Philippine van Ruyschenberg (-1618)

vrouwe van Helmond

Philippine (ook wel Philippa) van Ruyschenberg werd geboren als dochter van Willem van Ruyschenberg, heer van Rochette en erfmaarschalk van Limburg, en Margaretha van Gulpen. De datum van haar geboorte is niet bekend. In 1582 trouwde ze met Adolf van Cortenbach, heer van Helmond. Zij kregen zeven kinderen. Philippine van Ruyschenberg is overleden in 1618 of 1619.

Over de tijd vóór haar huwelijk met Adolf is van Philippine haast niets bekend. We weten dat zij familie was van Hendrik van Ruyschenberg, die van 1572 tot 1603 landcommandeur was van de Duitse Orde te Aldenbiezen. Een broer van haar, Edmond, was commandeur van dezelfde orde in Ramersdorf bij Bonn.

Ook in de eerste jaren van haar huwelijk bleef Philippine op de achtergrond. Als gevolg van de oorlogsomstandigheden kwam er weinig terecht van een geregeld huwelijksleven. Dit had te maken met de prominente rol die Adolf van Cortenbach speelde in opstand tegen de Spaanse koning die vanaf de jaren '60 van de zestiende eeuw in de Nederlanden aan de gang was. Zo behoorde hij, met zijn broer Jan, tot het Verbond der Edelen dat in 1566 het bekende Smeekschrift aan landvoogdes Margaretha van Parma overhandigde. Toch bleef Adolf uiteindelijk trouw aan de koning. In 1588 werd hij zelfs benoemd tot militair gouverneur van 's-Hertogenbosch. In deze functie, maar ook als heer van Helmond, moest hij zich intensief bezighouden met de oorlog. Zo werd de stad Helmond in 1579, 1581, 1582, 1584, 1587 en 1592 door de opstandelingen ingenomen. Telkens moest Adolf te hulp komen en zijn stad weer heroveren. Vooral in 1587 had Helmond zwaar te lijden: praktisch de hele stad ging in vlammen op. Alleen het kasteel bleef - net als in de andere jaren - ongedeerd. Een van de gevolgen van deze oorlogsomstandigheden was, dat Adolf voortdurend op pad was. Philippine trok vaak met hem mee, zodat hun zeven kinderen - vier jongens en drie meisjes - op verschillende plaatsen werden geboren. Daarnaast moest zij echter ook dikwijls op het kasteel in Helmond voor haar man de honneurs waarnemen.

Adolf van Cortenbach stierf na een korte ziekte in augustus 1594. Philippine was toen zwanger van haar zevende kind, dat enkele maanden later te Mechelen werd geboren. Pas in 1595, ongeveer een jaar na het overlijden van haar man, keerde zij via 's-Hertogenbosch terug naar Helmond, waar zij enthousiast door de Helmondse schuttersgilden werd ingehaald. De oudste zoon, Charles, was pas 11 jaar oud, zodat zijn moeder namens hem het beheer en het bestuur over de heerlijkheid waarnam. Zij deed dat met verve. Zo stelde zij resoluut orde op zaken in de afdracht van de pachten en de andere heerlijke inkomsten die als gevolg van de oorlogsomstandigheden en de afwezigheid van de heer vele jaren achterstallig waren.

Ook Philippine van Ruyschenberg kreeg te maken met de oorlog. Zo moest ze in december 1597 het hoofd bieden aan een troep rondzwervende Ierse huurlingen. Aanvankelijk brachten zij de nacht door in de stad, maar omdat er een vijandelijke aanval dreigde, mochten ze enkele nachten op de binnenplaats van het kasteel hun kampement opslaan. In 1598 en 1599 slaagde Philippine erin muitende koningsgezinde soldaten, die het stadje wilden overrompelen, te weerstaan. In 1600 moest ze echter toestaan dat Bourgondische legereenheden van januari tot en met april in Helmond werden ingekwartierd. Door deze troepen werd flink huisgehouden: bijna 140 huizen en schuren werden verwoest en in brand gestoken.

In 1601 ging het gerucht dat de Hollandse stadhouder Maurits van plan was het kasteel van Helmond in te nemen. Een jaar later, op 26 juni 1602, begon Maurits inderdaad met het belegeren van de burcht. Na enkele dagen vertrok hij echter weer om op 15 juli opnieuw voor de muren van het kasteel te verschijnen. De dag daarop werd het slot door de bezetting, die onder commando stond van Cornelis Bontenos, overgegeven.

Na een kort onderhoud met Philippine trok Maurits verder naar zijn volgende belegering: Grave. Hij liet de vrouwe van Helmond in grote zorgen achter. Philippine begreep heel goed dat men van Spaanse zijde niet zou berusten in het verlies van het kasteel. Daarom wilde zij proberen van de Hollandse stadhouder gedaan te krijgen dat de burcht tot neutraal gebied zou worden verklaard. Met dat doel voor ogen reisde zij tot driemaal toe naar Grave om bij Maurits in eigen persoon hiervoor te pleiten. De derde keer had ze succes: het kasteel werd neutraal verklaard en Maurits beloofde dat hij de bezetting, die hij had achtergelaten, zou laten vertrekken. Op 9 september 1602 werd het slot inderdaad ontruimd.

De periode van neutraliteit zou niet lang standhouden. Reeds in maart 1603 werd de burcht heroverd door Cornelis Bontenos. Omdat dit in strijd was met de belofte van de stadhouder, verzochten zowel de stad als Philippine de gouverneur van 's-Hertogenbosch hem terug te roepen. Hoewel Bontenos inderdaad na korte tijd vertrok, bleef een koningsgezinde militaire bezetting op het kasteel aanwezig.

Toch bleef de vrouwe van Helmond formeel vasthouden aan haar overeenkomst met Maurits. Zo wist zij, zich beroepend op de neutraliteit van het kasteel, in april 1604 te bereiken dat acht Staatse ruitercompagnieën, die opdracht hadden het koningsgezinde garnizoen te verjagen, onverrichterzake terugkeerden. Een week later vertrok ook het garnizoen. Dit bleek echter een schijnconcessie, want twee dagen later stuurde de Bossche gouverneur opnieuw soldaten naar Helmond.

Inmiddels was op kerstavond 1602 Philippines oudste zoon, Charles, op negentienjarige leeftijd overleden. Haar tweede zoon, Alexander, was nog maar 14 jaar en bovendien als page in dienst aan het hof van Albert en Isabella van Oostenrijk te Brussel. Dit betekende dat Philippine nog enige tijd vrouwe van Helmond mocht blijven. Hoelang zij deze positie heeft mogen bekleden, is niet duidelijk. Wel verliet Alexander in 1609 het Brusselse hof en kreeg hij toestemming voortaan zijn eigen goederen te beheren. Waarschijnlijk heeft hij vanaf dat jaar geleidelijk een aantal taken van zijn moeder overgenomen. Het feit dat hij pas vijf jaar later, in 1614, door het Leenhof van Brabant werd erkend als heer van Helmond, lijkt te bevestigen dat de overdracht van de heerlijke rechten en bevoegdheden een aantal jaren heeft geduurd. Eerst in 1621, dus enkele jaren na Philippines dood, werd Alexander door de stad officieel ingehaald en gehuldigd als heer.

Philippine van Ruyschenberg genoot in Helmond groot aanzien en was zeer populair in de stad. Voorbestemd voor een positie op de achtergrond, kreeg zij door de dood van haar echtgenoot en gedwongen door de oorlogsomstandigheden de kans een prominente rol te spelen als vrouwe van Helmond, zij het dan als waarneemster voor haar zoons. Zij heeft deze kans energiek aangepakt en in een uiterst moeilijke tijd zich naar best vermogen, met wisselend succes, ingezet voor de belangen van de stad.


Bronnen

• G.J. van Bussel, 'Acht eeuwen Helmond, de Helmonders en hun kasteel', in: Ach Lieve Tijd. Acht eeuwen Helmond, de Helmonders en hun rijke verleden, Zwolle 1990-1992, 71-82
• A.M. Frenken, Helmond in het verleden, 2 delen, 's-Hertogenbosch, 1928-1929 (reprint Helmond, 1975)
• J.J.M. Heeren, Geschiedenis van het kasteel-raadhuis en de heren van Helmond, Helmond 1938
• A.A.C. Vergoossen, Inventaris van het archief van de heerlijkheid Helmond, Helmond 1993


Dit artikel verscheen eerder in: P. Timmermans e.a. (red.), 
Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 5 (Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Heeswijk 1999).


Auteur: Henk Roosenboom

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon