Jan van der Lans (1855-1928)

letterkundige en hoofdredacteur van de Katholieke Illustratie

Johannes Romboldus van der Lans werd op 1 juli 1855 te 's-Gravenhage geboren. Onbekend is wie zijn vader was; zijn achternaam is afkomstig van zijn moeder, Agatha van der Lans, die werkzaam was als inwonende dienstbode. Op 48-jarige leeftijd, in mei 1904, trouwde hij in Parijs met de Nederlandse letterkundige Julie Henriëtte Marie Russel (1867-1956). Het huwelijk bleef kinderloos. Op 3 februari 1928 overleed Van der Lans in het Sint-Canisiusziekenhuis te Nijmegen.

Als jongen groeide hij op in de omgeving van de Haagse Pieterstraat en kreeg hij les in de schoollokalen van de Sint-Vincentiusvereniging aan het Westeinde. Daar kwam hij in contact met de Broeders van Maastricht, die het onderwijs verzorgden, en met notaris mr. J.F.A. Leesberg. Deze laatste was degene die Van der Lans' letterkundige talenten onderkende en die hem in het begin van zijn loopbaan van dienst was.

Op de stedelijke normaalschool werd Van der Lans door de broeders opgeleid tot onderwijzer. Op achttienjarige leeftijd behaalde hij de akte voor lager onderwijs, later zou hij nog aktes voor Duits, Engels en Frans verkrijgen en zich bekwamen in het Italiaans en het Kerklatijn. Vanuit zijn geboorteplaats vertrok hij begin november 1873 naar 's-Heerenhoek op Zuid-Beveland, waar hij als hulponderwijzer aan de parochiale school ging werken. In de zomer van 1875 vond hij een nieuwe baan in Rotterdam, op een school voor Meer Uitgebreid Lager Onderwijs.

In 1879 verliet Van der Lans het onderwijs. Hij had gereageerd op een advertentie in Het Huisgezin en kreeg een betrekking bij de Maatschappij De Katholieke Illustratie, gevestigd te 's-Hertogenbosch. Op zijn 24-ste verjaardag werd hij aangesteld als redacteur van de verschillende bladen die de Maatschappij uitgaf, te weten de Katholieke Illustratie, Het Huisgezin, Katholieke Missiën, Leesbibliotheek voor Christelijke Huisgezinnen en Het Dompertje van den Ouden Valentijn.

Bijna twintig jaar bracht Van der Lans door in 's-Hertogenbosch en Vught, waar hij enige tijd woonachtig was. In vergelijking met zijn onderwijzersperiode beschouwde hij zijn nieuwe werkkring als 'een idylle'. Nu had hij volop tijd om te lezen en te schrijven: jaarlijks verscheen er wel een roman of novelle (in feuilletonvorm) in de Katholieke Illustratie en ook in de andere bladen van de Maatschappij verschenen regelmatig bijdragen van zijn hand. Hij ontwikkelde zich in deze jaren tot een letterkundige van naam.

Van der Lans liet zich bij zijn literaire arbeid met name leiden door één voorbeeld: de Amsterdammer J.A. Alberdingk Thijm (1820-1889), die een aanzienlijke invloed heeft gehad op het katholieke culturele leven in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Evenals Alberdingk Thijm werkte hij hard, hield hij er een uitgebreide correspondentie op na, verzorgde hij bijdragen in vele bladen, publiceerde hij veelvuldig romans en novelles en maakte hij talloze gelegenheidsgedichten. Zijn historische romans beschouwde hij als zijn belangrijkste werken.

De publikaties die Van der Lans verzorgde waren zeker niet bestemd om de lezer slechts te vermaken. Integendeel, zij dienden een hoger doel: 'de katholieke zaak'. Het was zijn eenduidige bedoeling om het katholieke volksdeel, dat op vele terreinen in een achtergestelde positie verkeerde, te ontwikkelen en bewust te maken en daarvoor was 'goede' literatuur noodzakelijk. Via een medium als de Katholieke Illustratie kon een groot deel van de katholieke massa bereikt worden. Door de werkzaamheid van auteurs als Van der Lans - van wie vooral de feuilletons veel gelezen werden - werd het katholieke volksdeel meer tot lezen gebracht.

Binnen de Maatschappij kreeg hij in eerste instantie te maken met hoofdredacteur en directeur H.A. Banning, de man die in 1867 samen met J.W. Thompson het eerste nummer van de Katholieke Illustratie bij Henri Bogaerts het licht had laten zien en die het tijdschrift vervolgens liet uitgroeien tot het belangrijkste katholieke familieblad. Verder waren J.A. Vesters en diens zoon J.B. Vesters aan de redactie verbonden, terwijl pater Bernard van Meurs SJ als raadsman van de redactie fungeerde. Directeuren van de Maatschappij waren in die jaren onder andere H. Bogaerts, W.J. van Avezaath en J.H.M. Cramer.

In zijn Bossche jaren bouwde Van der Lans een uitgebreide relatie- en vriendenkring op. Vooral met J.B. (Jan) Vesters onderhield hij een levenslange vriendschap. Maar ook met de letterkundigen Marie Sloot en Maria Viola, de kunstenaars Antoon der Kinderen en Anton van Welie, de dagbladdirecteur Ferdinand Wierdels, drukker Gerard Teulings en met bisschop mgr. W. van de Ven ontstonden intensieve contacten. In het openbare leven van de stad was hij erg actief, wat onder meer zichtbaar is in zijn lidmaatschap van het bestuur van de R.K. Leesbibliotheek en in vele gelegenheidsgedichten die hij bij belangrijke gebeurtenissen maakte. De meest aansprekende opdracht voor Van der Lans was ongetwijfeld de compositie van de feestcantate 'Brabants trouw' bij gelegenheid van het bezoek van koningin Wilhelmina en regentes Emma aan 's-Hertogenbosch in 1895.

Na het overlijden van J.A. Vesters in 1881 - in een sneeuwstorm bij Nieuwkuijk - en door de hoge leeftijd van Banning ging Van der Lans binnen de redactie een steeds belangrijker positie innemen. Pas met ingang van 1 januari 1897 echter werd deze feitelijk gegroeide situatie geformaliseerd door zijn benoeming tot 'verantwoordelijk hoofdredacteur'.

Van der Lans had het naar zijn zin in de Brabantse hoofdstad. Het wekte dan ook bij velen verbazing toen hij in 1898 de Maatschappij verliet, naar Nijmegen verhuisde en zich in de dagbladjournalistiek stortte. Onduidelijk is welke beweegredenen hierbij een rol hebben gespeeld. Hoewel hij nooit enige spijt van zijn overstap liet blijken, schreef hij in een artikel in de Katholieke Illustratie in 1915 dat zijn tijd bij de Maatschappij de gelukkigste van zijn leven was geweest.

Vanuit Nijmegen heeft hij zijn redacteurwerk voor de Katholieke Illustratie nog zestien maanden voortgezet. In de praktijk verliepen de contacten met de Maatschappij in deze periode via een uitgebreide correspondentie met directeur Cramer. Wekelijks werd tussen Van der Lans in Nijmegen en Cramer in 's-Hertogenbosch een kistje heen en weer gezonden, met daarin de te bespreken kopij en de platen die voor eventuele opname in de Katholieke Illustratie in aanmerking kwamen. Alleen zij beiden hadden een sleutel waarmee het kistje geopend kon worden.

In Nijmegen werd Van der Lans aangesteld als hoofdredacteur - vanaf 1900 tevens als directeur - van het belangrijke katholieke en lokaal-regionale dagblad De Gelderlander. Tot op de dag van zijn 64-ste verjaardag, 1 juli 1919, bleef hij aan de krant verbonden. Een toenemende doofheid maakte het noodzakelijk dat hij zijn functie neerlegde.

Als journalist is Van der Lans een van de initiatiefnemers geweest van de Nederlandsche Katholieke Journalisten-Vereeniging (NKJV), die op 14 december 1902 in Utrecht officieel werd opgericht. Samen met onder andere zijn Brabantse collega's Jan Vesters, Antoine Arts - hoofdredacteur van de Nieuwe Tilburgsche Courant - en Albert van der Kallen - verbonden aan de Bredasche Courant - was hij vanaf het begin bij de onderhandelingen betrokken. Als ontmoetingsplaats voor overleg heeft vermoedelijk meer dan eens de wachtkamer van het station te Boxtel dienst gedaan. Van der Lans' belangrijke positie in de katholieke journalistiek en zijn aanzien onder collega's blijkt uit zijn benoeming tot onder-voorzitter van het eerste, vijfkoppige bestuur van de NKJV. Pas in 1919, aan het einde van zijn actieve journalistieke carrière, trad hij uit het bestuur.

Van der Lans was een principiële, hard werkende, maar wellicht wat kleurloze katholiek. Uit de correspondentie die hij met zijn latere vrouw Julie Russel voerde komen vooral zijn zuinigheid, zijn inschikkelijk en meegaand karakter, zijn afkeer van het theater, zijn huiselijkheid en hobby's als tuinieren, fietsen en wandelen naar voren. Na zijn dood in 1928 raakte hij snel in de vergetelheid, met name omdat zijn letterkundige werk in een zich moderniserende samenleving niet langer op prijs werd gesteld en hij het af moest leggen tegen 'de modernen'.


Bronnen

• Willem Dings, '"Roomsche Volkslectuur". Jan van der Lans en de Maatschappij De Katholieke Illustratie in 's-Hertogenbosch (1879-1899)', 's-Hertogenbosch. Driemaandelijks tijdschrift over de geschiedenis van 's-Hertogenbosch 3 (1995), nr. 3, 77-83
• Willem Dings, '"Voor onze Roomsche Pers". De Nijmeegse jaren van Jan van der Lans (1855-1928), hoofdredacteur en directeur van De Gelderlander', in: Jaarboek Numaga 41 (1994), 102-129
• Katholiek Documentatie Centrum Nijmegen, Archief J.R. van der Lans


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 4
(Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Amsterdam/Meppel 1996).


Auteur: W.J.M. Dings

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon