H.H.J. Maas (1877-1958)

schrijver, journalist

Hermanus Hubertus Joannes Maas werd geboren te Venray op 24 februari 1877 als zoon van Gerardus Maas en Anne Geertrudis Deenen. De voorouders van zijn vader waren boeren; zijn vader zelf begon een handel in brandstoffen en bouwmaterialen. Herman Maas huwde op 23 juni 1903 met Henriette Braem uit Arcen. Deze was voor haar huwelijk van 1895 af inkoopster geweest voor kledingzaken in onder andere Keulen en Trier. Het echtpaar kreeg drie kinderen. Herman Maas overleed te Eindhoven op 27 januari 1958.

Het leven van Herman Maas heeft zich achtereenvolgens voltrokken in Noord-Limburg, Gelderland en Oost-Brabant. Maar waar hij ook verbleef, zijn hart bleef uitgaan naar de streek van zijn jeugd: de Peel. Niet voor niets gaf Kortooms daarom in 1969 de verzameling van enige van Maas' boeken de titel Peelomnibus mee. Het beroepsleven van Maas, als onderwijzer en leraar, heeft zich uitgestrekt over een periode van 38 jaar. Achtereenvolgens was hij onderwijzer in Venray (Oirlo) en Nederweert (1895-1911). Na een onderbreking van vier jaar, waarin hij de kost probeerde te verdienen als verzekeringsagent in Venlo en boekhouder in Roermond, werd hij in 1915 benoemd tot leraar aan de Rijksnormaallessen - de kweekschool - in Venlo. Deze functie verviel door opheffing van de school in 1923. Maas werd weliswaar niet werkloos, maar moest om in het onderwijs werkzaam te kunnen blijven, wel naar het hem volkomen vreemde Doetinchem verhuizen. Daar werd hij directeur en onderwijzer aan de nieuwe Rijksnormaallessen. Voor leidinggeven bleek hij niet erg geschikt te zijn en ook anderszins had hij geen goede pers: er gingen geruchten over een verhouding met een der leerlingen. In die tijd openbaarde zich ook de depressiviteit van zijn vrouw, die haar tenslotte in 1933 in een gesloten inrichting deed belanden. In de tweede helft van 1925 was het werk in Doetinchem voor Maas al weer voorbij, maar nog voor het eind van dat jaar kreeg hij een aanstelling als tijdelijk onderwijzer aan de Rijksleerschool in Nijmegen. In 1928 werd hij wél werkloos, een grauwe periode die duurde tot medio 1931, toen hij aan een gemeentelijke school in Eindhoven kon beginnen. Maar ook dit onderdeel van zijn 'carrière' was maar van korte duur en eindigde ermee dat Maas, 55 jaar oud, per 1 januari 1933 met een klein wachtgeld op straat stond.

Meer dan onderwijsman voelde Maas zich echter schrijver. Schrijver met een boodschap: die van emancipatie uit - ook clericale - onderdrukking en dat via geestelijke vorming, onderwijs en studie. Die boodschap bleef zijn hele leven lang verbonden met ervaringen en beelden uit zijn jeugdjaren, met het gebied waar hij geboren werd en opgroeide: de Peel. De kern van zijn schrijverschap is door Toon Kortooms kernachtig weergegeven in zijn inleiding op Maas' Peelomnibus: 'Met zijn vlijmscherpe pen ging hij schijnheiligheid, gekonkel en onrechtvaardigheid te lijf'. En Frans Babylon omschreef hem treffend in zijn sonnet In Memoriam H.H.J. Maas met de beginregel: 'Groot hekelaar van kleine potentaten', daarbij doelend op de regionale machthebbers in Maas' geboortestreek rond 1900.

Het is begrijpelijk dat Maas, die geen blad voor de mond nam, zich in zijn omgeving niet erg geliefd maakte. Te meer niet, omdat hij zich in het nog door en door conservatief-katholieke milieu om hem heen demonstreerde als een liberaal en een anticlericaal, die van geen inbinden wilde horen, maar die overigens zeker niet ongodsdienstig was, ja zelfs vroom mocht worden genoemd.

Zijn weerbarstigheid heeft Maas nooit meer verlaten. Maatschappelijk verre van succesvol, om niet te zeggen mislukt, bleef hij zich tot het einde van zijn leven antithetisch opstellen. Zijn erbarmelijke levensomstandigheden na 1933, gepaard aan de invloeden van zijn oudste zoon Herman, dreven hem meer en meer in de richting van de fascistische ideeënwereld. Deze zoon was in Nijmegen een briljant student geweest in de rechten én in filosofie en beschouwde zich zelf ook als schrijver. Hij publiceerde onder meer in Aristo en De Nieuwe Gids. Hij overleed reeds op 36-jarige leeftijd in 1940. Herman Maas onderhield ook contacten met Wouter Lutkie, hoofdredacteur van Aristo, en was in 1940/1941 lid van het Nationaal Front van Arnold Meijer.

Herman Maas is, als men let op de herdrukken van zijn boeken, in het eerste kwart van onze eeuw nogal wat gelezen, zonder dat bekend is waar en door wie en zonder dat dit zijn economische omstandigheden veel rooskleuriger heeft gemaakt. De kritiek, die uit zijn geschriften spreekt, doet modern aan, maar zijn boodschap bleef wat ouderwets. Zijn ideaal kwam niet verder dan het negentiende-eeuwse vooruitgangsgeloof: het lot van de verdrukten, het proletariaat, zou door goed onderwijs als vanzelf worden verbeterd. Zijn ideaal heeft hij overigens bijna alleen maar via zijn pen uitgedragen. De van nature wat stugge en afstandelijke Maas kwam in zijn uitingen niet veel verder dan aanklagen, schrijven en betogen.


Bronnen
• J.P.A. van den Dam, 'H.H.J. Maas. Extraversie in frustratie', in: Brabantia, 1975, 20-26; 61-71
• J.P.A. van den Dam/J.M.W.G. Lucassen, H.H.J. Maas 1877-1958. Onderwijsman, literator en journalist, Tilburg 1976
• J.P.A. van den Dam, H.H.J. Maas tussen Venray en Eindhoven, Deurne 1977
• Jan van den Dam, 'Een dagboek van zeven weken, Herman Maas 24-2-1937/7-4-1937', in: Brabantia, 1986, 18-21


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.),
Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 2 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Amsterdam/Meppel 1994).


Auteur: J.P.A. van den Dam

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon