Uri Nooteboom (1903-1945)

journalist

Urias Henricus Alphonsus Nooteboom werd op 12 juli 1903 geboren te Tilburg als eerste zoon van Anton Nooteboom, handelaar in wollen stoffen, en Gezina Koopmans. Hij huwde in 1937 met Dorothea Louise Jacqueline Ivens. Zij kregen drie zonen en drie dochters. Uri Nooteboom overleed te Zutphen op 12 april 1945.

Soms kom je het nog wel eens tegen in een antiquariaat: Journalistieke Opstellen. Andere boeken van Uri Nooteboom zijn een stuk zeldzamer met uitzondering dan van enige herdrukken, waarvan de sfeerimpressie Jeugd in een fabrieksstad nog altijd tot het mooiste hoort dat ooit over Tilburg is verschenen.

Na het Klein-Seminarie van het bisdom 's-Hertogenbosch te St.-Michielsgestel bezocht Uri Nooteboom het Groot-Seminarie te Haaren. Maar zoals zovele seminaristen besefte hij tenslotte dat het priesterschap niet voor hem was weggelegd. In 1925 hing hij zijn toog aan de kapstok.

De 22-jarige ex-seminarist bezat geen enkel papier dat hem recht gaf om verder te studeren in het reguliere onderwijs. Vandaar dat hij weer naar school ging, en wel naar het St.-Odulphus-lyceum in zijn geboortestad, waar hij slaagde voor het staatsexamen gymnasium-alpha. Nooteboom volgde enige tijd een notariaatsopleiding, schreef gedichten en liet zich tenslotte, in 1928, inschrijven als student klassieke talen aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Dat laatste had niet geheel de instemming van zijn vader die uit een ander, zakelijker hout gesneden was. De zoon kreeg een beperkte studietoelage en moest verder zijn eigen boontjes doppen. Er zat dan ook niets anders op dan wat bij te gaan verdienen. Na zovele valse starten koos Uri Nooteboom nu eindelijk voor het vak waarvoor hij in de wieg gelegd leek, de journalistiek. Vanaf 1930 universitair correspondent van het plaatselijk dagblad De Gelderlander, maakte hij twee jaar later promotie door dezelfde functie te gaan vervullen voor De Maasbode. En zijn studie klassieken? In 1933 deed hij zijn kandidaatsexamen. Maar daar bleef het voorlopig bij. Wel was Nooteboom een bekende verschijning in de Nijmeegse studentenwereld, niet alleen als lid van de senaat van het studentencorps Carolus Magnus maar ook als schrijver en regisseur van het jaarlijks terugkerende 'Groenentoneel'. Succes had ook de revue die hij in 1936 schreef bij gelegenheid van de opening van de Waalbrug. Het stuk kreeg diverse reprises in de Nijmeegse schouwburg. Met deze revue nam Nooteboom eigenlijk ook afscheid van zijn studententijd. Nog in 1936 volgde zijn vaste aanstelling als gewoon redacteur van De Maasbode en het jaar daarop, 10 juni 1937, trouwde hij met mr Dorothea Ivens, zuster van de bekende cineast Joris Ivens.

Aan zijn werk voor De Maasbode kwam eind 1940 abrupt een einde toen deze krant een verschijningsverbod kreeg opgelegd. Hij moest dus, inmiddels vader van drie kinderen, op een andere manier aan de kost komen. Maar het is niet duidelijk hoe. Vermoedelijk zorgde (schoon)familie voor financiële steun. Van georganiseerde verzetsactiviteiten is niets bekend. Wel verschafte Nooteboom voor korte tijd onderdak aan joodse onderduikers, zo wist één van de betrokkenen jaren later te vertellen. Voor het overige betekende de oorlog voor de werkloze journalist een zee van tijd die hij gebruikte om zijn studie weer op te nemen en te schrijven. Twee bijdragen van zijn hand verschenen in een boek over de Nederlandse land- en tuinbouw dat in 1941 onder de titel Wij Boeren werd uitgegeven door De Toorts. En twee jaar later publiceerde hij clandestien zijn eerste eigen boek: Werken en Dagen in Nederland. Journalistica 1933-1943.

Reeds in het tweede oorlogsjaar werd Nooteboom door Titus Brandsma benaderd met de vraag of hij na de oorlog hoofdredacteur wilde worden van De Gelderlander. Kennelijk gebeurde dit namens het curatorium van de krant dat graag een 'academisch gevormd' persoon in die functie benoemd zag. Direct al op 17 september 1944, de bevrijdingsdag van Nijmegen, begon Nooteboom aan zijn nieuwe loopbaan. En met verve. Zoals de met hem bevriende priester-kunsthistoricus Frits van der Meer het uitdrukte 'rees hij plotseling van goed journalist tot eerste editorial-schrijver van het Bevrijde Zuiden', wiens hoofdredactionele commentaren een 'lamp' waren voor 'boeren, burgers en buitenlui', een 'visioen aan den kouden haard'. Sommige titels geven het al aan: van De les voor de toekomst tot De gevaren der oneenigheid. Nu eens kritiseert de gedreven hoofdredacteur het gebrek aan eensgezindheid en geduld, dan weer spreekt hij zijn lezers moed in en roept op tot wederzijds vertrouwen. 'Er zal veel overleg, deliberatie, voorzichtigheid noodig zijn, maar vooral de daad, het werk, de stage, durende, harde arbeid', schrijft hij in De groote verwachting (26 maart 1945). En in Het uur van bezinning (15 december 1944) heet het: 'En de eenige oorzaak, waardoor onze samenleving zoo verworden is, is alleen gelegen in het feit, dat het leven van mensch en maatschappij zoover van Christus' Woord is afgeweken'. Nooteboom was dan wel geen priester geworden, preken kon hij wel.

Toen brak 12 april 1945 aan. Nooteboom was geen echte studeerkamer-hoofdredacteur en al helemaal geen manager-hoofdredacteur. Hij bleef in het veld werken. Zoals ook die lentedag toen hij samen met A. Lammerts van Bueren, de protestantse hoofdredacteur van het Nijmeegsch Dagblad, op reportage was aan het IJsselfront. Opeens viel er vanaf de onbevrijde zijde van de rivier een schot. We weten niet wie Uri Nooteboom neergeschoten heeft. Enkel dat hij dodelijk getroffen werd op de IJsselkade in Zutphen en binnen twee minuten overleed aan een slagaderlijke bloeding in de hals. Twee dagen eerder had hij in zijn laatste hoofdartikel met grote deernis en zorg geschreven over de toekomst van de Duitse jeugd.

In herdenkingsartikelen werd Nooteboom geroemd als 'een strijder Gods', een 'trouwe makker' en 'vader die zijn grootste dagelijksche geluk in zijn huisgezin vond' en een 'journalist van formaat' wiens stukken zelfs de aandacht van de Nederlandse regering in Londen hadden getrokken. Onder grote publieke belangstelling werd Nooteboom begraven in de H. Landstichting.

Een maand later zou hij eindelijk zijn klassiekenstudie afgerond hebben met een doctoraal examen. Er bleef nog meer werk onaf liggen. Zoals de geschiedenis van de brouwersfamilie Snieders in Dommelen. Het manuscript werd -met aanvullingen van Antoon Coolen- in 1948 uitgegeven onder de titel Het Land der Sniedersen.

Frits van der Meer heeft ongetwijfeld het beste portret van Uri Nooteboom nagelaten. En wel in het In Memoriam dat opgenomen is in de eveneens postuum uitgegeven bundel Journalistieke Opstellen. Nooteboom komt erin naar voren als een dichterlijke natuur en beminnelijke mens die noch ijdel noch eerzuchtig was en ondanks zijn eruditie steeds eenvoudig bleef. Iemand met een 'mateloze capaciteit om te bewonderen en anderen in die bewondering te laten delen'. Een sterk gelovig katholiek die niettemin ook voor het protestantisme open kon staan. Maar nog het meest van al Brabander: 'Hij hield met heel z'n hart van dit Mishoorende, brevier-biddende, kapellekes-stichtende, gekscherende, mijmerende, rookende, drinkende, dichtende en flamboyant bouwende en levende volk'.


Bronnen

• Het voorwoord van Frits van der Meer in Journalistieke Opstellen
• Diverse herdenkingsartikelen en recensies uit de periode 1945-1947; in: De Gelderlander, Mededeelingenblad van het Militair Gezag voor de Provincie Gelderland, De Tilburgsche Courant en Elsevier
• Mededelingen van Urias Nooteboom te Vught


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.),
Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 1 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Amsterdam/Meppel 1992).


Auteur: Joep Eijkens

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon