Gerben de Vries (1886-1968)

onderwijspionier

Gerben Johannes de Vries werd geboren te Sneek op 26 september 1886. In 1918 huwde hij Johanna Sophia Olijhoek. Uit dit huwelijk werden zeven kinderen geboren. Drs G.J. de Vries overleed op 23 juli 1968 te Waalwijk.

Tot de pioniers van het Brabantse katholieke middelbare onderwijs in de twintigste eeuw behoort ongetwijfeld ook drs Gerben de Vries. De onderwijscarrière van De Vries vertoont zeer veel gelijkenis met die van enkele van zijn tijdgenoten, zoals met name dr L.J. Rogier en dr L.G.J. Verberne. Gelijk dezen startte hij met een opleiding aan een kweekschool voor onderwijzers. Hierna haalde hij in zijn vrije tijd de l.o.-aktes Frans en Engels om daarop het lagere onderwijs te verruilen voor het u.l.o.-onderwijs. Vervolgens begon hij vol energie met een studie voor de m.o.-aktes Engels en aardrijkskunde en maakte hij -in januari 1917- de sprong vanuit de U.L.O. 'Sursum Corda' in Scheveningen naar de toen nog ongesubsidieerde vierjarige Middelbare Handelsschool voor jongens in Waalwijk. Aan deze jonge streekschool, die pas in september 1916 met medewerking van dr H.W.E. Moller en dr J. van Beurden was opgericht, ging De Vries Engels, aardrijkskunde en natuurlijke historie doceren. Bovendien stelde de toenmalige directeur, dr H.H. Knippenberg, hem aan tot bibliothecaris.

Een dergelijke stap was toen zeker wel moedig, want door les te gaan geven aan een niet-erkende school riskeerde de jonge docent pensioenbreuk. Bovendien werd hij aanzienlijk lager uitbetaald dan zijn collega's uit het openbare onderwijs. De Vries was echter ten volle overtuigd van de waarde van goed katholiek onderwijs en van de noodzakelijkheid voor de katholieken om culturele achterstanden in te halen. Daarom was hij bereid in de geest van het befaamde bisschoppelijke mandement uit 1868 materiële offers te brengen.

Kennelijk viel de jonge, idealistische docent ook anderszins op, want ruim twee jaar later, op 31 mei 1918, werd hij op verzoek van Moller aan dezelfde school directeur, als opvolger van Knippenberg die naar een O.M.O.-school in Helmond was vertrokken. Met hart en ziel heeft De Vries zich na dit jaar ingezet voor de verdere uitbouw van het katholieke onderwijs in al zijn schakeringen in Waalwijk en de Langstraat. Zo zorgde hij ervoor dat de school die toegankelijk was voor alle lagen van de bevolking, in 1923 werd omgezet in een vijfjarige R.-K. Hogere Handelsschool met een tweejarige onderbouw. In 1931 kreeg de school door toedoen van De Vries, die zelf inmiddels in 1928 een cum laude doctoraal examen sociale geografie had afgelegd aan de Rijksuniversiteit te Utrecht, een driejarige H.B.S. als onderbouw met daarop als kopstudie een tweejarige Hogere Handelsschool.

Zes jaar later werd de wens van De Vries dat voor de Langstraatse leerlingen alle studierichtingen en beroepen open zouden staan, gedeeltelijk vervuld doordat de Hogere Handelsschool kon worden omgezet in een H.B.S.-A. In 1943 werd dat gecomplementeerd met een H.B.S.-B. Intussen ijverde De Vries eveneens voor de emancipatie van de jonge meisjes in de Langstraat. Ook hiermee had hij succes. In O.M.O.-verband werd in 1946 aan de H.B.S. een M.M.S. toegevoegd. Daarnaast slaagde hij er als lid van het kerkbestuur van de St.-Jansparochie in Waalwijk al eerder in een katholieke U.L.O. voor meisjes en een R.-K. Huishoudschool te stichten.

Ondanks dit alles had De Vries intussen ook nog tijd en energie om behalve als directeur van een dagschool van 1918-1924 te fungeren als directeur van een middelbare handelsavondschool, de huidige dr Van Beurdenschool. Als lid van het plaatselijke schoolbestuur van de broederscholen van de 'Broeders van Maastricht' controleerde hij wekelijks de boeken die een broeder voor hem bijhield en liet hij zich bij die gelegenheid vol belangstelling op de hoogte stellen van het reilen en zeilen van deze scholen.

De maatschappelijke betrokkenheid van De Vries blijkt ook nog uit enkele andere activiteiten. Zo was hij in de jaren dertig actief lid van een plaatselijk 'Comité voor arbeid aan werkloze intellectuelen' en hielp hij mee te pogen de gevolgen van de crisis van 1929 te bestrijden. In dezelfde tijd zette hij zich samen met anderen ook in voor de verbetering van de gezondheidszorg. Deze activiteit leidde in 1931 met steun van zusters van de congregatie J.M.J. -die sedert 1871 al een Gasthuis in de parochie van St.-Jan te Waalwijk exploiteerden- tot de stichting van een streekziekenhuis, het tegenwoordige St.-Nicolaasziekenhuis in Waalwijk.

Uit dit alles blijkt dat de betekenis van De Vries verder reikte dan Waalwijk. Landelijk ijverde hij met succes voor de invoering van centrale schriftelijke examens op de middelbare scholen. Voorts was hij van 1921 tot 1951 docent sociale aardrijkskunde aan de Katholieke Leergangen te Tilburg en vanaf de oprichting in 1927 ook nog lector economische geografie aan de R.-K. Handelshogeschool, de huidige K.U.B., te Tilburg. Door deze twee functies kreeg De Vries extra kansen om in Noord-Brabant jonge mensen te vormen als docent of als aanstaande economen en managers van bedrijven en hen meer dan onderwijs alleen te geven.

Op het gebied van publicaties kreeg De Vries landelijk bekendheid door de zorgvuldig getekende en van een degelijke inleiding voorziene King Atlas Nederland (1936). Regionaal gooide hij hoge ogen met studies van bescheiden omvang voor streek en gewest, zoals met name een belangrijk rapport over de waterstaatkundige toestand in de Langstraat ten behoeve van de Kamer van Koophandel in Waalwijk.

De kracht van De Vries lag evenwel in zijn activiteiten voor het onderwijs. De door hem opgerichte en verder ontwikkelde instituten vormden een basis voor de culturele emancipatie van de Langstraat. Ondanks het feit dat de hoogtepunten van zijn werkzaamheden samenvielen met een belangrijke periode uit het nu soms gesmade rijke roomse leven, kan men De Vries beslist geen verdediger noemen van een kasplant-katholicisme. De door hem geleide of gestichte instellingen waren in zijn ogen veeleer open huizen waar iedereen, katholiek en niet-katholiek, christen en jood, welkom was. Aldus toonde De Vries zich een voorvechter van een oecumene avant-la-lettre.

Terecht werd hij bij zijn pensionering in 1951 geroemd als 'een uit het Noorden gekomen emancipator van Brabant' en als 'iemand die met sobere middelen had gewerkt en toch ontzettend veel had gegeven'. Geen wonder dat wereldlijke en kerkelijke autoriteiten hem eerden met het toekennen van een tweetal hoge onderscheidingen, te weten officier in de Orde van Oranje Nassau en ridder in de Orde van Gregorius de Grote. Bovendien werd in Waalwijk een onderwijsstichting naar hem vernoemd: de 'Gerben de Vries stichting'.


Bronnen

• Frans Vercauteren, Portret van een tijdvak (1911-1940), en Jaren van triomf (1945-1959) in: Meer dan Onderwijs, Drunen 1991, 7-44 en 67-91
• Jack Didden, De oorlogsjaren (1939-1945), ibidem, 44-67
• F.E.M. Vercauteren, Drs G.J. de Vries in: De Echo van het Zuiden, 29 juli 1968, 2
• G.J. de Vries, St. Nicolaas Ziekenhuis, Waalwijk 1968


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 1 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening,
Amsterdam/Meppel 1992).


Auteur: Frans Vercauteren

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon