Cees van Lienden (1897-1971)

socialistisch bestuurder

Cornelis Jan van Lienden werd op 20 augustus 1897 te Utrecht geboren. Zijn ouders waren Jan Cornelis Albertus van Lienden en Gerdina Maria van Doorn. Hij was getrouwd met Anna van Meeteren (geboren in 1893). Cees van Lienden stierf op 19 januari 1971.

Zijn eerste levensjaren bracht Cees van Lienden in zijn geboorteplaats door. Toen de kleine Cees 4 jaar was, verhuisde de familie naar Tiel in de Betuwe. Zijn vader ging hier als klompenmaker werken. Een beroep dat door de opkomende schoenenindustrie steeds meer in de verdrukking kwam. Het gezin was katholiek, maar deed weinig aan het geloof. Cees van Lienden bezocht de openbare lagere school in zijn woonplaats, waar zijn hoofdonderwijzer moeite deed om hem verder te laten leren. Vanwege de benarde financiële situatie thuis kwam hier echter niets van. Toen hij 13 was, moest Cees als jampottenspoeler gaan werken bij de conservenfabriek De Betuwe. Ondanks werktijden van 's morgens zes tot 's avonds zeven uur zag hij kans om zich, geholpen door zijn vroegere leraar, door zelfstudie verder te ontwikkelen.

In 1915, Van Lienden was net 18 jaar oud, sloot hij zich aan bij de Nederlandse Vereniging van Fabrieksarbeiders, een onderbond van het socialistische Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV). Hier werden zijn capaciteiten snel opgemerkt. Nog geen jaar later kreeg hij het aanbod om op het hoofdkantoor van de Fabrieksarbeidersbond, zoals de Vereniging meestal werd genoemd, in Amsterdam te komen werken. Na twee jaar militaire dienstplicht stuurde de bond hem in 1919 als propagandist naar Maastricht. Vier jaar later volgde zijn benoeming tot districtsbestuurder voor de drie noordelijke provincies. Van Lienden en zijn vrouw - hij was in 1921 getrouwd met zijn vroegere (protestantse) buurmeisje uit Tiel - woonden in die tijd in Groningen. Het echtpaar zou in totaal vier kinderen krijgen, waarvan er een jong overleed. In het noorden was de nieuwbakken bestuurder betrokken bij enkele stakingen in de aardappelmeelindustrie. Zijn optreden daarbij wekte zoveel vertrouwen, dat hij in 1927 werd gekozen tot bestuurslid van het NVV. Kort hierna volgde zijn benoeming tot assistent-districtsbestuurder voor Noord-Brabant en Limburg. Begin 1928 vestigde Van Lienden zich met zijn gezin in Eindhoven.

Van Liendens werkterrein besloeg het hele zuiden, maar in de praktijk concentreerde hij zich de eerste tijd op de opbouw van de socialistische beweging in zijn woonplaats. Zijn aandacht verschoof daarbij van het vakbondswerk naar de praktische politiek in de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP). Van deze partij was hij al geruime tijd lid. In het verzuilde Nederland van die tijd was een dergelijke combinatie gebruikelijk.

Het Eindhoven waar Cees van Lienden actief werd, was door de explosieve groei van het Philipsconcern uitgegroeid van een provincieplaatsje tot een industrieel centrum. De socialistische beweging had van deze ontwikkeling slechts beperkt kunnen profiteren. Het stemmenpercentage van de SDAP bij gemeenteraadsverkiezingen steeg van ruim 11% in 1920 tot circa 17% in het begin van de jaren '30. Daar bleef het echter bij. Hetzelfde gold voor het NVV, waarvan het ledental in de jaren '20 opliep tot ruim 3.000 om vervolgens in de jaren '30 vrijwel constant te blijven op circa 4.000.

De Eindhovense socialisten zaten ingeklemd tussen de katholieke zuil en het Philipsconcern, die beide weinig ophadden met een sterke linkse beweging. Philips was bang voor arbeidsonrust en moedigde het lidmaatschap van een vakbond beslist niet aan. Van katholieke zijde vreesde men de invloed van het toen nog vaak antireligieuze socialisme. Ook van deze kant was de bestrijding soms zeer scherp. Zo verspreidde de katholieke partij RKS in de jaren '30 een pamflet waarin de socialisten ervan werden beschuldigd de eer van de Oirschotse vrouwen te willen roven. Bij de verkiezingen voor de Eindhovense gemeenteraad van 1935 werd het huis van de familie Van Lienden beklad met de leus 'Liever dood dan rood.'

Cees van Lienden maakte ook binnen de SDAP snel carrière. In 1930 werd hij voorzitter van de afdeling Eindhoven. Een jaar later volgde zijn verkiezing tot lid van achtereenvolgens de Eindhovense gemeenteraad en Provinciale Staten van Noord-Brabant. In 1937 werd hij lid van de Tweede Kamer. In alle vertegenwoordigende lichamen hield hij zich vooral bezig met volkshuisvesting en gezondheidszorg. De keus hiervoor hield verband met twee initiatieven die Van Lienden kort na zijn komst in Eindhoven had genomen, namelijk de stichting van een ziekenfonds en een woningbouwvereniging. Opmerkelijk aan het in 1929 opgerichte Algemeen Ziekenfonds Eindhoven en omgeving (AZEO) was dat het ging om een gezamenlijk initiatief van het protestantse Christelijke Nationaal Vakverbond en het NVV. De bonden waren tot samenwerking gekomen nadat bleek dat een bestaand, met de katholieke vakbeweging verbonden 'doktersfonds' niet goed functioneerde. Het AZEO, met Van Lienden als drijvende kracht en jarenlang voorzitter, was een succes. Telde het fonds eind 1930 circa 1.700 leden, negen jaar later waren het er ruim 20.000. Het AZEO was toen ook actief in tal van gemeenten in de omgeving van Eindhoven. Vanwege de goede voorwaarden die het bood telde het 'rode fonds', zoals het in de volksmond heette, ook katholieke leden.

De coöperatieve woningbouwvereniging Beter Wonen werd in 1930 in de eerste plaats opgericht, omdat telkens bleek dat socialistische arbeiders bij de bestaande katholieke verenigingen niet in aanmerking kwamen voor een woning. Cees van Lienden was verder van mening dat aan de kwaliteit van goedkope huurwoningen veel ontbrak. Beter Wonen had een moeizame start en mocht door tegenwerking van het gemeentebestuur pas aan het eind van de jaren '30 een aantal woningen bouwen. Na 1945 zou de coöperatie uitgroeien tot een middelgrote woningbouwvereniging.

De Duitse inval in mei 1940 betekende een breuk in het leven van Van Lienden, die door zijn hulp aan joodse vluchtelingen in de jaren '30 al zijn afkeer van het nationaal-socialisme had getoond. Nog voor de overname van het NVV door de NSB nam hij ontslag en ging hij werken bij het AZEO. Na de Februari-staking van 1941 werd hij enige tijd gevangengezet, vanwege de verdenking betrokken te zijn bij pogingen om ook buiten Amsterdam een staking te organiseren Na zijn vrijlating hervatte Van Lienden zijn werk bij het AZEO, waarbij hij als voorzitter van de Centrale Bond van Ziekenfondsen mede in staat was te verhinderen dat de NSB deze organisaties overnam. Eind 1942 of begin 1943 dook hij onder in de buurt van Utrecht. Toen hij in december 1943 een bezoek aan zijn gezin bracht, deed de Duitse politie 's nachts een inval. Een arrestatie volgde, maar een rapport met gegevens over het verzet werd niet gevonden. Omdat verder bewijs ontbrak, liet men hem na enkele maanden gevangenschap gaan. Van Lienden dook weer onder, maar ditmaal in de buurt van Eindhoven. Na de bevrijding van deze stad in september 1944, was ook hij een vrij man.

Van Lienden zou Van Lienden niet zijn geweest wanneer hij zich niet weer direct in de politiek had gestort. Hij was enige tijd voorzitter van het gezuiverde NVV in het zuiden en met een aantal andere oud-SDAP-ers richtte hij in januari 1945 een Sociaal Democratische Vereniging voor Bevrijd Gebied op. Deze vereniging moest de heroprichting van de SDAP voorbereiden. Hierover ontstonden echter scherpe discussies met vernieuwers, die een bredere opzet wensten. Ten slotte kwam begin 1946 de Partij van de Arbeid (PvdA) tot stand. De PvdA zou in de jaren '50 en '60 circa 25% van de stemmen in Noord-Brabant krijgen. Dit was niet de grote doorbraak waarop door sommigen was gerekend, maar wel duidelijk een vooruitgang in vergelijking met de vooroorlogse situatie.

Ondertussen was Cees van Lienden ook nog een jaar lang wethouder voor gemeentebedrijven in Eindhoven. Hij was de eerste socialist die zo'n positie in Brabant bekleedde. Deze benoeming zette tevens de toon voor zijn verdere loopbaan die voornamelijk bestuurlijk van aard was. Voor de PvdA werd hij lid van de Eindhovense gemeenteraad, Provinciale Staten en de Tweede Kamer, terwijl hij verder in organisaties van ziekenfondsen en de volksgezondheidszorg tal van bestuursfuncties vervulde. In 1962 volgde zijn verkiezing tot lid van het College van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Het Brabantse provinciebestuur was voordien volledig het domein van de Katholieke Volks Partij (KVP). Cees van Lienden, die de portefeuille voor volkshuisvesting en ruimtelijke ordening kreeg, zag zijn benoeming als een belangrijke doorbraak voor het socialisme in het zuiden. Hij bedankte voor de gemeenteraad en de Tweede Kamer om zich helemaal op zijn nieuwe taak te concentreren.

Rond 1970 mengde Van Lienden zich nog eenmaal in de plaatselijke politiek en wel om zijn afkeuring uit te spreken over de samenwerking tussen de Eindhovense PvdA en enkele andere linkse partijen. Hij was bang dat dit de partij voortdurend in de oppositie zou houden. De twisten leidden kort daarna tot het ontstaan van DS '70. Hiervan werd hij echter geen lid. Toen deze zaak speelde was Van Lienden al ernstig ziek. Begin 1969 was bij hem kanker geconstateerd. Een operatie mocht nieten baten. Hij stierf op 19 januari 1971.

Cees van Lienden was het type self-made politicus en vakbondsman, zoals dat tegenwoordig bijna niet meer bestaat. Hij was een idealist die zich volledig inzette voor zijn socialistische principes, maar juist ook door die inzet een niet altijd even gemakkelijk man om mee samen te werken. Met medewerkers die een, in zijn ogen, minder grote inzet toonden had hij weinig geduld. Daardoor ontstonden soms conflicten. Aan zijn betekenis voor de emancipatie van de Brabantse arbeiders en de socialistische idee doet dit echter niets af.


Bronnen

• H.M.T.M. Giebels, Katholicisme en socialisme. Het zelfbeeld van de Eindhovense christen-socialisten in het spanningsveld tussen traditie en moderniteit 1885-1920, Tilburg 1994
• J. van Oorschot, Eindhoven, een samenleving in verandering 2, Eindhoven 1982
• M.M.R.N. Schmitz, 'Cornelis Jan van Lienden, een socialistisch raadslid te Eindhoven gedurende de crisisjaren 1931-1940', scriptie Geschiedenis, Tilburg 1979
• Streekarchief Regio Eindhoven te Eindhoven, collectie C.J. van Lienden
• Mondelinge informatie mevrouw A. Lodewijkx-van Lienden, Son


Dit artikel verscheen eerder in: P. Timmermans e.a. (red.), 
Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 5 (Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Heeswijk 1999).


Auteur: Hans Schippers

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon