Henricus Franciscus van der Leemputten (1884-1958)

pedagoog en publicist

Henricus Franciscus van der Leemputten werd op 19 december 1884 geboren te Beek en Donk uit het huwelijk van Martinus van der Leemputten en Cornelia Verstappen. Hij studeerde aan het Serafijns Seminarie te Langeweg en trad in 1901 in in de orde der Capucijnen. Op 3 oktober 1901 werd hij te Babberich ingekleed en later geprofest onder de naam frater Gervasius. Hij werd op 20 december 1908 tot priester gewijd en overleed te Tilburg op 8 april 1958.

Henricus Franciscus van der Leemputten, beter bekend onder de naam pater Gervasius, werd geboren in een gezin van twaalf kinderen, waarvan er drie reeds op jeugdige leeftijd overleden. Van de negen overblijvenden werden er vijf religieus.

Ook in het voorgeslacht van pater Gervasius kwamen diverse religieuzen voor. Het is niet duidelijk of ook de kanunnik en zijn naamgenoot Hendrik van der Leemputten, die van 1647 tot 1657 vicaris van het Bossche diocees was, tot zijn voorvaderen behoorde. Wel was de bekende mgr. C. Prinsen een volle neef van zijn moeder.

Op 17 september 1911 werd pater Gervasius benoemd tot lector apologetiek en bijbeluitleg aan de priesteropleiding 'Theologia fundamentalis' te 's-Hertogenbosch. Om zich daarvoor beter te bekwamen volgde hij in 1913 een jaar lessen aan de Gregoriaanse Universiteit te Rome. Heel zijn leven heeft hij geprofiteerd van dit betrekkelijk korte verblijf, waarvan hij een relaas samenstelde, dat in zijn nalatenschap werd gevonden.

Naast zijn lectoraat trok de praktische zielzorg hem echter steeds aan. Gedurende de jaren 1915 en 1916 gaf pater Gervasius maandelijks conferenties voor studenten van het Serafijns Seminarie te Langeweg. Op verzoek van rector dr. H.W.E. Moller werd hij per 1 januari 1918 aan de R.K. Leergangen, toen nog te 's-Hertogenbosch, aangesteld als buitengewoon docent in de godsdienstleer en later ook de pedagogiek, een wetenschap waarmee hij zich tot aan zijn dood in 1958 toe verbonden zou blijven voelen.

Behalve godsdienstleraar en pedagoog was pater Gervasius ook lector aan de R.K. Leergangen in het Nieuwe Testament en in de fundamentele theologie. In 1921 werd hij door mgr. Diepen aangesteld tot moderator van 'Sint-Leonardus', de vereniging voor studenten aan de Leergangen te Tilburg, en vanaf die tijd verschenen ook tal van artikelen en boekwerken van zijn hand.

In 1919 werd hij medewerker van het Tijdschrift voor zielkunde en opvoedingsleer, later ook van het Maandschrift der Derde Orde en het Zondagsblad voor het Katholieke Huisgezin. Vooral heeft pater Gervasius bekendheid verworven door zijn publikaties in de Opvoedkundige Brochurenreeks van frater Rombouts, waarvan hij in totaal tien delen voor zijn rekening nam in de periode van 1921 tot 1952. In 1921 publiceerde hij Bovennatuurlijke Paedagogie, een jaar later gevolgd door Ons Bovennatuurlijk Organisme.

Intussen had pater Gervasius kennis genomen van de Eucharistische Kruistocht. Deze was in 1914 in Frankrijk ontstaan en in 1920 overgenomen door de norbertijnen van Averbode. In België werd de Eucharistische Kruistocht vooral gestuwd door zijn latere vriend dr. Edward Poppe. Het is met name deze beweging geweest die het latere denken en doen van pater Gervasius wezenlijk heeft beïnvloed.

Met de Eucharistische Kruistocht richtte pater Gervasius zich vooral op de opvoeding in eucharistische zin, vooral in woord en gebed. Hij trachtte daarbij met name de 'gewone mensen' met een godsdienstige opvoeding vertrouwd te maken. Centraal in zijn denken stond het streven de mensen de eucharistie te leren begrijpen via kleine praatgroepen ('cellen' genaamd), waarin eenvoudig, ongekunsteld en persoonlijk over de hoogste waarden van het leven en de opvoeding werd gesproken in een taal die de mensen verstonden en begrepen. In de Eucharistische Kruistocht en daarmee in de opvatting van pater Gervasius lag daarbij de nadruk op spirituele, bovennatuurlijke levenswaarden als kernpunten voor een opvoeding in eucharistische zin.

Mgr. F.B.J. Frencken was degene die de beweging invoerde in Nederland en met name in het Bredase diocees. Pater Gervasius schreef er over in 1924 zijn Eucharistische Opvoeding, dat een jaar later in het Engels werd vertaald. Vanaf het begin van de Eucharistische Kruistocht hadden de vrienden Poppe, Frencken en Gervasius elkaar gevonden. In 1925 richtte hij samen met A. van Diepstraten voor kinderen van de Eucharistische Kruistocht het weekblad Zonneland op. Gervasius was jarenlang redacteur van dit blad.

Ook tijdens zijn activiteiten in het kader van de Eucharistische Kruistocht schreef pater Gervasius in verschillende periodieken bijdragen op het gebied van de praktische zielzorg en pedagogiek. Van 1944 tot 1949 was hij redacteur van het weekblad Groot Tilburg, maar tot juli 1948 bleef zijn hoofdwerk bestaan uit zijn lessen aan de R.K. Leergangen, waaraan hij zijn hart had verpand. In 1929 werd hij ook directeur van de Mariacongregatie van Studenten van de Economische Hogeschool en van 1936 tot april 1947 was hij tevens verbonden aan het katholiek Bureau voor huwelijksvoorlichting te Tilburg.

Ter gelegenheid van zijn gouden kloosterfeest werd pater Gervasius op 12 april 1950 door de gemeente Tilburg de gouden legpenning van de stad aangeboden en werd hij benoemd tot ereburger van de stad.

Ook toen hij zich had teruggetrokken als leraar aan de Leergangen en als moderator van 'Sint-Leonardus' bleef hij actief en hield hij nog tal van voordrachten en lezingen. Nog jarenlang hield hij iedere zondagavond bezielende speeches over diverse godsdienstige en actuele onderwerpen voor de 'Kleine Academie' in Tilburg. Zo verwierf hij zich niet alleen vele vrienden onder geestelijken en lectoren, maar ook onder de gewone Tilburgse mensen en studenten, die veel voor hem betekenden.

Het wekt verwondering dat pater Gervasius, die vanaf 1940 leed aan suikerziekte en angina pectoris, nog zoveel werkkracht heeft weten te ontplooien, zelfs nadat hij zich uit het actieve leven had teruggetrokken. Regelmatig legde hij zich meer op dan hij eigenlijk kon verdragen. Tijdens de winter van 1957/1958 voelde hij bovendien dat voorzichtigheid was geboden met betrekking tot zijn hart. Zijn werklust prikkelde hem echter zo, dat hij moeilijk tot volledige rust kon komen. Zijn laatste grote werk, een biografie van zijn vriend mgr. F.B.J. Frencken, heeft hij evenwel niet meer kunnen voltooien. Op 8 april 1958 kwam toch nog onverwacht een einde aan zijn arbeidzame leven.

Pater Gervasius was een man met een zeer affectieve inslag. Dit was een prikkel om zijn talenten ten volle te ontplooien. Als gevolg van de spontaniteit van zijn karakter en de openheid van zijn geest had hij vaak het hart op de tong. Steeds was hij dankbaar voor het vele dat hij het leven en de broedergemeenschap te danken had. Zijn medeleven met en belangstelling voor de mensen in alle lagen van de samenleving alsmede zijn bijdragen op wetenschappelijk gebied getuigden mede daarvan. Op 12 april 1958 werd hij, 73 jaar oud, begraven tussen zijn medebroeders op het kloosterkerkhof te Tilburg.


Bronnen

• P. Gervasius, Dr. Edward Poppe, paedagoog bij de gratie Gods, Tilburg 1952
• P. Gervasius, Zonneweelde, toespraken of lezingen voor de rijpere jeugd, Helmond 1929
• Diverse perspublikaties in het Helmonds Dagblad, december 1934 en april 1950


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 3
(Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Amsterdam/Meppel 1995).


Auteur: C.C.J. Aarts

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon