Francis Janssens (1843-1897)

missionaris, bisschop en aartsbisschop

Franciscus Antonius Josephus Augustinus Janssens werd op 17 oktober 1843 in Tilburg geboren. Hij was de zoon van Cornelis Jan Janssens en diens tweede echtgenote Josephina Anna Dams. Het grote gezin bewoonde een ruim huis aan het Heuvelplein, waar vader Janssens een groothandel in wollen stoffen dreef. Grootvader Dams was in de Franse tijd burgemeester van Tilburg geweest. Mgr. Francis Janssens is overleden op 10 juni 1897.

'Ze hadden ons net zo goed een Chinees kunnen sturen,' was het commentaar van een Franse priester toen Francis Janssens in 1888 benoemd werd tot aartsbisschop van New Orleans in de Amerikaanse staat Louisiana. Deze staat was Frans gebied geweest voordat Napoleon het aan de jonge Amerikaanse republiek had verkocht. In de jaren daarna was de Franse invloed geleidelijk minder geworden, maar er waren nog veel priesters en religieuzen die afkomstig waren uit Frankrijk. Een aantal van hen zond petities met handtekeningen naar Rome om te voorkomen dat een 'buitenstaander' het uitgestrekte aartsdiocees zou gaan leiden.

Toch werkte Janssens al sinds zijn priesterwijding in de Verenigde Staten. Hij had vanaf zijn vroege jeugd priester willen worden en had daartoe het kleinseminarie De Ruwenberg in Sint-Michielsgestel en later de grootseminaries van het bisdom 's-Hertogenbosch doorlopen. Hij bleek een goede student te zijn met talent voor muziek, iets wat hem later nog van pas zou komen. Toen John McGill, de bisschop van Richmond, in Europa op doorreis was om priesters te werven voor zijn diocees, gaven François Janssens en zijn klasgenoot Gerard van der Plas gehoor aan zijn oproep. Na een jaar van voorbereiding op het Amerikaanse college in Leuven werden zij in België tot priester gewijd en in 1868 arriveerden beiden als missionaris in de Nieuwe Wereld. Gerard van der Plas overleed echter binnen twee jaar aan de gevolgen van tyfus.

In het bisdom Richmond in de staat Virginia werd Janssens na korte tijd de vertrouwde assistent van bisschop McGill en daarna van diens opvolgers James Gibbons en John Joseph Keane. Zo hielp hij bisschop Gibbons bij het opzoeken van de bijbelse referenties voor diens The Faith of Our Fathers, een boek over het katholieke geloof. Het verscheen in 1876 en werd een bestseller: in 1895 was het al 47 keer herdrukt. Het kwam ook uit in een Nederlandse vertaling. Mgr. Gibbons zou later als kardinaal van Baltimore meer dan veertig jaar de onbetwiste leider van het Amerikaanse episcopaat zijn. Zijn portret hing jarenlang op een ereplek in het huis van de familie Janssens in Tilburg, waar hij een graag geziene gast was.

Ofschoon hij geen sterk gestel had en zelfs een keer naar Tilburg terug moest om te genezen van een ernstige ziekte, werkte Francis Janssens hard in Richmond. Door zijn open en vriendelijke karakter maakte hij er snel vrienden, zowel onder zijn collega's als onder leken van allerlei rang en stand. De overwegend protestante inwoners van Virginia hadden het niet eenvoudig na de nederlaag van de zuidelijke staten in de burgeroorlog. Er waren honderdduizenden mannen gesneuveld, plantages waren verwoest, huizen verbrand en overal was grote armoede, vooral door de afschaffing van de slavernij. Inmiddels groeide de katholieke kerk gestaag, ondanks een groot gebrek aan priesters. Janssens zelf mocht een aantal protestanten de katholieke kerk binnen leiden. Al spoedig werd Janssens benoemd tot plebaan van de kathedraal van Richmond en tot secretaris van de bisschop. Later moest hij ook als administrator het bestuur van het diocees waarnemen in de periodes tussen bisschopsbenoemingen. Behalve in de bisschopsstad zelf was hij ook actief in een drietal kleinere parochies in het diocees. Hij reisde daar om de zoveel weken met de trein heen. In het kerkje van een van die parochies, St. John's in Warrenton, bewaart men nog zorgvuldig enkele heiligenbeelden en andere gaven van de familie Janssens uit Tilburg. Verder besteedde hij veel aandacht aan de koren van de kerken die hij bediende, iets wat hij later in Natchez ook zou doen.

Priester Francis Janssens was een nauwgezet en onbaatzuchtig man. Zo hield hij zorgvuldig de archieven en de boekhouding bij. Verder bewaarde hij al zijn preken, ook de eerste die in moeizaam Engels waren gesteld en vol stonden met verbeteringen. Uit deze preken komt een man naar voren die zich strikt hield aan de uitleg van het evangelie en de leer van de kerk. Hij drukte zich eenvoudig uit en was zeker geen briljant redenaar, maar hij had een mooie stem waarnaar de gelovigen graag luisterden. Zijn kleine of misschien wel helemaal niet-bestaande salaris, dat door zijn familie werd aangevuld, deelde

hij graag met de minder bedeelden, met name de zwarten. Van hen behoorde slechts een handjevol tot de katholieke kerk; de meesten hadden het geloof aangenomen van hun voormalige protestantse meesters.

Toen de naam van Janssens begon te circuleren als 'geschikt om bisschop te worden', schrok de nogal bescheiden jonge priester. Toch werd hij na bijna twaalf jaar werkzaam te zijn geweest in Virginia geschikt bevonden om bisschop te worden van Natchez in de staat Mississippi, een zeer arm diocees in het diepe zuiden waar bijna alle priesters afkomstig waren uit Europa. Hoewel het afscheid van Virginia hem zwaar viel, raakte hij al snel ingeburgerd in het mooie en rustige stadje Natchez waar hij allerhartelijkst werd ontvangen. Kort na zijn wijding tot bisschop in 1881 maakte mgr. Janssens een reis naar Tilburg om zijn bejaarde moeder en andere familie en vrienden te bezoeken. Hij werd er feestelijk en met veel egards onthaald. De naar hem genoemde Bisschop Janssensstraat in Tilburg dateert waarschijnlijk uit deze periode.

Het 'bekeren van Indianen' had hoog op zijn lijstje gestaan, toen de jonge Janssens van de missie in de Verenigde Staten had gedroomd. Waar in Virginia nauwelijks Indianen te vinden waren geweest, bleken in Mississippi echter nog wel een paar stammen in de naaldwouden te wonen. Het waren Choktaws en Janssens stichtte een missie voor hen die nu nog steeds bestaat. Via een artikel in De Tijd kreeg hij contact met de Delftse priester Benjamin Bekkers. Deze ging de missie leiden en zorgde er ook voor dat er zusters kwamen om hem te helpen. Janssens bezocht 'zijn' Choktaws regelmatig en trakteerde ze dan op een barbecue. Zijn preken, geschreven in een vreemde mengeling van Indiaans en Engels, zijn interessant om te lezen. Ook zijn observaties - en die van Bekkers in zijn dagboek - over de problematiek van het werk onder de Choktaws zijn boeiend.

De helft van de bevolking in het diocees Mississippi bestond evenwel niet uit Indianen maar uit zwarten, voormalige slaven of afstammelingen van hen. Omdat Mississippi onder Franse invloed was geweest, waren er onder hen nogal wat katholieken. De zwarten werden hevig gediscrimineerd door de blanke bevolking. Zo moesten ze in de kerk de apart zitten. Apartheid tekende de hele samenleving in de zuidelijke staat. Bovendien waren de zwarten nog armer dan de meeste blanken. Zwarte priesters waren er nog niet of nauwelijks - er was trouwens ook maar één blanke priester die in Mississippi was geboren. Mgr. Janssens meende dat zwarte jongens net zo goed tot priester konden worden opgeleid als blanke, een denkbeeld dat toen nog zeer controversieel was. Hij publiceerde over het onderwerp en correspondeerde erover met gelijkgezinden, vooral met de oprichter van de Josephites, de Amerikaanse tak van de priesters van Mill Hill. Zij legden zich toe op het apostolaat onder de zwarten en hebben in de loop der jaren ook een aantal zwarte priesters in hun sociëteit kunnen opnemen. Met hulp van de Propagation de la Foi uit Frankrijk kon Janssens een paar schooltjes voor zwarte kinderen bekostigen waar hij zelf ging examineren. Zijn bijzondere belangstelling voor het onderwijs bleek ook uit de stichting van een kleinseminarie, dat echter geen lang leven beschoren was.

Wél staat in Natchez nog steeds de kathedraal van St. Mary, waarvan de bouw in 1842 begonnen was. Janssens bouwde de kerk af en wijdde haar in. Ook zijn familie in Nederland droeg een steentje bij. Zo schonk zijn moeder een beeld van de H. Maagd van Zeven Smarten, patrones van het diocees, en een beeld van de H. Franciscus. Twee broers gaven beelden van hun patroonheiligen en de zusters Constance Pollet en Louise Swagemakers zorgden voor de heiligen Aloysius en Agnes. De Pietà was een geschenk van bisschop Janssens zelf en hij liet ook glas-in-loodramen maken.

Het bisdom Natchez was ondergeschikt aan het aartsbisdom New Orleans. Janssens kwam regelmatig in die stad. Hier werd hij op de hoogte gebracht van de problemen in de uitgestrekte kerkprovincie, een gebied dat nu verdeeld is in vele diocesen. Niet het geringste probleem was de enorme schuld. Na de burgeroorlog hadden de aartsbisschoppen kerken, kloosters en scholen gebouwd zonder daarvoor over de middelen te beschikken. Verder waren er weinig priesters afkomstig uit Louisiana zelf. De aanwezigen waren meestal Frans, Iers of Duits en de verhoudingen tussen hen waren niet ideaal. Janssens stond bekend als iemand die zijn zaakjes op orde had. Hij was niet voor niets een telg uit een familie van vooraanstaande zakenlieden. Achteraf gezien is het niet zo verwonderlijk dat hij aan Rome werd voorgedragen om in 1888 het moeilijke aartsdiocees te gaan leiden, ook al doordat men verwachtte dat hij als Nederlander wellicht enigszins neutraal tegenover de verschillende nationaliteiten zou staan.

In vergelijking met zijn voorganger was aartsbisschop Janssens een democratisch bestuurder die zijn medebewoners van the French Quarter in New Orleans enigszins scandaliseerde door zich te voet te verplaatsen en gezellige praatjes te houden met voorbijgangers. Ook placht hij onaangekondigd binnen te vallen in kloosters en pastorieën, overigens een goede manier om op de hoogte te komen van de stand van zaken. Hij maakte zich in brede kring geliefd en men kwam graag luisteren naar zijn preken, ook al maakte hij soms kleine foutjes in het Frans en in het Engels. Hij was bijzonder open tegenover de pers en men kan nog veel over hem lezen in de ellenlange krantenartikelen van die dagen. De reacties waren overwegend positief, met uitzondering van een Frans krantje dat geleid werd door een briljant maar sarcastisch schrijvende priester die Janssens en zijn vrienden regelmatig beschuldigde van te veel liefde voor 'de Amerikanen'. Janssens vond inderdaad dat de kerk in Louisiana, nu het een deel van de Verenigde Staten was, een Amerikaanse kleur moest krijgen.

Mgr. Francis Janssens bestuurde het aartsbisdom New Orleans slechts negen jaar maar verzette in die tijd een ongelooflijke hoeveelheid werk. Hij slaagde erin de schuld te delgen, een seminarie op te richten (het werven van native vocations was in zijn ogen noodzakelijk) en kerken, kloosters, scholen en bejaardenhuizen voor blanken en zwarten te bouwen en te herstellen. Het lukte hem ook meer religieuzen aan te trekken, onder meer voor het lesgeven en voor het verzorgen van doven en melaatsen. Verder restaureerde hij zijn residentie, het oudste huis in de Mississippivallei, en reisde hij veel in zijn aartsbisdom en daarbuiten. Bovendien wist hij fondsen te werven om zijn activiteiten te financieren. Zijn grootste weldoenster was de schatrijke bankiersdochter Katharine Drexel uit Philadelphia, stichteres van een congregatie die zich vooral toelegde op het werk onder zwarten en Indianen. Zij is onlangs zalig verklaard.

Ten slotte dient niet onvermeld te blijven dat Janssens ervoor zorgde dat er zo'n honderd Nederlandse priesters in het diepe zuiden van de Verenigde Staten kwamen werken. Een van hen, Arthur Drossaerts, die was begonnen onder Janssens, stierf als eerste aartsbisschop van San Antonio in de staat Texas. Een andere, Cornelius van de Ven, door Janssens geworven op het seminarie in Haaren, werd bisschop van Natchitoches en Alexandria in Louisiana.

Janssens stierf op 10 juni 1897 aan boord van een schip dat hem naar zijn dierbare Tilburg zou brengen om te genezen van een hartkwaal en waarschijnlijk ook van een maagzweer of een tumor. Hij was kort voor zijn vertrek zo verzwakt dat hij alleen nog zittend kon preken. Zijn dood werd alom betreurd. Zelfs de Franse kranten schreven over 'JansSAIN(T)' en de begrafenis in de kathedraal van New Orleans was niet de eenvoudige waarop hij gehoopt had, maar een manifestatie van verdriet en dankbaarheid.


Bronnen

• Annemarie Kasteel, Francis Janssens: A Dutch-American Prelate, 1843-1897, Lafayette 1992
• Annemarie Kasteel, 'Archbishop Francis Janssens and the Americanization of the Church in Louisiana', in: Cross, Crozier and Crucible, z.p. 1993, 156-169
• Annemarie Kasteel, 'Janssens, Francis (1843-97)', in: Michael Glazier en Thomas J. Shelley, eds., The Encyclopedia of American Catholic History, Collegeville 1997


Dit artikel verscheen eerder in: P. Timmermans e.a. (red.), 
Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 5 (Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Heeswijk 1999).


Auteur: Annemarie Kasteel

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon