Meester van der Zanden (1894-1964)

land- en tuinbouwonderwijzer en kamerlid

Hendricus Hubertus van der Zanden werd op 22 augustus 1894 in Hoogeloon geboren als zoon van landbouwer Franciscus van der Zanden en Walthera van Huykelom. Het gezin telde twee kinderen. Hij huwde met Joanna van den Biggelaar. Uit dit huwelijk werden acht meisjes en één jongen geboren. Hij was ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Harrie van der Zanden stierf in Eersel op 1 juni 1964.

Harrie van der Zanden groeide op in de periode direct na de landbouwmalaise van 1880-1890. In die tijd trachtte pater Van den Elsen de boeren te organiseren. De eerste bijeenkomst daartoe werd eind november 1896 in deze streek gehouden te Hoogeloon. De toenmalige omstandigheden en de voortvarendheid van zijn ouders hebben er mede toe geleid dat hij als enige zoon uit een boerengezin een keuze maakte voor iets anders dan het boerenbestaan.

'Meester Van der Zanden', zoals hij later door iedereen zou worden genoemd, volgde zijn opleiding tot onderwijzer aan de normaalschool te Eindhoven. Na het behalen van zijn diploma in 1913 was hij tot 1920 onderwijzer aan de lagere school in zijn geboorteplaats Hoogeloon. In die periode slaagde hij voor zijn hoofdakte en landbouwakte. Dit laatste betekende in die tijd een pluspunt voor wie de ambitie had hoofd van een lagere school te worden in een plaats met een hoofdzakelijk agrarische bevolking. Immers het landbouwonderwijs voor de jonge boeren werd in die tijd als avondcursus in de wintermaanden gegeven.

In 1920 volgde zijn benoeming als hoofd van de lagere school in Lage Mierde. In die tijd betekende dit dat men tot de dorpsnotabelen werd gerekend. Ook als technisch adviseur voor de plaatselijke boerenbonden was hij de aangewezen persoon. De pastoor, de burgemeester en het schoolhoofd hadden in dorpsaangelegenheden een dikke vinger in de pap. De functie als hoofd van de lagere school heeft meester Van der Zanden tot 1929 vervuld. In dat jaar werd hij benoemd tot directeur van de nieuw te stichten R.K. Lagere Landbouwschool van de Noordbrabantsche Christelijke Boerenbond (NCB) in Eersel. Het was de vijfde lagere landbouwschool in het werkgebied van de NCB. Meester Van der Zanden werd de eerste full-time landbouwonderwijzer in de streek.

Het hoofdbestuur van de NCB was de mening toegedaan dat, naast het avondonderwijs in de landbouw, ook dagonderwijs nodig was. Zo werd een vierjarige cursus ingericht, met in het eerste jaar 2½ dag per week les en in de volgende jaren één dag per week. Het landbouwonderwijs kon gevolgd worden vanaf de zevende klas lagere school. Meester Van der Zanden had over het algemeen te maken met goed gemotiveerde leerlingen. In die tijd was de techniek nog niet zover gevorderd als thans. Alle leerstof moest vanaf het bord worden overgeschreven. Het was dan wel zaak om 'bij te blijven'. In de zomermaanden was er vakantie. Stages of excursies en dergelijke werden niet verzorgd. Het onderwijs bestond geheel uit landbouwtheorie. Na het behalen van het diploma bleven de meeste leerlingen op het ouderlijk bedrijf werken. Slechts enkelen stroomden door naar de Middelbare Landbouwschool in Boxtel. De landbouwschool te Eersel vervulde een streekfunctie voor de gehele Kempen. De school telde regelmatig 250 leerlingen, met soms klassen van ruim 60 leerlingen. Daarmee was ze de grootste school in het werkgebied van de NCB. Naast de directeur werkten er drie part-time leerkrachten. De school in Eersel, gesticht aan het begin van de voor iedereen moeilijke crisisjaren, zou onder de bekwame leiding van meester Van der Zanden uitgroeien tot de grootste landbouwschool van het hele land.

Meester Van der Zanden, die tevens de bevoegdheid voor tuinbouwonderwijs bezat, gaf vanaf 1931 aan twee huishoudscholen ook les in aanleg en onderhoud van moestuinen. Verder gaf hij buiten schooltijd tal van lezingen en cursussen om daarmee het telen van groenten voor eigen gebruik te stimuleren. Voor dat doel gaf hij ook zelf een boekje uit met de titel: Wat iedere bezitter van een kleine tuin dient te weten. Een veelzeggend citaat hieruit: 'Het tuinwerk is een bezigheid, die aangename afwisseling brengt in het leven. Voor hen die hersenarbeid moet verrichten, brengt de lichte tuinarbeid verlichting van de geest. Voor de fabrieksarbeider geeft het frisse buitenwerk de meest praktische en voordeligste afleiding na de dagtaak. Voor iedereen is het kweken van eigen groenten zelfvoldoening.' Zelf had hij een prachtige voorbeeldtuin en een boomgaard.

Van 1937 tot 1946 verzorgde hij lessen aan de R.K. Middenstandshandelsavondschool te Eersel voor de opleiding tot het Middenstandsdiploma. Bij al zijn drukke werkzaamheden in het onderwijs, stond meester Van der Zanden ook op de sprekerslijst voor boerenbonden, boerinnenbonden en dergelijke organisaties. Soms sprak hij wel bijna tweehonderd keer per jaar. Hij was een graag gehoorde en daardoor veel gevraagde spreker voor vergaderingen, feestvergaderingen en jubileumfeesten, waar hij dan soms ook als ceremoniemeester fungeerde. Harrie van der Zanden was een man die de gave van welsprekendheid bezat, op een manier die niemand verveelde. Nooit had hij iets op papier staan, alles deed hij uit het hoofd.

Na de Duitse inval in 1940 kon de landbouwschool in Eersel nog enige tijd gewoon doorgaan. Maar nadat de Duitsers ene Damave hadden aangesteld als beheerder van de lanbouworganisaties en hun instellingen, werden in 1941 de aanduidingen 'r.-k.' en 'NCB' uit de naam en het opschrift van de school verwijderd. Voor de katholieke en diepgelovige meester Van der Zanden, die zo zijn ideaal teloor zag gaan, was dit de zwartste dag in zijn leven. De eindexamenklas van 1941 kon nog net examen doen. Om aan de steeds grotere invloed van de bezetter te ontsnappen - deze wilde de NCB incorporeren in de 'Landstand' - zegden in de zomer van 1941 alle leden hun lidmaatschap op. De NCB werd opgeheven en daarmee ook de landbouwschool. De directeur moest tijdelijk onderduiken. Voor zoiets bestond geen werklozenuitkering of iets vergelijkbaars. Door het Nederlandse episcopaat, dat dergelijke toestanden wel voorzien had, was een Fonds voor de Bijzondere Noden van het Episcopaat opgericht. Het kreeg zijn inkomsten uit de schaalcollecten in de kerken. Dit fonds is het gezin van meester Van der Zanden bijgesprongen. In de periode 1942-1944 werd hij trouwens aangesteld als Oogstcommissaris van de voedselvoorziening in Zuidoost-Brabant.

Zo vlug als de oorlogsomstandigheden het toelieten - in het Zuiden was dat al op 19 september 1944 - werd de NCB heropgericht. In de loop van 1945 werd het lesprogramma aan de landbouwschool weer hervat, maar voor meester Van der Zanden zou het zijn laatste jaar als directeur zijn. Hij was immers door zijn welsprekendheid en zijn vlot redenaarstalent in de verre omtrek bekend. De NCB en andere organisaties drongen er daarom bij hem op aan zich kandidaat te stellen voor een functie in de landspolitiek.

Met de Tweede-Kamerverkiezingen van 1946 - de eerste na de Tweede Wereldoorlog - in het vooruitzicht, werd Harrie van der Zanden door de Katholieke Volkspartij (KVP) als kandidaat uit Brabant voorgedragen. Na zijn verkiezing ging meester Van der Zanden pendelen naar Den Haag, waar hij door de week in een klooster in pension was.

In de Tweede Kamer werden hem ambtenarenzaken en pensioenen toebedeeld. Ook in deze nieuwe functie stond hij iedereen met raad en daad terzijde. Wanneer hij 's zondags thuis was, had hij na de Hoogmis spreekuur voor de mensen uit de regio. Hoewel hij met deze functie de top van zijn carrière bereikte en hij de titel Hoogedelgestrenge Heer mocht voeren, bleef hij gewoon meester Van der Zanden. Iets wat hij ook onomwonden zei als hij bij een spreekbeurt wel eens met die deftige titel werd aangekondigd.

Het was pas tijdens zijn kamerlidmaatschap dat meester Van der Zanden kon gaan zien, hoe zijn oud-leerlingen de landbouw in de Kempen tot grote bloei zouden brengen. De crisisjaren, de oorlog en het herstel daarna hadden hen tot dan daarvan weerhouden.

Ondanks zijn drukke werkzaamheden vervulde hij vele maatschappelijke functies op allerlei gebied, waaronder een aantal functies in de KVP. Voorts was hij hoofdbestuurslid van de R.K. Bond van Onderwijzers in het Bisdom Den Bosch, voorzitter van de Kempische Land- en Tuinbouwonderwijzers, voorzitter van de plaatselijke fanfare, voorzitter van de Kempische Bond voor muziekgezelschappen en bestuurslid van de stichting HBS in de Kempen.

Meester Van der Zanden overleed op 1 juni 1964 in Eersel. Eersel eerde in 1969 deze grote voorman door een straat naar hem te noemen.


Bronnen

• Archief van de R.K. Boerenbond van de NCB, afdeling Eersel
• A. Dams, Fr. Huijbregts en J. Spoorenberg, Eersel, Duizel, Steensel, drie zaligheden. Een bijdrage tot haar geschiedenis, Hapert 1989
• H.H. van der Zanden, Wat iedere bezitter van de kleine tuin dient te weten, Tilburg z.j. [ca. 1930]
• Gedenkboek van het overlijden van H. van der Zanden, Eersel 1964 (privé-collectie)
• Interview met F.C.J. van der Zanden te Veldhoven


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 4 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening,
Amsterdam/Meppel 1996).


Auteur: H.C. Wintermans en R. Muller

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon