Zuster Maria Luykx (1904-1996)

oprichtster van Talenpracticum Regina Coeli

Maria Magdalena Antonia werd op 18 juni 1904 te Hilversum geboren als oudste in een gezin dat negen kinderen zou gaan tellen. Ze was de dochter van Barend Jan Luykx, notaris aldaar, en Alida Elisabeth Maria Brouwer. Zij is overleden te Vught op 16 april 1996.

Op vijftienjarige leeftijd behaalde Maria in Hilversum het diploma Mulo-B. Na een vakantie in Engeland ging ze in september 1919 naar het Franse meisjespensionaat Regina Coeli in Vught, waar zij behalve een algemene culturele vorming een opleiding kreeg voor het examen M.O.-A Frans, dat zij in 1922 - amper 18 jaar oud - met goed gevolg aflegde. Vervolgens vertrok zij naar een pensionaat in Londen voor een Engelse finishing touch. Voordat deze muzikaal begaafde jonge vrouw - ze speelde viool en piano en had een mooie zangstem - in 1925 intrad bij de kanunnikessen van de H. Augustinus, bekend als de zusters van Regina Coeli, behaalde ze nog een diploma kerklatijn. Om gezondheidsredenen moest zij na een jaar het klooster verlaten. Vier jaar lang heeft ze moeten rusten. Het is typerend voor haar dat ze die tijd gebruikte om nog meer diploma's te halen, namelijk M.O.-A Duits en een diploma sociologie. Tot in de jaren '50 bleef ze examens doen en cursussen volgen in de meest uiteenlopende vakken.

Met grote aarzeling werd zij door Regina Coeli in 1932 weer aangenomen als postulante. Mensen met een zwakke gezondheid werden in de meeste kloosters niet aangenomen. De Franse zusters waren bang dat zo iemand een pilier de l'infirmerie zou worden, een stamgast van de ziekenafdeling. Tijdens het jaar noviciaat dat ze doorbracht in Verneuil (Frankrijk) bleek ze inderdaad allesbehalve sterk van lijf en leden, maar de zusters daar vonden haar mentaal zó sterk, zó begaafd en zo'n aanwinst, dat ze haar daar wilden houden. Toen accepteerde Regina Coeli haar. Bij haar inkleding had zij de naam aangenomen van Zuster Marie de la Rédemption, wat haar ogenblikkelijk op de bijnaam Dempie kwam te staan. Op 8 september 1934 legde ze de tijdelijke beloften van kuisheid, armoede en gehoorzaamheid af; een jaar later de 'eeuwige'. Bij deze congregatie kwam daar voor de mères de belofte bij zich met hart en ziel te wijden aan het onderwijs aan meisjes. Dertig jaar is Mère Marie de la Rédemption als geboren lerares dan ook een van de steunpilaren van de Middelbare Meisjesschool (MMS) geweest. In de eerste plaats als lerares Duits. Ze eiste veel van de leerlingen. Onvoldoendes voor Duits bij de eindexamens kwamen, zelfs in de jaren '40-'45, nauwelijks voor. Het gerucht gaat dat dat resultaat wel eens ten koste van andere vakken bereikt werd. Ze gaf ook sociologie, een vak dat op de MMS vaak gegeven werd. Een oud-leerling/medezuster van haar zegt daarover: 'Ik heb haar er altijd van verdacht dat de negatieve kanten van het communisme en socialisme breed werden uitgemeten, terwijl van het liberalisme de voordelen uitvoerig werden belicht.' Onder de naam sociologie gingen ook zuster Maria's filmlessen schuil. Al zeer vroeg was zij geïnteresseerd geraakt in dit medium. Ze probeerde haar leerlingen, maar ook haar collega's, tot oordelen en onderscheiden in staat te stellen door bijzondere films te draaien, er gesprekken over te voeren en ze toe te lichten. Ook op andere internaten en voor mensen die onderwijs gaven aan scholen in de omgeving gaf zij filmkunde.

Toen begin jaren '60 de grote omwentelingen in de katholieke kerk plaatsvonden en toen de meeste kloosters zich bezonnen op hun taken, besloot Regina Coeli de leiding van de MMS over te laten aan leken. De zusters stelden zich andere apostolische taken. Eén daarvan was het oprichten van een talenpracticum voor missionarissen en anderen die naar ontwikkelingslanden gezonden werden, en voor mensen uit die landen die in Nederland een opleiding kwamen volgen. Vrij korte, maar zeer compacte en intensieve cursussen met behulp van de modernste leermiddelen moesten het worden. De leiding van het instituut werd opgedragen aan Zuster Maria. Daarin kwamen haar organisatietalent, zakelijk inzicht en leidinggevende capaciteiten pas goed tot hun recht. Tweeëntwintig jaar is ze er directrice van geweest. Van een paar lokalen in het klooster met wat cassette-apparatuur groeide het talenpracticum onder haar bezielende leiding uit tot een landelijk bekend en erkend instituut in een eigen gebouw. In de begintijd ging bijvoorbeeld de uitbetaling van salarissen nog primitief in zijn werk: aan het einde van de week konden de docenten hun salariszakje uit een groot soort koekjestrommel in ontvangst nemen.

De voorspoedige groei en bloei van het Talenpracticum was zeker te danken aan de capaciteiten en de meer dan volledige inzet - tot 's avonds laat toe - van Zuster Maria. Daarbij mag echter niet vergeten worden dat zij, dankzij het feit dat zij behoorde tot een internationaal netwerk, van het begin af aan kon beschikken over voldoende 'native-speakers-docenten' die door buitenlandse huizen van de eigen congregatie 'uitgeleend' werden. Ook voor al het andere werk dat er te verrichten viel kon Zuster Maria trouwens terugvallen op haar al dan niet gepensioneerde medezusters. Sommigen zorgden voor de maaltijden, andere waren gastvrouw in de villa waar de dames- en heren-leerlingen konden logeren. Zonder deze achterban, die geleidelijk vervangen werd door lekenkrachten, had Zuster Maria het instituut niet kunnen maken tot wat het geworden is, schrijft zij zelf. Minutieus heeft zij verslag gelegd van de stichtingsactiviteiten van het Talenpracticum. Met datum en uur is opgeschreven in een schrift hoe ze zich georiënteerd heeft en met wie ze gesproken heeft over haar plan. Er bestaat ook een rol van aan elkaar geplakte blocnotevellen waarop de eerste duizend leerlingen met naam en toenaam staan vermeld.

Zuster Maria's zakelijk inzicht leidde al gauw tot het besef dat van missionarissen alleen geen taleninstituut te exploiteren viel. Veel zakenlieden, ambassadepersoneel, regeringsfunctionarissen en hooggeplaatste personen deden hun intrede. Bijgedragen tot de voorspoedige groei van het Talenpracticum heeft de omstandigheid dat in de jaren 1968-1970 alle Belgische ambassadeurs van Waalse herkomst genoodzaakt werden een examen Nederlands af te leggen. In groten getale hebben zij zich daarop voorbereid in Vught. Als deskundige voerde Zuster Maria met groot gemak in diverse talen het woord op internationale congressen van de Raad voor Europa over talenonderwijs aan volwassenen.

Met graagte vertelde zij over prinsen en prinsessen, ministers-presidenten, ambassadeurs, bisschoppen en andere hoogwaardigheidsbekleders die bij haar hun talen kwamen leren of ophalen. In zulk gezelschap voelde ze zich in haar element. Zelf was zij in alle opzichten wat je noemt een dame van stand. Toen de zusters hun habijten - niet meer dan dat - aan de wilgen c.q. eiken gehangen hadden, kleedde zij zich helemaal passend bij haar exuberante persoonlijkheid. Tot op zeer hoge leeftijd was zij een charmante vrouw met een luide en welluidende stem, grote ogen en een heel expressief gezicht. Ze had veel zin voor humor en lachte graag. Net als voor haar leerlingen op de MMS was zij streng voor haar pupillen van het Talenpracticum. Hooggeplaatste lieden kregen evengoed een standje als ze niet onmiddellijk reageerden op de bel en een befaamd actrice werd eens verzocht haar kapsel te fatsoeneren voor de les begon. Een bisschop die ze te conservatief van opvattingen vond, poogde ze met steekhoudende argumenten tot ruimer standpunten te bekeren. Hoewel zij wat instelling betreft onmiskenbaar een religieuze gebleven is, had zij niets nonachtigs (meer). Haar communiteit was ze heel trouw en dankbaar dat ze haar in staat gesteld had zich zo te ontplooien en al haar tijd te besteden aan haar onderneming. Ze bleef ook lezen en hield de ontwikkelingen in de kerk goed bij. In haar fors en duidelijk handschrift maakte ze aantekeningen over wat ze las. Tot ze 85 jaar oud was bleef ze nog diensten verlenen aan haar Talenpracticum, populair geheten 'Bij de nonnen in Vught'. Met een grote spiegel op het stuur van haar fiets reed ze over straat. Desondanks heeft menig Vughtenaar een schietgebedje gepreveld (of erger), als ze plotseling overstak.

Ter gelegenheid van haar 75-ste verjaardag werd Zuster Maria benoemd tot ridder in de orde van Oranje Nassau. Zij is ook lid geweest van het Katholiek Vrouwendispuut, dat door dr. Marga Klompé en mr. Wally van Lanschot in 1946 was opgericht om 'de katholieke vrouw politieke interesse bij te brengen'. Haar laatste jaren leed Zuster Maria onder het besef van haar afnemende geestelijke kracht. Op 91-jarige leeftijd is zij overleden. Haar 'Taleninstituut Regina Coeli B.V.' bloeit nog steeds.


Bronnen
• De gegevens over leven en werk van Maria Luykx zijn ontleend aan allerlei stukken in het archief van Regina Coeli, dat is ondergebracht in Huize Alix le Clerc in Vught.


Dit artikel verscheen eerder in: P. Timmermans e.a. (red.), 
Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 5 (Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Heeswijk 1999).


Auteur: Nel Rogier

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon