Saal van Zwanenberg (1889-1974)

industrieel

Salomon van Zwanenberg werd geboren te Oss op 21 april 1889, als zoon van Arnoldus van Zwanenberg, slachter/veekoopman, en Catharina Levison. Hij huwde Nettie van Gelder op 16 april 1912 te Den Haag. Het echtpaar kreeg twee dochters. Saal van Zwanenberg overleed te Apeldoorn op 12 maart 1974.

Binnen de joodse gemeenschap rond Oss nam de familie Van Zwanenberg van oudsher een belangrijke positie in als leverancier van vee en kosjer vlees. In Heesch bij Oss oefenden de vader en een oom van Saal van Zwanenberg het beroep van slachter/veehandelaar uit. De afzet van vee en vlees beperkte zich echter niet tot alleen joodse klanten. In de regio rond Oss vonden de Van Zwanenbergs ook buiten hun eigen gemeenschap ruime afzetmogelijkheden. Later kwam zelfs een uitvoer van levende en geslachte varkens naar Engeland op gang. In verband met betere transportmogelijkheden en met het oog op verdere groei werd Zwanenberg & Co in 1886 naar Oss verplaatst. Daar werd in 1889 Saal van Zwanenberg geboren. In 's-Hertogenbosch bezocht hij enige jaren de Nutsschool en de H.B.S. Op 17-jarige leeftijd verliet Saal de schoolbanken. Zijn vader zette hem op 15 juni 1906 aan het werk in de stallen bij de slachterij. Zwanenberg & Co. was inmiddels geen kleine ambachtelijke familie-onderneming meer, maar een bedrijf met vele arbeiders in dienst en vestigingen buiten Oss. Met het merk Zwa(a)n werd grote bekendheid verkregen.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog had Saal een vooraanstaande positie in het bedrijf verworven. Samen met leiders van andere belangrijke slachterijen pleegde hij overleg met de minister van Landbouw over de distributie van vlees en vleesprodukten tijdens de oorlogstijd. In 1920 werd Saal van Zwanenberg algemeen-directeur van de N.V. Zwanenberg's Slachterijen en Fabrieken. Onder zijn leiding werd Zwanenberg een van de belangrijkste slachterijen in Nederland en een van de toonaangevende vleesverwerkende concerns in Europa. Als grote afnemer van varkens oefende het bedrijf een sterke invloed uit op de varkenshouderij in Noord-Brabant. Saal van Zwanenberg werd gezien als de meest vooraanstaande persoon binnen de vleesindustrie in Nederland. Hij leek dan ook de aangewezen man om als directeur leiding te geven aan de Nederlandse Varkenscentrale (NVC). Dit door de overheid in het leven geroepen orgaan diende als instrument van de regering om de noodlijdende varkenshouderij tijdens de crisisjaren '30 te ondersteunen. De NVC had een sterke greep op de Nederlandse vleesindustrie en varkenshouderij. Dat de positie van Saal van Zwanenberg in zijn dubbelrol als leider van zowel NVC als van zijn eigen bedrijf zou leiden tot vermoedens van belangenverstrengeling kan nauwelijks verwonderlijk heten. Tot in de Tweede Kamer werd het functioneren van Saal van Zwanenberg aan de orde gesteld. Om alle schijn van partijdigheid te verwerpen, legde Saal in 1934 zijn functie bij de Varkenscentrale neer en werd hij lid van het College van Regeringscommissarissen en commercieel adviseur van de Nederlandse regering voor agrarische zaken. De vooraanstaande positie van Van Zwanenberg, de zaak rond de Varkenscentrale en andere kwesties maakten in de jaren '30 Saal en zijn familie tot doelwit van anti-semitische propaganda van extreem rechtse groeperingen.

Omstreeks 1920 zocht Van Zwanenberg nuttige toepassingen voor slachtafval dat niet verwerkt kon worden. Hij zette Jacques van Oss, zijn adviseur inzake warenkennis, aan om een mogelijkheid te vinden voor het benutten van ongebruikte klieren en organen van varkens en runderen. Van Oss bracht Van Zwanenberg in contact met de hoogleraar in de farmacologie Ernst Laqueur. Saal van Zwanenberg richtte samen met Laqueur en Van Oss in 1923 de N.V. Organon op. Deze onderneming had als doelstelling om dierlijke klieren en organen te verwerken tot geneesmiddelen. De persoonlijke inbreng van Saal van Zwanenberg in Organon bestond vooral uit zijn kwaliteiten als ondernemer. Otto Loewi, nobelprijswinnaar geneeskunde, noemde Saal van Zwanenberg daarom een 'koninklijk koopman'. De familie Van Zwanenberg stak kapitaal van het vleesbedrijf in Organon. Met de oprichting van Organon zorgde Van Zwanenberg voor de totstandkoming van een voor die tijd moderne verbinding tussen wetenschap en industrie. Voor insuline - het eerste produkt van Organon - werden alvleesklieren van runderen en varkens verwerkt. Organon kon als eerste fabrikant in Europa dit middel ter bestrijding van suikerziekte op de markt brengen. Het bedrijf zou uit ander dierlijk materiaal farmaceutische produkten zoals hormoonpreparaten gaan produceren. Hiermee werd onder andere de basis gelegd voor het latere succes van 'de pil'.

Bij de aanvang van de Tweede Wereldoorlog vluchtte Saal van Zwanenberg met zijn gezin, met behulp van een Uruguayaans diplomatiek paspoort, naar Groot-Brittannië. In Londen werd hij lid van de Raad van Advies van de Nederlandse regering.

Na de oorlog nam hij de leiding weer op zich van Zwanenberg-Organon, sedert 1953 'Koninklijke' Zwanenberg-Organon, KZO geheten. In 1954 werd Saal van Zwanenberg ere-burger van Oss en een jaar later eerde ook de wetenschappelijke wereld hem met een doctoraat in de geneeskunde aan de Rijksuniversiteit van Utrecht. In 1963 legde hij op 73-jarige leeftijd de functie van voorzitter van de Raad van Bestuur neer. Na diverse fusies werd KZO in 1969 omgevormd tot AKZO. Organon werd een onderdeel van de nieuwe combinatie, Zwanenberg werd een bedrijf binnen de Unilever Vleesgroep.

Saal van Zwanenberg was een captain of industry. Hij drukte een persoonlijk stempel op de vleesverwerkende- en geneesmiddelenindustrie. Als persoon wordt hij streng maar rechtvaardig genoemd. Legendarisch is zijn paternalistische houding ten opzichte van zijn werknemers. In zowel belonen als controleren van het personeel speelde hij een vaderlijke rol. Velen roemen 'meneer Saal' om zijn betrokkenheid bij het lot van de individuele werknemer. Bij collectieve arbeidszaken toonde hij echter ook de zakelijke kant van zijn ondernemerschap.

In de 'dr Saal van Zwanenbergsingel' in Oss leeft de naam voort van een ondernemer die een belangrijke rol speelde voor de werkgelegenheid in Noord-Oost Brabant. Een stichting die zijn naam draagt stimuleert door middel van een prijs het onderzoek op het gebied van geneesmiddelen. Behalve de al genoemde officiële onderscheidingen kreeg Saal nog tal van decoraties, waaronder het commandeurschap in de Orde van Oranje Nassau.


Bronnen

• T. Langenhuyzen, Van Concurrentie naar eenheid. Aspecten van de geschiedenis van Hartog's en Zwanenberg's Fabrieken en de Unilever Vleesgroep Nederland, Oss 1988
• M. Tausk, Organon. De geschiedenis van een bijzondere Nederlandse onderneming, Nijmegen 1978


Dit artikel verscheen eerder in: J. van Oudheusden e.a. (red.), Brabantse biografieën. Levensbeschrijvingen van bekende en onbekende Noordbrabanders. Deel 1 (Uitgeverij Boom en Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening,
Amsterdam/Meppel 1992).


Auteur: drs T. Langenhuyzen

Thuis in Brabant
 
Links | Colofon