Carel Willem Pape (1788-1872)

predikant en kerkbestuurder

Carel Willem Pape werd geboren op 19 december 1788 te Breda als oudste zoon van Johanna Goedvree en de Duitse immigrant Carl Friedrich Pape, grossier en slijter in wijnen, sterke drank en azijn. Hij huwde op 7 november 1811 met Justina Jacoba de Bruyn, die leefde van 1790 tot 1876. Uit dit huwelijk werden zeven zonen en twee dochters geboren. Pape overleed op 1 juni 1872 in Den Haag.

Carel Willem Pape volgde de Latijnse school in zijn geboorteplaats om daarna in de jaren 1806-1811 theologie te gaan studeren in Leiden. De tijdens zijn studentenjaren heersende theologische stroming, het rationalistisch-supranaturalisme, heeft Pape sterk beïnvloed. Men probeerde in deze theologische stroming de verworvenheden van de Verlichting te combineren met een kern van de orthodoxe traditie. Het sleutelbegrip in Pape's theologie en prediking was 'de liefde'; de liefde van God voor de mensen, de liefde van de mensen jegens God en de liefde tussen de mensen onderling. Naast dit sleutelbegrip benadrukte hij sterk het principe dat alleen de Bijbel en niet de menselijke belijdenisgeschriften het richtsnoer voor ons denken en handelen moest zijn. Opvallend was zijn verering voor de apostel Paulus. Hij vergeleek zichzelf in zijn doen en laten als predikant en kerkbestuurder graag met deze apostel. De moderne theologie heeft hij fel bestreden.

Na de voltooiing van zijn studie heeft Pape met uitzondering van drie jaren in Renswoude, zijn gehele predikantenloopbaan in Noord-Brabant doorgebracht. Pape was een half jaar predikant te Sint-Michielsgestel en ruim 36 jaar in Heusden. Hij heeft zich een Brabander gevoeld. Dat bleek niet alleen uit zijn loopbaan, maar was ook merkbaar in de uitoefening van zijn vele kerkbestuurlijke functies in de Nederlandse-Hervormde Kerk van Noord-Brabant en daarbuiten. Zijn belangrijkste kerkelijke bestuursfunctie in zijn eigen provincie was lid (1838-1840) en president (1840-1851) van het Provinciaal Kerkbestuur van Noord-Brabant. In die functie heeft hij zich bijzonder ingezet om de kleine hervormde gemeenten in stand te houden. In 1844 stichtte hij met andere Brabantse predikanten de meer algemene en niet tot Noord-Brabant beperkte protestantse vereniging onder de zinspreuk Christelijk Hulpbetoon. De activiteiten van deze vereniging waren er op gericht om de protestanten financieel en moreel te steunen en niet, zoals zo vaak is beschreven, om de katholieken te benadelen. Men dient deze activiteiten te bezien in het kader van een zich bedreigd voelende protestantse minderheid temidden van een emanciperende katholieke meerderheid.

Pape's liefde voor Brabant kwam ook tot uiting in zijn belangstelling voor de geschiedenis van zijn omgeving. Vanaf 1818 liep hij met de gedachte rond in zijn provincie een genootschap voor kunsten en wetenschappen op te richten. Hij besprak dit idee met de opeenvolgende gouverneurs van Noord-Brabant en met zijn vriend Hendrik Palier, de bekende boekhandelaar en drukker in 's-Hertogenbosch. Later kwam de veel jongere Cornelis Rudolphus Hermans in contact met Palier. Hermans heeft onafhankelijk van Pape het idee geopperd een provinciale bibliotheek te stichten. Toen Hermans daarvoor in 1836 Martini van Geffen inschakelde om dit met de gouverneur te bespreken, had Pape kort daarvoor met de gouverneur over zijn genootschapsplan gesproken. Gouverneur Van den Bogaerde zag wel wat in hun ideeën en stuurde Martini van Geffen naar Palier om de voorstellen nader uit te werken. Palier schakelde daarop Pape in om de statuten te ontwerpen. Palier deed dit waarschijnlijk omdat hij zich herinnerde dat Pape het eerst met hem het idee van een genootschap had besproken. Daarbij kwam dat Palier op dat moment Hermans enigszins op afstand probeerde te houden, omdat die het plan had geopperd de prachtige verzameling boeken en handschriften van Palier over de Brabantse geschiedenis in een provinciale bibliotheek onder te brengen. Het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant werd opgericht op 8 maart 1837. Aan de wieg van het genootschap hebben dus minstens drie mannen gestaan, namelijk Hermans, Palier en Pape.

In het eerste decennium van het bestaan van het genootschap nam Pape deel aan de activiteiten. Zijn oudste zoon Justus, aanvankelijk officier van justitie in 's-Hertogenbosch, was onder andere als secretaris een zeer actief lid. De kleinzoon van Carel Willem Pape, Cornelis Peter David Pape, schonk in 1922 bij testament ƒ 100.000,- aan het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant, waarmee de voormalige Sint-Jacobskerk te 's-Hertogenbosch kon worden aangekocht om na de verbouwing dienst te doen als Noordbrabants Museum.

Grote betekenis heeft Pape gehad voor de Heusdense gemeenschap, waar hij 36 jaar predikant was en bijna 30 jaar rector van de Latijnse school. Daarnaast nam hij actief deel aan het culturele en maatschappelijke leven van het stadje. Daartoe richtte hij met de Heusdense notabelen een departement op van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen. Via het departement stichtte hij een armenschool. Hij schreef een tweedelig leesboek over de geschiedenis van Heusden en omgeving, De Stad en het Land van Heusden, een leesboek voor de jeugd, dat werd uitgegeven in 's-Hertogenbosch in 1824/1825.

In de kerkgeschiedenis van het Land van Heusden en Altena heeft Pape een belangrijke rol gespeeld rond de Afscheiding van 1834. Als scriba van de classis Heusden van de Nederlandse-Hervormde Kerk moest hij optreden tegen de jonge orthodoxe predikanten H.P. Scholte in Doeveren en Genderen, tegen Gezelle Meerburg in Almkerk en tegen een voormalig studiegenoot, Joh. van Rhee, predikant te Veen. Met name de eerstgenoemde werd zijn grote tegenspeler. Pape hechtte sterk aan eenmaal ingestelde regels. Scholte daarentegen was een zeer onafhankelijke geest en lapte allerlei reglementen aan zijn laars. Pape trad zeer krachtdadig op tegen deze predikanten en hun volgelingen, omdat zij de eenheid van zijn kerk bedreigden. Hij vreesde namelijk dat een uiteengevallen Nederlandse-Hervormde Kerk een gemakkelijke prooi zou worden van het opdringende rooms-katholicisme. Zijn optreden werd in Den Haag bijzonder gewaardeerd. Zijn vriend J.D. Janssen, secretaris-generaal en adviseur bij het ministerie voor Hervormde Eredienst, zorgde ervoor dat ook de minister en de koning daarvan op de hoogte werden gesteld. Bij de Afgescheidenen en hun nazaten heeft Pape heel lang een zeer negatieve beoordeling gekregen. Zijn belangrijke publikatie Handelingen van het Klassikaal Bestuur van Heusden omtrent den gewezen predikant H.P. Scholte en zijn aanhangers, uitgegeven in twee delen in Den Haag in 1835, is tot in de jongste tijd door de meeste schrijvers over de geschiedenis van de Afscheiding van 1834 over het hoofd gezien. Mede door zijn ferme optreden kon Pape snel carrière maken in het kerkbestuur. Hij kwam in de provinciale en landelijke bestuursorganen met als bekroning het voorzitterschap van de synode in 1851-1852. Beoordeelt men de kerkbestuurder Pape naar moderne maatstaven, ook dan moet men constateren dat hij een goed bestuurder is geweest.

Pape heeft veel gepubliceerd. Naast een tweetal catechisatieboekjes en een aantal preken heeft hij geschreven over de herziening van het Algemeen Reglement voor het bestuur van de Nederlandse-Hervormde Kerk. Ook schreef hij een biografie over zijn vriend Janssen: Het Leven en de Werken van J.D. Janssen, Ridder der Orde van den Nederlandschen Leeuw, Secretaris-Generaal en Adviseur bij het Departement voor de zaken der Hervormde Kerk enz. ('s-Hertogenbosch 1855). Hij schreef artikelen over allerlei onderwerpen voor verschillende tijdschriften. In de periode 1856-1866 beschikte hij over een eigen tijdschrift: Protestantsche Bladen. Pape's laatste publikatie dateert van 1871 en luidde De ondergang van de wereldlijke magt des pausdoms, gepubliceerd in het tijdschrift Waarheid in Liefde uit 1871.


Bronnen

• F.L. van 't Hooft, 'Carel Willem Pape', in: D. Nauta e.a. (red.), Biografisch Lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme I, Kampen 1978, 244-245
• F.A.P. Pape, 'Pape', in: Nederland's Patriciaat XXX (1944), 228-237
• A. Vroon, Carel Willem Pape (1788-1872). Een Brabants predikant en kerkbestuurder, Tilburg 1992


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 3
(Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Amsterdam/Meppel 1995).


Auteur: A. Vroon

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon