Pater OFM Cap. Ildefonsus (1875-1930)

drankbestrijder

Pater Ildefonsus werd op 3 september 1875 te Gouda geboren als Gerardus Kraan. Hij was de zoon van Ary Kraan en Theodora van Alkemade. Hij overleed te Helmond op 24 april 1930.

In 1892 trad Gerardus Kraan als pater Ildefonsus in bij de kapucijnen, in 1899 volgde zijn priesterwijding. Na voltooiing van zijn priesterstudie kreeg hij grote belangstelling voor de opkomende r.-k. drankbestrijding. De katholieke voorman dr A. Ariëns, die werkte aan de op- en uitbouw van deze beweging, betrok de jeugdige Ildefonsus bij de katholieke matigheidsbeweging Sobriëtas. Ildefonsus zou vanaf dit begin tot aan zijn dood in 1930, zowel lokaal, regionaal als landelijk zeer actief en intens betrokken blijven bij de r.-k. drankbestrijding.

De eerste jaren van de samenwerking met dr Ariëns, die door de pater als een leerschool werden ervaren, wierpen spoedig hun vruchten af. Ildefonsus werd secretaris Pers en Lectuur en medestichter van het maandblad van de katholieke matigheidsbeweging Sobriëtas. Behalve als een bekwaam schrijver ontpopte hij zich ook als een gedreven redenaar. Als zodanig onderging Ildefonsus zijn vuurdoop in 1907 tijdens het katholieke drankbestrijderscongres te Nijmegen waar hij een pleidooi hield voor een betere, diocesane opzet van de r.-k. drankbestrijding. Ildefonsus werd in 1907 overgeplaatst naar Breda, waar hij aan de wieg stond van de oprichting van het eerste R.-K. Consultatiebureau tot Redding van Drankzuchtigen.

De bakens waren gezet en toen de pater in 1909 werd overgeplaatst naar het bisdom 's-Hertogenbosch, met als standplaats Helmond, ging hij dan ook onvermoeibaar voort op de ingeslagen weg. Een weg bezaaid met initiatieven en successen, maar ook met persoonlijke conflicten.

Ildefonsus was er de man niet naar om op zijn nieuwe standplaats de kat uit de boom te kijken. Vol overgave stortte hij zich ook hier op het terrein der r.-k. drankbestrijding. Hij stond aan de wieg van de nationale R.-K. Vereniging van Geheelonthouders onder het Nederlandse Spoor- en Tramwegpersoneel (1912) en het R.-K. Consultatiebureau tot Redding van Drankzuchtigen, in Helmond vanaf 1917 gehuisvest in het Sobriëtas-gebouw. Maar ook hield Ildefonsus, inmiddels hoofdbestuurslid van de Bossche Diocesane Drankbestrijdersbond (BDDB), inspectietochten, stimuleerde hij de oprichting van plaatselijke drankweerbureau's en had hij veel aandacht voor het r.-k. jeugdwerk. In 1920 werd hij secretaris van de toen opgerichte Dr Ariënsvereniging. Behalve bij het oprichten van organisaties was de pater ook actief betrokken bij tal van publicitaire acties. Zo werd hij in 1914 hoofdredacteur van het Blauwe Sein, het blad van het r.-k. spoor- en tramwegpersoneel, en in 1920 hoofdredacteur van De Kruisbanier, het blad van de Sobriëtasbeweging.

Ildefonsus schreef op sociaal en charitatief gebied een haast eindeloze reeks artikelen en brochures. Naast de genoemde bladen verschenen artikelen van zijn hand in de Maasbode, De Nieuwe Eeuw en de Zuid-Willemsvaart. Als specialist op het gebied van de bestrijding van alcoholisme schreef hij op dit hem bekende terrein meer dan dertig brochures. Alhoewel hij als oorzaak van de drankverslaving de slechte huisvesting en de erbarmelijke leefomstandigheden erkende, bestreed hij deze niet. Wel bestreed Ildefonsus in zijn geschriften 'de drankduivel' als bron van alle maatschappelijke kwaad. Volgens de pater was er een direkte relatie tussen de drank en ongelukkige huwelijken, criminaliteit, onzedelijkheid en de vervlakking van het godsdienstig leven. Ildefonsus was een man van de daad en had een uitgesproken, niet altijd even genuanceerde, mening. Getoonde initiatieven en behaalde successen getuigden van een groot doorzettingsvermogen en rotsvast geloof in eigen kunnen. Aangezien hij, in zijn gedrevenheid en met maar één doel voor ogen, soms voorbij ging aan de bestaande maatschappelijke en persoonlijke verhoudingen, leverde dat nogal eens stof op voor conflicten. Deze conflicten lagen zowel op lokaal als provinciaal niveau. Voor Ildefonsus was er namelijk maar één doel, de drankbestrijding, en maar één weg, de zijne. Wanneer opponenten hem van hun gelijk en zijn ongelijk probeerden te overtuigen, dan gebruikte hij de veelzeggende uitdrukking: 'ik heb de tijd'. Wat in de praktijk betekende dat de pater bij zijn eigen oordeel en inzicht bleef.

In 1926 culmineerde binnen Sobriëtas het daar reeds enige tijd aanwezige besef dat de federatie meer taken had dan alleen drankbestrijding in het aanvaarden van de door dr Ariëns voorgestane en geformuleerde beginselen. Beginselen die de organisatie in een breder en dieper vaarwater moesten brengen. Sobriëtas moest een op brede leest geschoeide katholieke organisatie voor katholieke levensverdieping en soberheid worden, een organisatie die zich keerde tegen de 'moderne' excessen en genotzucht. Door deze verruiming en aanpassing van het taakveld zou Sobriëtas als organisatie beter aansluiten bij de maatschappelijke ontwikkelingen. Deze nieuwe richting was de gedreven Ildefonsus een doorn in het oog. De pater, als drankbestrijder pur sang, wilde zich hieraan niet conformeren en al langer sluimerende spanningen tussen hem en het hoofdbestuur werden eensklaps manifest.

Logischerwijs had deze controverse gevolgen. Vanuit Sobriëtas werd geijverd voor het terugtrekken van pater Ildefonsus uit de hoofdbesturen der r.-k. drankbestrijdersorganisaties. Ildefonsus, zoals altijd overtuigd van eigen gelijk, hield voet bij stuk en bisschop Diepen moest eraan te pas komen om hem te bewegen van het ambt afstand te doen. Na deze kwestie ging de pater echter onverdroten door met zijn plaatselijke drankbestrijdingswerk. Dit plaatselijk werk maakte hem bijzonder gezien bij het 'gewone' Helmondse volk. Vaak viel dan ook te horen: 'Het is zo erg nog niet, pater Ildefonsus zal ons wel redden'. De lokale gezagsdienaren deelden dit vertrouwen niet. In hun ogen gingen de mensen naar de pater om uit de gevangenis te blijven. Hoe men ook over hem dacht, pater Ildefonsus ging onbekommerd en fervent door met het bestrijden van de drankduivel. Vol overgave tot aan zijn dood, die na een kort ziekbed vrij plotseling kwam op 24 april 1930. Vijf dagen later werd 'de bruine generaal' of 'waterpater', zoals hij in de volksmond werd genoemd, onder grote publieke belangstelling te Helmond ter aarde besteld.

Naar aanleiding van het overlijden van deze 'man van en voor het volk' verschenen tal van necrologieën waarin pater Ildefonsus geroemd werd om zijn werklust, zijn doorzettingsvermogen en de door hem behaalde successen.


Bronnen

• GVL, 'De Waterpater', in: Met Kap en Koord, 3 (1991)
• Archief Capucijnen 's-Hertogenbosch
• Gemeentearchief Helmond: Archief Dr Ariënsvereniging; Archief van de R.-K. Vereniging van Geheelonthouders onder Spoor- en Tramwegpersoneel 'St. Franciscus'; Archief van het kruisverbond 'R.-K. Drankweer', afdeling Helmond
• Katholiek Documentatiecentrum Katholieke Universiteit Nijmegen, Archief van dr Alphons Ariëns
• Archief van de Rooms-Katholieke Matigheidsbeweging Sobriëtas


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 2 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening,
Amsterdam/Meppel 1994).


Auteur: A. Vergoossen

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon