 1881 trouwde te Kampen, was hij controleur der directe belastingen in Breda. Dezelfde functie had hij in 1886 in Rotterdam. In deze plaats werd hij nadien bevorderd tot inspecteur van de grondbelasting. Tijdens zijn loopbaan ontving hij onderscheidingen: eerst Officier in de Orde van Oranje-Nassau en later Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Hij beëindigde zijn carrière als een redelijk hoge ambtenaar, maar hij genoot een aanzien dat uitsteeg boven het prestige dat aan deze functie was verbonden. Bij zijn overlijden werd hij een bestuurder en zakenman van grote allure genoemd. Die indruk wekken ook zijn activiteiten en correspondentie. Hij was de oprichter in 1899 van de Provinciale Hypotheekbank N.V. gevestigd in Den Haag. Daarvan werd hij voorzitter en zijn zoon, Antoni Petrus, later directeur. Na zijn pensionering in 1925 werd Van Beusekom benoemd tot adviseur-honorair van het ministerie van Financiën.

Hij was een man van traditie en had uitgesproken conservatieve trekken. Hij gaf zijn kinderen een ouderwetse, Victoriaanse opvoeding in verschillende betekenissen van het woord: hij spaarde de roede niet en domineerde de studiekeuze van al zijn kinderen. Zo verhinderde hij dat zijn zonen volgens hun voorkeur in Wageningen gingen studeren en vond hij het niet nodig zijn dochters, ondanks hun wens daartoe, een academische opleiding te laten volgen. Aan zijn oudste dochter, Anna, zou een academische opleiding zeker besteed zijn geweest. Zij ontpopte zich spoedig als een verdienstelijk schrijfster van meisjesboeken, in totaal niet minder dan dertien. Zelfs dit succes kon W.J. niet tot andere gedachten brengen. Hij meende: 'Moderne literatuur kweekt allemaal slappe-knieënmenschen, zenuwzieke zoutzakken en is de bron van alle kwaad. (...) Je kunt niet door de slik gaan zonder zelf besmet te worden.

Van Beusekom was van gefortuneerden huize. Hij kocht in 1894 samen met de Hilvarenbeekse notaris E. Huijsmans het landgoed Gorp, gelegen in de gemeenten Hilvarenbeek en Goirle. In 1903 kocht hij de notaris uit en werd hij alleen eigenaar van Gorp. Hij was een natuurvriend en hartstochtelijk jager. Op het uitgestrekte landgoed heeft hij tot op zeer hoge leeftijd deze passies - in klein en groot gezelschap - naar hartelust kunnen bevredigen. Met zijn familie heeft hij er zoveel mogelijk zijn vrije tijd doorgebracht.

Een adellijke moeder, een adellijke echtgenote en het bezit van een landgoed met een 'kasteeltje' zijn zeker de motieven geweest om zijn familienaam meer aanzien te geven. Hij koos ervoor aan de achternaam Van Beusekom de naam Hubert vooraf te laten gaan. Dat was de geslachtsnaam van zijn grootmoeder, maar het was ook zijn eigen derde voornaam.

Hubert van Beusekom heeft - in de traditie van zijn familie waar grondbezit regel was - met zorg en liefde zijn landgoed beheerd en uitgebreid. Maar uit veel blijkt dat hij geen gemakkelijk karakter had en hij was dan ook als landheer weinig geliefd in de omgeving. Buren vertikten het om hem te helpen bij het blussen van hei- en bosbranden, omdat hij ook onder andere omstandigheden iedereen zoveel mogelijk van zijn landgoed weerde. Met de gemeente Hilvarenbeek lag hij uitgebreid overhoop, omdat die aan boeren toestond hei af te stoken teneinde de grond gemakkelijker te kunnen bewerken. Hij zag daarin slechts gemakzucht van de Beekse boeren en groot gevaar, omdat de brand door opstekende wind gemakkelijk naar zijn bezit kon overwaaien. Hij wendde zich telegrafisch tot de minister om dat te voorkomen. Uit het vervolg werd duidelijk dat hij over invloedrijke relaties beschikte, want aan zijn klacht werd tot op het hoogste niveau uitvoerig aandacht besteed.

Autoriteit moet hij zeker gehad hebben als het ging om het beheer van landerijen. Sinds 1892 was hij voorzitter van de Ring Rotterdam van de Maatschappij tot Bevordering van Welstand voornamelijk onder Landlieden. Vanaf 1899 maakte hij deel uit van het hoofdbestuur en hij bleef in die functie tot kort voor zijn dood, minstens tot het jaar 1936. De Maatschappij bestond voornamelijk uit lieden van gegoeden huize, een milieu waarin Hubert van Beusekom zich thuis voelde.

Notabel was ook het gezelschap waarvan hij sinds 1882 lid was: de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap in 's-Hertogenbosch. Bij zijn gouden jubileum als lid in 1932 deed hij de regerend proost een keten ten geschenke, ontworpen en uitgevoerd door de bekende edelsmeden Jan Eloy en Leo Brom uit Utrecht. Deze keten wordt nog steeds door de proost in functie gedragen en bestaat uit tweemaal achttien schakels met daartussen twaalf medaillons met beeltenissen van de apostelen. Op de keten is verder de naam van de schenker vermeld met diens (aangenomen) wapen en wapenspreuk. Hubert van Beusekom was met zijn karakteristieke baard een markante verschijning en bovendien goed van de tongriem gesneden. Bij de Broederschap in Den Bosch stond hij bekend als een onovertroffen tafelpresident bij de 'broederlijke maaltijden'. In die kringen maakte hij zich ook ongetwijfeld bemind blijkens de herdenking die de proost uitsprak na Van Beusekoms overlijden in 1939: 'Voor elk een had hij een vriendelijk woord. Groote welwillendheid en wellevendheid kenmerkten zijn omgangsvormen.' Maar voor anderen was hij zeker niet gemeenzaam en bij ondergeschikten weinig geliefd.

Tot op hoge leeftijd had Hubert van Beusekom een uitstekende gezondheid. Hij was energiek tot enkele maanden voor zijn dood: 'Gister heb ik met een gast hier nog van 11-1 en 1-5 gejaagd, en na mijn gebruikelijke hoeveelheid ouden wijn goed geslapen en thans al weer aan mijn zesden brief.' Hij was toen 83. Hij overleed kort na zijn 84ste verjaardag op 16 februari 1939 in Den Haag, waar hij werd begraven in het familiegraf op de begraafplaats Oud Eik en Duin. Bij die gelegenheid bleek dat hij een beduidende reputatie genoot. De kranten deden er gedetailleerd verslag van. De stijl was aangepast aan het verscheiden van een man van allure.


Bronnen

• Leonard Joosten, 'Een Heer van Gorp. W.J. Hubert van Beusekom', Jaarboek Heemkundige Kring Goirle (1998), 70-79
• Nederland's Patriciaat, uitgave van het Centraal Bureau voor Genealogie te 's-Gravenhage, 47 (1961)
• Archief Illustre Lieve Vrouwe Broederschap, 's-Hertogenbosch
• Archief Staatsbosbeheer Houtvesterij, Eindhoven
• Familiearchief Van Beusekom, berustend in De Nieuwe Hoef te Hilvarenbeek
• Rijksarchief in Noord-Brabant, 's-Hertogenbosch, Archief Maatschappij van Welstand


Dit artikel verscheen eerder in: P. Timmermans e.a. (red.), 
Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 5 (Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Heeswijk 1999).


Auteur: Leonard Joosten

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon