Truus Smulders-Beliën (1902-1966)

de eerste vrouwelijke burgemeester van Nederland

Geertruida Catharina Theresia Maria Beliën werd op 20 november 1902 in Oirschot geboren als oudste in een gezin van negen kinderen. Zij was de dochter van Geertruida Wilhelmina van Rhijn en van Johannes Josephus] Beliën, hoofd van de openbare school in Oirschot en van 1939 tot en met 1944 lid van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. In 1932 trouwde Truus Beliën met Joannes Wilhelmus Antonius Smulders. Uit dit huwelijk werden twee dochters en twee zoons geboren. Truus Smulders-Beliën overleed op 11 juni 1966 in 's-Hertogenbosch.

Net als drie van haar zussen trad Truus Beliën in de voetsporen van haar vader door na haar MULO-opleiding voor het onderwijs te kiezen. Zij doorliep de kweekschool bij de zusters franciscanessen van Oirschot en was van 1924 tot 1932 als onderwijzeres werkzaam in haar geboorteplaats en in Eindhoven. Daaraan kwam een einde toen zij in het huwelijk trad met Jan Smulders, de in 1927 benoemde burgemeester van Oost-, West- en Middelbeers, wiens voorouders al sinds 1830 onafgebroken het burgemeestersambt in deze kleine plattelandsgemeente hadden bekleed. Ook in andere Brabantse gemeenten als Someren, Asten en Vessem stonden leden van de familie Smulders aan het hoofd van het gemeentebestuur. De vanzelfsprekendheid van dit dynastieke patroon past in het beeld van de toenmalige bestuurlijke verhoudingen op het Brabantse platteland. Als belangrijkste dorpsnotabele in de reeks burgemeester, notaris, pastoor en huisarts kon de eerste de gemeentebelangen doorgaans naar eigen goeddunken behartigen. Zijn wil was in de gemeenteraad wet. De burgemeester was de magistraat naar wie de mensen opkeken, maar aan wie zij tegelijkertijd hun particuliere problemen konden voorleggen.

Truus Smulders-Beliën was door haar achtergrond en opleiding uitermate geschikt voor het 'vak' van burgemeestersvrouw. Naast de nodige representatieve verplichtingen bestond dat traditioneel vooral uit taken in het brede veld van wat pas later sociaal-maatschappelijk werk is gaan heten. Destijds schaarde men die werkzaamheden onder het begrip charitas en Truus Smulders-Beliën kweet er zich, onder andere als voorzitster van het plaatselijke damescomité, met verve van. Met bestuurszaken liet zij zich in deze periode nauwelijks in. 'Blijf jij maar bij je zuurkoolpot,' waren de gevleugelde woorden van haar man wanneer zij daartoe toch een poging deed.

In juli 1944 werd Jan Smulders door de Duitse bezettingsmacht gearresteerd omdat hij weigerde personen uit Vessem, waar hij als waarnemend burgemeester optrad, aan te wijzen voor tewerkstelling in Zeeland. Samen met een aantal Brabantse collega's die om dezelfde reden waren ingerekend, werd hij geïnterneerd in Kamp Vught. Bij het naderen van de geallieerde legers werd hij op transport gezet. Hij kwam uiteindelijk via de kampen Amersfoort, Sachsenhausen en Buchenwald in het Duitse Flossenbürg terecht. Een laatste mars naar het 300 kilometer verder gelegen Dachau werd hem noodlottig. Geveld door dysenterie moest hij al na drie kwartier opgeven en werd hij onderweg, op 20 april 1945, door de Duitsers geëxecuteerd.

Op 16 april 1946 werd de weduwe Smulders als opvolger van haar man benoemd nadat diens broer, A.J.M.S. Smulders, in de tussenliggende periode als waarnemer was opgetreden. Haar motivatie om te solliciteren was hoogst opmerkelijk: 'Ik wilde dit ambt voor mijn zoon openhouden. Daarom ben ik op het idee gekomen te solliciteren,' zo verklaarde zij in 1952 in een interview. Het was overigens geen vanzelfsprekende benoeming, al had dat maar zeer indirect te maken met het feit dat zij een vrouw was. De waarnemend commissaris van de koningin, jhr.mr. J.Th.M. Smits van Oyen, erkende namelijk wel dat zij voldoende persoonlijkheid bezat om het burgemeesterschap te vervullen en ook de in zijn richting geopperde bezwaren dat het 'voor een vrouw' moeilijk zou zijn krachtig leiding te geven aan het politiewerk achtte hij niet geldig. Toch plaatste Smits van Oyen haar in eerste instantie als tweede op de aanbevelingslijst, omdat Truus Smulders-Beliën ongeschoold was in de gemeenteadministratie. Aangezien de burgemeester van het toen 1800 inwoners tellende Oost-, West- en Middelbeers tevens gemeentesecretaris was - een destijds gebruikelijke combinatie in kleine gemeenten - achtte de commissaris haar gebrek aan administratieve kennis een ernstige handicap. Hij gaf om die reden de voorkeur aan de waarnemende broer van de overleden burgemeester. Smits van Oyen ging daarmee voorbij aan de pleidooien die de verzamelde geestelijkheid uit 'de Beerzen' namens de bevolking tot hem had gericht om de weduwe Smulders tot burgemeester te benoemen. Persoonlijk ingrijpen van de minister van Binnenlandse Zaken L.J.M. Beel bij de commissaris deed echter haar kansen keren. Blijkbaar was de bewindsman na een gesprek zeer onder de indruk geraakt van deze kordate vrouw. Bovendien had hij, als dienaar van de kroon, bij haar een morele schuld in te lossen vanwege het overlijden van haar man. Loskoppeling van het burgemeesterschap en de functie van gemeentesecretaris bracht de oplossing. Truus Smulders-Beliën werd daarmee de eerste en lange tijd de enige 'burgermoeder' van het land en zij verwierf als zodanig nationale bekendheid. Het was in dit verband voor de hand liggend - maar daarom niet minder eervol - dat koningin Juliana, na haar troonsbestijging op reis langs alle Nederlandse provincies, in 1949 in Noord-Brabant de traditionele koffietafel gebruikte in Oost-, West- en Middelbeers.

Truus Smulders-Beliën vervulde haar taak als burgemeester '(...) op een geheel eigen wijze, charmant en moederlijk zoals alleen een vrouw dit vermag,' aldus commissaris van de koningin J.E. de Quay aan de minister van Binnenlandse Zaken bij gelegenheid van haar tweede herbenoeming in 1958. Zij was inderdaad anders dan andere burgemeesters in de zin dat zij iedere inwoner van 'haar' gemeente persoonlijk zeer toegenegen was. Die wisten haar dan ook te vinden. Zij aarzelde niet om zelfs de kleinste particuliere belangen onder de aandacht van hogere instanties te brengen en voor een gunstige oplossing te vechten. Haar lidmaatschap van Provinciale Staten vanaf 1950 hielp haar daarbij. Die betrokkenheid maakte Truus Smulders-Beliën bij de inwoners van 'de Beerzen' enorm geliefd. Zij zetten hun waardering bij haar koperen ambtsjubileum om in een opmerkelijk cadeau: door een inzamelingsactie in de gemeente werd 'ons mevrouw' de trotse bezitster van een Dafje, de tweede volautomaat die in de Eindhovense fabriek van de band rolde. 'Moeder van de Beerzen' werd zij in deze jaren genoemd en zij droeg die naam met trots.

In de loop van de jaren zestig echter ging diezelfde, op het verleden geënte stijl van besturen haar parten spelen. Een eerste signaal dat Truus Smulders-Beliën het tempo van de nieuwe tijd maar met moeite kon bijbenen diende zich aan toen het Verbond van Naturisten via een makelaar een stuk gemeentegrond in Middelbeers aankocht met de bedoeling daarop een recreatiekamp te vestigen. De burgemeester richtte zich door middel van een brief tot de inwoners van de gemeente waarin zij over deze plannen haar grote morele verontwaardiging uitsprak. Daarbij liet zij in de pers weten dat haars inziens de inwoners van Middelbeers dit niet over hun kant zouden laten gaan en desnoods de boel in brand zouden steken. Vervolgens constateerde zij met spijt dat zij dat niet zelf kon doen. Begrijpelijkerwijs baarde met name deze laatste uitspraak nogal wat opzien.

Meer in het algemeen kwamen er nieuwe groeperingen en leden in de gemeenteraad die het persoonlijke toewijzingsbeleid van 'mevrouw de burgemeester' ten aanzien van bouwvergunningen en andere zaken niet meer klakkeloos wensten te sanctioneren. Deze voor haar niet te begrijpen tegenwerking bereikte een hoogtepunt toen twee gemeenteraadsleden hun kritiek overbrachten aan de commissaris van de koningin, C.N.M Kortmann. Ondanks het feit dat Kortmann geen aanleiding zag om in te grijpen, trok Truus Smulders-Beliën zich deze ontwikkelingen zozeer aan dat zij nog slechts onder supervisie van een zenuwarts verder kon functioneren. In maart 1966 bood zij namens de burgemeesters van Nederland nog een cadeau aan bij de verloving van prinses Beatrix en prins Claus. Twee maanden later werd zij ernstig ziek opgenomen in het Groot Ziekengasthuis in 's-Hertogenbosch. Zij overleed daar op 11 juni 1966. Bij de sollicitaties voor de opengevallen burgemeestersplaats werd die van haar zoon niet aangetroffen. Zo was Truus Smulders-Beliën niet alleen de eerste vrouwelijke burgemeester van Nederland, maar tevens de laatste in een lange rij leden van de familie Smulders die dit ambt in Oost-, West- en Middelbeers vervulden.


Bronnen

• Diverse knipsels gemeentearchief Oost-, West- en Middelbeers
• Rijksarchief in Noord-Brabant, archief van de commissaris van de koningin 1920-1969, inventarisnummer 245


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 3
(Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening, Amsterdam/Meppel 1995).


Auteur: J. Beliën

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon