Colonel Thomas Parker (1909-1997)

manager van Elvis Presley

De manager van Elvis Presley droeg de naam Colonel Thomas Andrew Parker, maar werd als Andreas Cornelis van Kuijk op 26 juni 1909 aan de Vlaszak in Breda geboren. Hij was een van de negen kinderen van Adam en Marie van Kuijk. Zijn vader was aanvankelijk militair en werd later stalhouder van het vervoersbedrijf Van Gend en Loos, gevestigd aan de Veemarktstraat in Breda. Andreas Cornelis van Kuijk, alias Colonel Parker, overleed op 21 januari 1997.

Dries van Kuijk groeide op in de binnenstad van Breda en leerde al snel hoe je geld kon verdienen. Hij droeg bagage voor de reizigers op het station en als er een circus in de stad was, maakte hij reclame door met borden door de stad te lopen. Het circus en de jaarlijkse kermis in de stad prikkelden zijn avontuurlijke karakter. In de stal van zijn vader demonstreerde hij broers, zusters en vriendjes hoe vaardig hij de paarden kon dresseren.

Na de dood van zijn vader zocht hij het avontuur verder van huis. Hij kreeg een baantje op de vrachtboot tussen Breda en Rotterdam, maar dat werd hem al snel veel te tam. Vanuit Rotterdam waagde hij in 1927 illegaal de oversteek naar Amerika, maar na korte tijd leverde de marechaussee hem weer in Breda af. Hij zou in Amerika bij een Nederlandse familie verbleven hebben, maar verder zweeg hij over zijn avontuur. In het voorjaar van 1929 ging hij opnieuw de Atlantische Oceaan over. Deze keer kwam hij niet terug. Hij liet bijna al zijn bezit­tingen achter op zijn kamer in Rotterdam. Zijn familie wist van niets.

Dries van Kuijk bereikte via de Nederlandse Antillen de haven van Mobile in Alabama, aan de Golf van Mexico. Hij meldde zich bij de kazerne, waar in die tijd alle soorten vrijwilligers werden aangenomen. Dries ging naar een verre locatie: Hawaii. Hij trad toe tot het 64e regiment van de kustartillerie in Fort Shafter die onder meer tot taak had de marinebasis Pearl Harbor te beschermen tegen luchtaanvallen. Er kwam weer enig contact met de familie Van Kuijk in Breda. Dries stuurde van januari 1930 tot februari 1932 elke maand vijf dollar naar huis. Zijn moeder stuurde pakjes met sokken en ondergoed naar het leger­onderdeel van Dries aan de andere kant van de wereld.

Dries verhuisde naar Pensacola in Florida en verliet vervol­gens het Amerikaanse leger. Hij begon een nieuw leven onder de naam Thomas Andrew Parker, verbrak elke vorm van contact met Nederland en leefde verder als een Amerikaan, zonder papieren en zonder paspoort. Hij dook onder in de kermiswereld, die hij in zijn geboortestad zo had leren waar­de­ren. Terwijl hij met kermisgezelschappen door Amerika trok, ont­wik­kelde hij zich tot reclamemaker en publiciteitsagent.

In Tampa (Florida) trouwde hij met Marie Mott. Dat gebeurde niet officieel, want hun huwelijk werd niet in de boeken geregistreerd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stapte hij uit het kwijnende kermiswezen, leidde een tijdje een hondenasiel en richtte zich op de wereld van de muziek. Hij werd manager van de zangers Gene Austin en Eddy Arnold en vestigde zich in Nashville, het centrum van de countrymuziek. Hij deed impresariowerk voor countryzanger Hank Snow en kwam op die manier in aanraking met een jonge knaap die vooral de jeugd aansprak: Elvis Presley. Tom Parker palmde de jonge artiest in en gaf hem een platencontract bij RCA, dat vele malen meer bood dan Sun Records van Sam Philips, waar Elvis tot die tijd zijn opnamen maakte. In 1955 was het duo Parker-Presley gebo­ren. Als een bulldozer donderde Parker de Amerikaanse muziek­wereld binnen. Binnen een paar jaar had hij alle deuren opengestoten voor de jonge, onervaren Elvis. Koppigheid en intimidatie waren de wapens van de man die spoedig de beroemdste manager werd in de amusementsindustrie. Tegelijkertijd bleef Parker de kleine scharrelaar, de Hollandse kruidenier die alles zo goedkoop mogelijk wilde. Hij vertrouwde slechts een kleine ploeg mensen die hij om zich heen verzameld had. Het merkwaar­dige was dat Parker nog steeds geen paspoort had en het land niet kon verlaten. Elvis Presley behaalde een reeks van onge­kende successen, op de plaat, in de film en op het podium in Las Vegas. Zelfs zijn diensttijd in Duitsland werd commercieel uitgebuit. Maar nooit trad Elvis op buiten Amerika. Geweldige mogelijkheden in Japan en Europa bleven onbenut, omdat de Colonel de VS niet kon verlaten. Niemand was op de hoogte van de afkomst van de manager van Elvis en de werkelijke reden voor diens weigering in het buitenland op te treden, bleef dus een raadsel.

De eigen belangen van Colonel Parker speelden een steeds belangrijker rol. Hij was gokverslaafd en liet Elvis daarom vaak in Las Vegas optreden, hoewel dat niet de beste plaats was om zijn carrière verder te ontwikkelen. Parker veranderde de contracten met Presley zo, dat hij de helft kreeg van wat Elvis verdiende. Dat was een ongekend hoog percentage in de showwereld. Hij zette de zanger onder druk om zoveel mogelijk geld te verdienen. Elvis Presley kreeg steeds meer moeite met deze productiedwang en hij raakte verslaafd aan diverse soorten drugs. Op 16 augustus 1977 bezweek hij onder de enorme druk. De fans waren verbijsterd, de wereld treurde, maar de Colonel ging gewoon verder op de van hem bekende, voortvarende wijze. Ook een dode artiest kon kapitalen opbrengen. Parker bleef actief tot 1983, toen hij na een lang juridisch steekspel op een zijspoor werd gezet. De rechter oordeelde dat hij onevenredig veel van de inkomsten van Presley op zijn eigen rekening had gezet. Tom Parker mocht zich niet langer manager van Elvis Presley noe­men.

Thomas Parker trok zich terug in Las Vegas en bleef gokken. In 1989 trouwde hij, tachtig jaar oud, met Loanne Miller (53), die vele jaren zijn secretaresse was geweest. Zij begeleidde de kromgetrokken Colonel naar de gokpaleizen en verzorgde hem toen zijn gezondheid hem in de steek begon te laten. Op 21 januari 1997 stierf Thomas Parker. Op die dag stierf ook de Brabantse jongen Dries van Kuijk, die in 1929 verdwenen was.


Bronnen
• Dirk Vellenga, Elvis and the Colonel, New York 1988 (Nederlandse uitgave Elvis en de Colonel, 1989)


Dit artikel verscheen eerder in: J. Brouwers e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noord-Brabanders. Deel 6 (Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, 's-Hertogenbosch 2003).


Auteur: Dirk Vellenga

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon